Puzzelen met gemanipuleerde dromen en vertelvorm

Ken Watanabe en Marion Cotillard in Inception.

Inception (Christopher Nolan, 2010) Veronica, 20.30 - 23.20 uur

Zelden zal een film tot zoveel verhitte discussie hebben geleid als Inception. Voor- en tegenstanders klommen veelvuldig in de pen om de merites van deze puzzelfilm en zijn maker Christopher Nolan (van de nieuwste Batman-trilogie) te bespreken.

Op kleinere schaal gebeurde dat ook al bij Memento, die andere puzzel van Nolan. Die draait om de gimmick van een achterstevoren verteld verhaal over een hoofdpersoon met geheugenverlies. In Inception gaat het om schitterend vormgegeven dromen (in dromen in dromen in dromen, et cetera). Wat waar is en wat droom moet de kijker uitmaken aan de hand van aanwijzingen die Nolan subtiel en minder subtiel in zijn vertelling stopt. Niets is wat het lijkt. Leonardo DiCaprio speelt een droommanipulator: via ‘inceptie’ kan hij ideeën in iemands brein planten en daarmee zijn gedrag manipuleren.

De Amerikaanse filmwetenschapper David Bordwell stelt dat Nolans verdienste ligt in het oprekken van de traditionele vertelvorm. Stilistisch en inhoudelijk doet Nolan volgens hem weinig nieuws. Hoogstens monteert hij wat sneller, waardoor de kijker nog beter moet opletten. Bordwell legt uit dat Nolan de verwarde kijker helpt door zijn raadsels in de vorm van genrefilms te gieten, waarvan we de conventies kennen. In het geval van Inception is dat een combinatie van heistfilm, sciencefiction en James Bond-actie. Puzzel ze!