Obama: persvrijheid, maar ook informatie beschermen is belangrijk

Witte Huis-woordvoerder Jay Carney staat journalisten te woord bij de persconferentie over het beslagleggen op telefoongegevens van AP. Foto Reuters / Kevin Lamarque

Obama is een fel voorstander van persvrijheid, maar wil het wel uitzoeken als geheime informatie uitlekt. Dat statement moest het Witte Huis vanavond naar buiten brengen na het bericht van afgelopen nacht dat het ministerie van Justitie beslag heeft gelegd op de telefoongegevens van AP-journalisten.

Dat ging om binnenkomende en uitgaande telefoontjes en de duur daarvan op de werk- en privénummers van individuele verslaggevers, alsook de algemene nummers van kantoren van het persbureau in New York, Washington en Hartford. Verder zijn ook de gegevens verkregen van het AP-nummer op de perstribune van het Huis van Afgevaardigden. In totaal zijn de gegevens van twintig telefoonlijnen van AP in beslag genomen in april en mei 2012.

De reden zou zijn dat officieren van Justitie bezig waren met een onderzoek naar het uitlekken van een verijdelde bomaanslag van de Jemenitische tak van Al-Qaida op een verkeersvliegtuig naar de VS in het voorjaar van 2012.

“De president vindt dat de pers onbelemmerd onderzoeksjournalistiek moet kunnen doen”, zei woordvoerder van het Witte Huis Jay Carney vanavond in een reactie op de ophef die is ontstaan.

“Maar hij is ook verplicht, als president en als burger, om te voorkomen dat geheime informatie, die onze nationale veiligheid en individuen kan schaden, naar buiten komt.”

Een official van het ministerie van Justitie zei dat justitieminister Eric Holder, een vertrouweling van Obama, niet besloot beslag te leggen op de telefoongegevens - dat deed zijn plaatsvervanger. Holder zelf zei dat hij er vertrouwen in heeft dat zijn ministerie gewoon volgens de regels gehandeld heeft, omdat het om een ‘ernstig’ lek in de nationale veiligheid ging dat onderzocht moest worden.

Derde affaire binnen een week voor Obama

Het is geen goede week voor Obama. Het Huis van Afgevaardigden, gedomineerd door Republikeinen, onderzoekt de aanval op de Amerikaanse ambassade in Banghazi van 11 september vorig jaar en hield vorige week een hoorzitting met ex-stafleden van ambassadeur Chris Stevens, die daarbij omkwam. De Republikeinen willen aantonen dat de regering heeft willen verbergen dat het om een goed voorbereide terreuraanval ging.

En er is het zogenoemde IRS-schandaal, genoemd naar de Amerikaanse Belastingdienst. Die bracht vrijdag naar buiten dat tussen 2010 en 2012 extra onderzoek is verricht naar zo’n 75 ngo’s die geregistreerd staan als Tea Party-groep of ‘patriot’ in hun naam hadden staan. Deze groepen maakten aanspraak op belastingvrijstelling. Omdat alleen vermoedelijk conservatieve groepen extra onderzocht zijn, vermoeden Republikeinen politieke motieven. Daar komt nu een strafrechtelijk onderzoek naar.