Parfum voor de poes

Sommige mensen beschouwen hun huisdier als hun kind. Dat ze het beste gunnen. Waarom niet met de kat op yoga? „Een trouwjurk voor je hond, het wordt gekker en gekker.”

Bob van der Vlist, NRC Media, NRC Handelsblad, NRC Next, Anontuia, Mems&

Hoe ver gaat de Nederlandse liefde voor het huisdier? Jan Huybers, met zijn twee zoons eigenaar van de Haagse dierenspeciaalzaak Avonturia, kan wel blijven vertellen. Zijn vinger glijdt langs de schappen: sofa’s, orthobedden, glijbanen, coltruitjes, pyjama’s, shampoos, parfums, snoep en riemen met Swarovski-kristallen.

Zo’n riem verkocht hij laatst nog aan een vaste klant – voor 150 euro. Huybers: „Hij wees naar zijn hond: ‘Moet je kijken hoe blij hij is met zijn nieuwe riem.’ Ik zei: ‘Hou toch op, man.’ Het gaat puur om je eigen gevoel en emotie. Een dier denkt niet als een mens.”

De status van het Nederlandse huisdier is het laatste decennium opgeschoven naar die van een volwaardig gezinslid. Hond en kat krijgen uitgebalanceerde voeding, steeds riantere slaapplekken en constante aandacht – en zo nodig bijstand van orthodontist, chirurg of psycholoog. Pootafdrukken zijn heel gewoon in rouwadvertenties, soms staan ze nog boven de namen van de (uithuizige) kinderen. Het huisdier komt niks tekort, getuige de 2,1 miljoen euro die Nederlanders per jaar aan huisdieren uitgeven, en getuige de 18.000 fulltimebanen in de huisdierenindustrie.

McDonald’s

Deze middag laten sommige klanten van Avonturia hun hond meebeslissen over de aankopen. Een man laat zijn bouvier een nieuw tuigje passen („hoe weet ik of ’ie lekker zit?”), een vrouw tilt haar twee chihuahua’s in een roze draagtas langs de tientallen manden. Ook in de dierenspeciaalzaken is de economische crisis voelbaar, zegt Huybers, maar het is zeker niet de slechtste branche. „Mensen hebben veel over voor de gezondheid van hun dier en zullen daarop niet besparen. Dat geldt voor elke laag van de bevolking; de dikste portemonnees hebben hier niet de grootste uitgaven.”

Huybers werkt 36 jaar in de dierendetailhandel. Hij begon in een kelder onder zijn huis, heeft nu 6.000 vierkante meter tot zijn beschikking en breidt het liefst zo snel mogelijk uit met een minizoo. Avonturia heeft al een hondenpub, waar de hond op zijn verjaardag een lekker maltbiertje wordt geserveerd. En een hondenwasstraat, compleet met shampoo, conditioner en föhn). Avonturia organiseert So You Can Doggy Dance en Dog Diving, een dans- en een verspringwedstrijd voor honden.

De verkopen stijgen sinds een jaar of tien flink, zegt Huybers. Het begon met de kwaliteitsvoeding. „Ik ben in fabrieken van Royal Canin geweest. Geloof me: dat eten wordt in laboratoria beter bekeken dan het onze. Ergens is dat goed, want je kat elke dag lowbudgetvoer geven is alsof je met je kind altijd naar McDonald’s gaat.”

De laatste jaren groeide vooral de populariteit van luxeartikelen. Huybers schudt het hoofd. „Het wordt gekker en gekker. Een trouwjurk voor je hond... Die beestjes doe je er geen kwaad mee, hoor. Maar de aankoop is vaak van invloed op de baas, niet op het huisdier.”

En dan heeft Huybers in zijn zaak nog niet eens de meest extreme producten, zoals in de Verenigde Staten, waar dierenliefde nog „een stap verder” gaat. Uit onderzoek van The Week Magazine bleek dat in de Verenigde Staten – waar 57 procent van de bevolking een hond of kat heeft – jaarlijks 310 miljoen dollar wordt uitgeven aan Halloween-kostuums voor huisdieren. En wie even googelt, vindt wetsuits, seksspeeltjes en gps-systemen. Je kunt je kat op een raw food-dieet zetten, of meenemen voor een ontspannen sessie cat yoga. Er is in San Francisco zelfs een bakkerij gespecialiseerd in pet cookies. Want waarom zouden we de dieren niet gunnen wat we zelf hebben?

Vermenselijking

Journalist Marijke Verduyn verdiepte zich in de vermenselijking van huisdieren, nadat ze tot haar verbazing van de dierenarts een condoleancekaart kreeg na het laten inslapen van haar kat. Ze schreef over haar onderzoek het dubbelboek Het dier is mens geworden / Het dier is ding geworden (Uitgeverij Meinema, 2012). Verduyn concludeert dat het huisdier in zorg en spullen op gelijke hoogte staat met een kind. „Mensen hebben het ook over hun kindje. Als een hond kanker heeft, moet je kiezen tussen bestralen of laten inslapen. Dan zeggen mensen: je zou het voor je kind toch ook doen?”

Verduyn noemt drie redenen voor de nieuwe positie van hond en kat. „De maatschappijn individualiseert, sociale structuren brokkelen af, gezinnen worden kleiner, kinderen gaan sneller uit huis en wonen verder weg. Een huisdier voorziet in een behoefte waar eerder kinderen in voorzagen. Met de groeiende welvaart kunnen we ook steeds meer geld aan onze dieren besteden. En er is de bewustwording dat dieren niet zo heel veel verschillen van mensen. Denk aan tv-programma’s over de intelligentie van dieren of de boeken van [bioloog] Frans de Waal.”

Ook de functie van de dierenarts is veranderd. Had een stad als Amsterdam in de jaren zestig maar een paar dierenartsen die konden leven van de zorg voor huisdieren, nu werken honderden specialisten in het vak. „Zeker op het platteland werd vroeger echt geen arts gebeld als de hond ziek was”, zegt Verduyn. „Een ziek beest kreeg gewoon een kogel door z’n kop, of werd verzopen. Nu krijg je als je kat diabetes heeft allerlei opties om hem zo lang mogelijk in leven te houden. De nieuwe lichting dierenartsen, van wie zo’n 90 procent vrouw is , kiest vaak voor doorbehandelen. En er is zelfs de optie om een hond na een castratie kunstballetjes te geven, om zijn gevoel van eigenwaarde wat op te peppen.”

Diergeneesmiddelen omvatten in Nederland nu eentwintigste deel van de totale farmaceutische industrie – en dat aandeel is groeiende, tonen cijfers van brancheorganisatie FIDIN. In 2010 kwam bijvoorbeeld het eerste anti-depressivum voor honden op de Nederlandse markt. Reconcile heeft dezelfde werkzame stof als Prozac, maar dan met rundvleessmaakje.

We zijn doorgeslagen, vindt Verduyn, niet alleen wat betreft medische mogelijkheden. Het aankleden en optutten van een schoothondje, het houden van (te veel) katten in een kleine of stadse woonruimte, het door en door verwennen van een dier tot het geven van bonbons met Kerst aan toe: ze vindt het „schending van de integriteit” van het dier. Daarbij is vooral de hond de klos, zegt Avonturia-eigenaar Huybers. „Die werkt gewoon mee. Een hond heeft een baas, een kat heeft personeel.”

Ondernemer Sebastiaan Hooft ondervond dat zelf. Zijn hagelwitte appartement werd geruïneerd door de twee katten van zijn vriendin. Hij vond haar te meegaand met de dieren, zij hem liefdeloos. Ze zochten een kattengedragsdeskundige, maar bedachten na het bezoek dat het professioneler zou kunnen. Samen richtten ze Petminds op, „de Dog Whisperer voor consumenten”, een verwijzing naar de Amerikaanse hondenpsycholoog met tv-show César Millán. Dat er een markt is voor huisdierpsychologen („Wij zijn een pil, geen vitamine”), daaraan twijfelt Hooft niet. „Nederland telt zo’n 3,5 miljoen huishoudens met een kat. [Dierendeskundige] Martin Gaus schat dat in de helft van de huishoudens het gedrag van het huisdier als problematisch wordt ervaren. De markt is dus enorm.”

Volgens Hooft krijgen huisdieren vaak de schuld van problemen, terwijl het probleem eerder bij het baasje ligt: het appartement is bijvoorbeeld te klein. De katten van zijn vriendin zijn inmiddels naar zijn schoonmoeder verhuisd.

Avonturia-eigenaar Huybers zou niet snel naar de psycholoog gaan met zijn huisdier – als hij dat had gehad. Een jasje aantrekken? Zeker niet. Maar ook zijn eigen werknemers bewijzen dat genoeg Nederlanders verder gaan in hun dierenliefde. De vrouw die verantwoordelijk is voor de afdeling knaagdieren draagt op haar bovenarm een tatoeage van de overleden beverrat Billy, tot een half jaar geleden de lieveling van de bezoekers. „Dikke tranen”, herinnert Huybers zich. „Ik vind dat misschien bizar, maar als heel veel mensen lol aan zo’n dier beleven, is dat toch geweldig.”