Oost-Europese landen geven vooral punten aan elkaar

◯ Waar ◯ Grotendeels waar ◯ Half waar ◯ Grotendeels  onwaar ◯ Onwaar

De aanleiding

Het is elk jaar hetzelfde liedje. Wij als westers land maken toch geen kans om het Songfestival te winnen, zeggen Songfestivalcritici. Want Oost-Europese landen geven de meeste punten aan elkaar. Met vanavond de eerste halve finale, waar Anouk namens Nederland optreedt, leek het ons tijd om deze hardnekkige bewering eens te checken.

En, klopt het?

De bewering houdt ook wetenschappers bezig. In het onderzoek How does Europe makes its mind up van de Oxford University (2005) bekeken de onderzoekers de punten die gegeven werden tussen 1992 en 2003. De conclusie was dat er zeker clusters bestaan. Er was een sterke samenhang tussen Cyprus en Griekenland, en er was ook een cluster van Scandinavische landen, waar vreemd genoeg ook Estland bij hoorde. Ook Nederland en België gaven elkaar volgens de onderzoekers meer dan gemiddelde punten.

In 2006 maakten de econometristen Laura Spierdijk en Michel Vellekoop van de Universiteit Twente ook een analyse, van het stemgedrag tussen 1975 en 2003. Bijzonder is dat zij naar individuele landen keken en ze keken specifiek naar ‘logische’ correlaties, zoals voorkeur voor landen met talen of culturen die op elkaar lijken. Landen die qua taal veel op elkaar lijken bleken inderdaad meer dan gemiddeld op elkaar te stemmen. Uitzonderingen zijn Zwitserland en Malta, die houden van liedjes in voor hen exotische talen. Ook hadden veel landen voorkeur voor liedjes van buurlanden en religie beïnvloedde eveneens het stemgedrag. Opvallend was dat landen met een relatief grote populatie Turken meer punten aan Turkije toekenden. De braafste jongetjes van de klas waren Roemenië, Rusland en Monaco – zij stemden niet op landen dichtbij of met overeenkomstige talen of culturen. De Baltische staten, Cyprus, Griekenland en voormalig Joegoslavië juist wel. Pas sinds 1997 wordt er door het publiek gestemd, voor die tijd was er een jury. Sinds de invoering van dit zogenaamde televoting is de invloed van niet aan liedjeskwaliteit gerelateerde factoren aanzienlijk gegroeid.

Deze beide onderzoeken laten duidelijk zien dat er wel degelijk invloeden aan het werk zijn die niets te maken hebben met de kwaliteit van liedjes. Dat Oost-Europese landen bovenmatig op elkaar stemmen blijkt er niet uit. Zo vreemd is dit niet, sinds 2003 – het laatste jaar waar de onderzoeken betrekking hadden – doen er veel meer Oost-Europese landen mee. Hierover zeggen de onderzoeken nog niets en recenter onderzoek is er niet.

Om toch tot een uitspraak over Oost en West in de recente jaren te komen, nemen we een eenvoudige benadering: we bekijken de punten die Oost en West de laatste tien jaar bij het Songfestival aan elkaar gaven. De 48 landen die in die tien jaar meededen (niet elk land deed alle jaren mee) verdelen we in Oost en West. Onder Oost vallen 23 landen, onder meer Oekraïne, Kroatië, Rusland, Armenië en Bulgarije. Onder West scharen we 25 landen, onder meer België, Cyprus, IJsland en Noorwegen. Jeroen Claassens van datakneder.nl voerde op verzoek van next.checkt het rekenwerk uit met gegevens van de website eurovision.tv. Van elk uitgedeeld punt keek hij of het van Oost naar Oost, van Oost naar West, van West naar Oost of van West naar West ging. Als Moldavië bijvoorbeeld 12 punten aan Servië gaf, tellen die 12 punten als van Oost naar Oost.

Wanneer we voor elk jaar bekijken welk percentage van de punten naar welk deel van Europa ging, dan zien we dat Oost-Europa inderdaad meestal het merendeel van de punten uitdeelt aan Oost-Europa, op 2002, 2003 en 2009 na. Maar wanneer we de percentages in een grafiek zetten, is te zien dat het percentage van de punten dat van West naar Oost gaat ongeveer hetzelfde verloop heeft als de punten van Oost naar zichzelf. De lijnen volgen elkaar. Met andere woorden: als er veel punten van Oost naar Oost gaan, gaan er in datzelfde jaar ook relatief veel punten van West naar Oost. Op basis van deze analyse is dus niet helemaal uit te sluiten dat de liedjeskwaliteit gewoonweg beter was.

We bekeken de rond het Songfestival veelgehoorde bewering dat Oost-Europese landen de meeste punten aan elkaar geven. Uit twee onderzoeken die Songfestivalpunten tot 2003 bekeken, bleek dat er inderdaad clusters tussen landen bestaan, vooral ingegeven door overeenkomsten in ligging, taal en cultuur. Sinds de invoering van televoting is deze invloed zelfs gegroeid. Een Oost-Europees cluster bleek uit deze onderzoeken niet expliciet, maar uit eenzelfde analyse voor de afgelopen jaren zou dit wellicht wel blijken. Nu doen er immers veel meer Oost-Europese landen mee dan in 2003. Zulk onderzoek is echter niet voorhanden. Daarom voerden we zelf een eenvoudige analyse uit en keken voor de afgelopen tien jaar welk percentage van de stemmen van Oost naar Oost, van Oost naar West, van West naar Oost en van West naar West ging. Hieruit blijkt dat inderdaad een groter percentage stemmen van Oost naar Oost gaat dan van Oost naar West. Hoewel het niet helemaal zeker is dat dit door andere factoren dan de liedjeskwaliteit wordt veroorzaakt, beoordelen wij de stelling dat Oost-Europese landen de meeste punten aan elkaar geven als grotendeels waar.