leerde mij een wijze les: controle is een illusie, chaos de regel Jurassic Park

Steven Spielbergs film over dinosauriërs vormt een rode draad in het leven van Rutger Lemm. In de 3D-versie ziet hij zelfs een diepere boodschap.

4 oktober 1993

Het is mijn achtste verjaardag. Mijn vader rijdt tien jongetjes naar de bioscoop. Een aantal zit in de achterbak en niemand heeft een riem om, wat hem zenuwachtig maakt. Hij zegt iets te vaak dat we rustig moeten blijven zitten en moeten bukken als de politie langsrijdt. Iedereen knikt en doet zijn best kalm te blijven, wat heel moeilijk is voor achtjarige jongetjes. De spanning van deze situatie maakt de reis voor mij extra avontuurlijk.

Na meer dan twee uur komen we betoverd naar buiten. Jurassic Park is de beste film ooit. We waren al dinosaurusjongens, die als mini-wetenschappers de officiële namen (Triceratops, Stegosaurus, Pterodactylus) en feiten (‘Een Tyrannosaurus rex kon twaalf meter lang worden’) uit ons hoofd kenden. Maar de intense actie en de special effects van deze film geven ons vooral het gevoel dat we voor vol worden aangezien. De weelde die regisseur Steven Spielberg ons voorschotelde is bovendien een logisch onderdeel van een zorgeloze jeugd vol welvaart. We geloven misschien niet meer in Sinterklaas, maar alle andere illusies staan nog fier overeind. Het leven is perfect en vol beloftes van ware liefde, rijkdom en familiegeluk, als een Hollywoodfilm. Ik heb talloze toekomstplannen en weet zeker dat ze volledig zullen slagen.

Op de terugweg wordt mijn vader aangehouden door een politieauto. Hij krijgt een boete, maar mag ons „voor deze keer” wel naar huis rijden. De bon wordt onder de jongetjes doorgegeven en bewonderd. Mijn verjaardag kan niet beter.

10 november 1995

Ik heb voor het eerst liefdesverdriet en kijk als troost samen met mijn broertje naar onze video van Jurassic Park. Onze kat Tommy kijkt mee. Na de scène met de T-rex springt hij van schoot en gaat door het kattenluikje naar buiten. Tien minuten later legt hij een dode vogel voor ons neer en verorbert het beest theatraal. We testen vervolgens hoe Tommy reageert op Jaws, maar hierbij valt hij in een lome kattenslaap.

12 augustus 1997

Ons gezin maakt een rondreis door Amerika. Het gaat niet goed tussen mijn ouders. Mijn broertje speelt continu op zijn Gameboy, ook al is het uitzicht nog zo indrukwekkend. In het pretpark Universal Studios in Los Angeles gaan we in de Jurassic Park Ride, waarbij ons bootje steeds sneller langs dinopoppen vaart en uiteindelijk eindigt met een smak van grote hoogte in het water. Na afloop dwalen we rond terwijl onze ouders koffie drinken en klagen over de grote Amerikaanse formaten. Bij de Jurassic Park Ride zie ik een bordje met ‘Warning! Splash zone!’. Ik zeg tegen mijn nietsvermoedende broertje dat we daar echt even moeten kijken. Als het volgende bootje naar beneden stort, krijgen we de volle laag. Mijn ouders moeten niet lachen om onze zeiknatte kleren.

23 maart 2002

Het puberbestaan is verwarrend, maar gelukkig kan een van mijn beste vrienden heel goed dinosaurussen nadoen. Soms doet hij plotseling het licht in de kamer uit en kromt zijn rug voor de velociraptorhouding. Wij gaan helemaal op in het spel en zoeken doodsbang beschutting. Hij snuift en krijst tijdens zijn jacht, springt plotseling op een tafel of duwt een stapel boeken om. Het voelt net als de beroemde keukenscène uit onze favoriete film. Soms achtervolgt hij ons door de hele school, langs verbaasde leraren en klasgenoten. Als hij de T-rex speelt proberen we stokstijf te blijven staan, ook als hij zijn kop vlak langs ons gezicht zwiept en angstaanjagend brult. Hij mag mee met mijn familie op vakantie, en maakt mijn broertje zo bang dat mijn moeder hem voor de rest van het verblijf officieel verbiedt om ‘de raptor te doen’.

Ondertussen gaan alle ouders uit elkaar – de vaders krijgen midlife crises en de moeders worden opeens lesbisch.

3 mei 2013

Ik rijd op de fiets naar de bioscoop, voor Jurassic Park 3D. Mijn zadel is kapot, ik voel hoe met elke beweging oud regenwater tussen mijn billen gesponst wordt. Helaas heb ik geen geld om het te laten repareren, omdat ik werk als freelancer. Geen van mijn vrienden wilde mee naar de film: ze zijn ziek, hebben een relatiecrisis, herstellen van een burn-out, of vinden Pathé te kapitalistisch . Ik moet de lulligheid van de 3D-bril dus in mijn eentje dragen, terwijl ik me al zo depressief voelde. In de afgelopen twintig jaar zijn al mijn illusies en dromen in rook opgegaan en vervangen door het saaie ‘soms geluk en soms verdriet’-realisme dat Het Leven heet. Na de kredietcrisis, de klimaatcrisis en de koningsliedcrisis heeft mijn cynisme een hoogtepunt bereikt. Ik geloof nergens meer in. Nu weet ik dankzij internet zelfs de geheimen achter de magische special effects van Spielberg: de raptors zijn mannen in pakken en hun schreeuw is het geluid dat een zeeschildpad tijdens de paring maakt. Een avondje nostalgie is het beste waar ik op kan hopen.

Na meer dan twee uur sta ik betoverd buiten. Het meesterwerk is net zo overtuigend als twee decennia eerder. De special effects gaven mijn cynisme geen kans: als dinosaurussen nu zouden terugkeren en er niet zo zouden uitzien en zouden bewegen als in Jurassic Park, zou ik ze niet serieus nemen. Bovendien realiseerde ik me dat het verhaal diepere lagen bevat die ik vroeger niet kon begrijpen. Jurassic Park is een feministische film, waarin de dinowijfjes de macho’s opeten, de overige mannen hun gevoelige kant moeten ontdekken en de vrouwen (en meisjes) de echte helden zijn.

Het echte thema van Jurassic Park is dat controle de grootste illusie is. Dit hebben alle crises van de laatste jaren ons ook laten zien. Je kunt de natuur, financiën of het leven proberen te beheersen, maar uiteindelijk kom je altijd terecht in de chaostheorie van dr. Ian Malcolm: ‘Life will find a way’. Je kunt proberen om wanhopig vast te houden aan een plan, maar uiteindelijk word je dan opgegeten. Zoals de dinosaurussen uiteindelijk tijdens een storm uit hun kooien breken, zo zal het leven je altijd verrassen. Jurassic Park is een ode aan de verbeelding, maar waarschuwt tegelijk dat je niet te utopisch moet dromen. Dan raak je onvermijdelijk teleurgesteld.

Ik haal mijn dinosauruspoppen van zolder, gooi mijn plannen uit het raam en kauw luid brullend op een bloederige geitenpoot.