Neerkijken op Dan Brown hoeft niet

Vandaag zijn er Dan Brown-ontbijtjes in de boekhandel Zijn nieuwe boek Inferno verschijnt vandaag wereldwijd Historici zijn al begonnen met de plotontrafeling, voor er een letter te lezen was

Medewerker Boeken

‘De vermaarde auteur Dan Brown ontwaakte in zijn luxueuze hemelbed in zijn dure huis van 10 miljoen dollar – en onmiddellijk was hij woedend. De meeste mensen zouden denken dat de 48-jarige man geen reden had om kwaad te zijn. Hij was immers een beroemd schrijver en vandaag kwam er een nieuw boek van hem uit. Maar dat was nu precies het probleem. Een nieuw boek betekende dat de rijke romanschrijver kon rekenen op aanvallen van de vurigste vijanden van de gefortuneerde fantast. De critici. Vermaard auteur Dan Brown haatte critici.’

Zo begon de Britse krant The Telegraph gisteren de berichtgeving rondom het vandaag verschenen Inferno van Dan Brown. Het is een geestig stuk dat de wat redundante stijl van Brown geheel over de top voert, een recensie, opgebouwd als een complottheorie rondom critici die het de schrijver moeilijk willen maken op de dag dat zijn nieuwe boek verschijnt.

Het nieuwe boek is niet alleen voor Dan Brown zelf een happening. Wereldwijd verschijnt zijn nieuwe roman Inferno, in twaalf talen tegelijk. Vertalers hebben maandenlang in een Italiaans uitgevershuis opgesloten gezeten om in het geheim aan hun vertalingen te werken. En dat heeft kennelijk gewerkt, want er is opvallend weinig uitgelekt over de nieuwe Brown. We weten alleen dat het wederom om Robert Langdon gaat – de Harvard-professor die we nog kennen uit Engelen en demonen (2000), De Da Vinci code (2003) en Het verloren symbool (2009) – die dit keer een code rondom Dante ontrafelt. Maar dat is informatie van Brown zelf, die de lezers alvast ‘opwarmt’ met uitspraken als: „Ik verheug me erop in mijn nieuwe boek de lezers mee te nemen op een reis naar deze mysterieuze wereld, een landschap vol codes, symbolen en geheime doorgangen.” Zijn uitgevers deden de rest: ze kwamen maanden van tevoren met boektrailers vol spannende muziekjes en geleerde mannen die zich bogen over het mysterie Dante. Dan Brown zelf liet ondertussen op zijn website een teller lopen waarop we de dagen, uren, minuten en seconden konden aftellen voordat we naar de winkel konden stormen voor het boek.

Snobisme

Niemand mocht het boek van tevoren lezen uit vrees voor negatieve recensies (al wist een handige journalist van The New York Times een exemplaar te bemachtigen, daarover later meer). Hoe pak je dat dan aan op de dag van verschijning, vandaag dus? Je kunt sjiek zijn en wachten tot een recensent het boek heeft gelezen en die het de moeite waard vindt om het ook daadwerkelijk te bespreken – zoals wij vrijdag doen (dit stuk even niet meegeteld). Je kunt het humoristisch aanpakken zoals Michael Deacon in zijn persiflage doet in The Telegraph. Of je zoekt uit of Inferno wederom een bestseller kan worden, zoals The Independent doet. Zal Dante net zoveel nieuwsgierigheid oproepen als Leonardo Da Vinci in Browns voorganger indertijd, vraagt de Britse krant zich af. Ja, want Dante is overal in de westerse cultuur terug te vinden, volgens journaliste Suzi Feay. Vervolgens laat ze historicus Michael Haag aan het woord. Hij schreef al ‘rough guides’, inleidingen met, zo nodig, correcties op de historische juistheid voor De Da Vinci Code en Het verloren symbool. Uiteraard verheugt hij zich op een groot succes van Inferno – ook zijn kostje is dan gekocht. Sterker nog: hij is alvast begonnen met zijn inleiding op het nieuwe boek, zonder dat hij het kon inzien. Haag ergert zich aan de snobs die het niet waarderen dat Da Vinci dankzij Dan Brown weer populairder is dan ooit. Nog ergerlijker vindt hij de mensen die beweren dat Brown de boel versimpelt en trivialiseert. Haag: „Mensen voelen zich verplicht te zeggen dat ze neerkijken op Dan Brown. Ik niet. Ik vond De Da Vinci Code extreem interessant. En ik verwacht dat Inferno dat wederom zal zijn. Mensen hebben een heel verkeerd beeld van Florence, zeker als het om de tijd gaat dat Dante er woonde.”

Daarnaast interviewt Feay een andere historicus, James Burge, die wat zuur verklaart dat hij al blij zou zijn met eentiende procent van de kopers die Brown straks heeft. Hij schreef al eerder boeken over Dante die weinig kopers trokken. Wel meent ook hij dat de Italiaanse Renaissance-poëzie opnieuw zal herleven dankzij Brown, en daarom is ook hij alvast begonnen aan een boek waarin Inferno wordt verklaard. Brown belooft dus ook gouden tijden voor historici.

Mensen van snobisme beschuldigen, dat werkt altijd goed. Wie luidkeels roept dat de literaire wereld van snobs aan elkaar hangt, heeft een effectieve methode gevonden om kritiek bij voorbaat onmogelijk te maken. Bovendien is het niet eens zo hard nodig, als we The New York Times van gisteren mogen geloven.

Mevrouw Brown

Net als bij Het verloren symbool was The New York Times weer de eerste krant met een recensie, al hebben ze het embargo minder opzichtig geschonden dan de vorige keer. Bovendien is ditmaal Dan Brown ook niet boos, blij twittert hij over de ‘dolenthousiaste’ recensie.

Goed, dat dolblij is een beetje overdreven, maar recensent Janet Maslin vindt Inferno inderdaad een van de beste Dante-‘bewerkingen’ ooit, vooral doordat Brown dit keer niet zijn best doet er een college van te maken, al staan er ‘wel weer heel erg veel toeristische details’ in. En voor liefhebbers van complottheorieën valt er weer genoeg te beleven. Van de verschijningsdatum (14/5/13, dat is een anagram van pi – 3,1415 – het symbool dat wordt gebruikt voor de berekening van de omtrek van een cirkel, en Dante verdeelde de hel in cirkels! etcetera, etcetera, diepe zucht) tot en met een rijk personage dat echt zou bestaan, Zobrist.

Maar de gefortuneerde fantasievolle, rijke romans schrijvende, spelletjes spelende schrijver, met zijn overvloedige onderzoek en zijn propvolle plots, hoeft niet wakker te liggen. Wanneer de hoofdpersoon in Inferno een privévliegtuig wil, krijgt hij te horen: ‘Als je ‘Vijftig tinten iconografie [prentenkunst] schrijft, dán kun je een privévliegtuig krijgen.’ Guess what!, aldus de recensie in The New York Times, ‘Dan Brown heeft het al geschreven.’

Het lijkt zowel van enige zelfspot te getuigen, dat Dan Brown hier de strijd met E.L. James lijkt aan te gaan. Maar de journalist van The Telegraph ziet een andere toekomst voor Brown in het verschiet. In zijn persiflage neemt hij een voorschot op het volgende boek wanneer hij de ‘vermaarde auteur’ laat mijmeren over zijn toekomstige werken: ‘Misschien zou hij zich ooit, geïnspireerd door de prachtige Mevrouw Brown, laten verleiden om zich in te laten met romantische poëzie, zoals de Britse marktleider op dat gebied, rijmelaar John Keats. Dat zou mooi zijn, meende de getalenteerde, om zich vervolgens weer terug te trekken in zijn luxe hemelbed. Hij voelde zich zo gelukkig als een man die iets had om gelukkig over te zijn en die daarover dan ook naar verhouding gelukkig is.’

Lees de hele Brown-persiflage op nrch.nl/w8p