Kunst kan zo'n elitair eilandje zijn

Laurie Cluitmans (29) is directeur van Fons Welters, een van de belangrijkste Nederlandse galeries, en leidt samen met anderen een debat- en tentoonstellingsruimte.

Nederland, Amsterdam, 29-04-2013 Laurie Cluitmans Gallery director at Galerie Fons Welters; freelance curator and art critic PHOTO AND COPYRIGHT ROGER CREMERS Roger Cremers - 2013

medewerker beeldende kunst

Haar huis staat in de schaduw van de Amsterdamse Westertoren, de hipste cafés, galeries en restaurants liggen om de hoek. Maar Laurie Cluitmans (29) is niet geïnteresseerd in hip en hot. ‘Down to earth’ noemt ze zichzelf, ook al is ze dag en nacht, zeven dagen in de week met kunst bezig. Op belangrijke kunstbeurzen in binnen- en buitenland staat ze hooggehakt en zelfverzekerd verzamelaars te woord. Cluitmans is nu directeur van Fons Welters, één van de belangrijkste galeries van Nederland. Ze schrijft kritieken, organiseert tentoonstellingen en programmeert een op praktische levensvragen georiënteerde kunstruimte. „Ik denk weleens: waar ben ik in godsnaam mee bezig? Kunst kan zo’n elitair eilandje zijn!” Dus is ze op zoek naar verbinding tussen kunst en engagement, leven en werk. Misschien is haar jeugd op de boerderij wel debet aan die houding. Haar vader, een oude hippie, teelde in het Limburgse Asselt mais, spruitjes en aardappelen. Oogsten mislukten weleens, maar zij en haar zussen beleefden er een onbezorgde jeugd. De middelbare school ging vanzelf, in het weekeinde was het feest. Toen zij op haar achttiende in Amsterdam ging studeren, kwam aan het uitgaan een einde. „Ik dacht: nu moet ik mijn best gaan doen. Maar dat moment kwam maar niet.”

In 2008 studeerde je af in twee studierichtingen en tussendoor bezocht je ook de prestigieuze McGill University in Montreal. Ben je een streber?

„Nee, ik ben niet carrière-driven. Ik kan gewoon moeilijk stilzitten. Mijn moeder zei dat ik moest doen waar ik gelukkig van werd. Of ik er mijn brood mee kon verdienen was een tweede verhaal. Ik dacht met communicatiewetenschappen een solide studie te hebben gevonden, waar ik veel creativiteit in kwijt kon. Maar dat viel tegen. Van alles wat ik las, dacht ik: ja, maar dat is toch lógisch.”

Wat deed je eraan?

„Ik ging kunstgeschiedenis studeren. Ik heb lang het idee gehad dat ik niet normaal was, terwijl de wereld dat wel was. Ik dacht: als ik nu maar lang genoeg observeer, luister, zorg dat mijn referenties op orde zijn en kijk hoe mensen met elkaar omgaan, dan zal ik langzaam maar zeker zelf ook normaal worden.”

Leer je dat van kunst?

„Nee. Van kunst leer ik juist het omgekeerde. Een kunstwerk kan een kleine frictie bewerkstelligen in de manier waarop je de alledaagse werkelijkheid waarneemt. Plotseling zie je dat er een sluier over de werkelijkheid ligt en dat de wereld daaronder alles behalve normaal is. Hoe de boerderij is ingedeeld, de landerijen daaromheen, het dorp en later de stad – het zijn indelingen in het letterlijk waarneembare. Ik nam aan dat dit de werkelijkheid was. Punt. Kunst leert mij zien dat de wereld zoals ze zich aan me voordoet, anders kan zijn. Kunst heeft ook met hoop te maken. Dat ik wakker word geschud en besef dat ik de dingen anders zou kunnen doen, anders zou kunnen voorstellen.”

Liefde voor kunst heeft dus ook een idealistische kant?

„Absoluut. Bovendien kwam ik tijdens mijn studie bij de redactie van het tijdschrift Simulacrum te werken. Daar leerde ik dat er zoiets als hedendaagse kunst bestaat, en dat je er ook nog eindeloos over kunt praten. Eindelijk vond ik die discussies waarover ik op mijn zestiende in de boeken van Joost Zwagerman en Ronald Giphard had gelezen en waarvan ik zo gecharmeerd was. Toevallig begon ik toen ook bij de galerie van Fons Welters te werken. Eerst als invaller, toen als assistent en nu als directeur. Door het werk bij de galerie ben ik me meer voor hedendaagse kunst gaan interesseren. Je ziet tegenwoordig veel zogenaamd geëngageerde kunstenaars die feitelijk meer projectmanager zijn dan kunstenaar, alleen nog maar met de boodschap bezig zijn of relaties, en geen enkele visuele claim meer leggen op het werk. Ik zoek naar die combinatie van engagement en autonomie, zoals je heel mooi ziet bijvoorbeeld bij één van mijn favoriete kunstenaars Thomas Hirschhorn.”

Waarom spreekt juist die combinatie je zo aan? Mag een kunstwerk niet alleen maar mooi zijn?

„Een goed kunstwerk is de enige vrije plaats in de samenleving waar rede en emotie schijnbaar bij elkaar komen. Friedrich Schiller schrijft daarover in zijn Esthetische Brieven. Een goed kunstwerk dient volgens hem geen ander doel dan dáár zijn voor zichzelf. Juist doordat het kunstwerk losstaat van de samenleving maar er tegelijkertijd in staat, kan de toeschouwer een heelheid ervaren die hij is kwijtgeraakt. Ik denk dat je Schillers ‘heelheid’ niet letterlijk hoeft te nemen. Er zijn verschillende scenario’s mogelijk waarin leven en kunst samenkomen.”

Noem eens een voorbeeld?

In de kunstruimte Rongwrong, in de Chinese buurt in Amsterdam, organiseer ik samen met Arnisa Zeqo en Antonia Carrara sinds 2012 intimate gatherings. Deels geïnspireerd op Alain de Bottons School of Life in Londen stellen we iedere twee maanden in intieme bijeenkomsten praktische levensvragen aan de orde. We nodigen schrijvers, kunsthistorici maar ook spirituele healers uit in een huiselijke omgeving. Wij serveren hapjes en drankjes in een circle of trust, iedereen zit hutjemutje op elkaar, er heersen geen stigma’s, geen dogma’s, geen hiërarchie. Ik vind het belangrijk om je af te vragen: wat betekent het om een goed leven te leiden? Die vraag lijkt verdwenen uit het alledaagse leven en misschien ook wel uit de filosofie. In Rongwrong proberen wij aan de hand van het thema ‘ouderdom en jeugd, het verstrijken van tijd’ een antwoord op die vraag te vinden. Jeugd is niet per se een subcultuur, een bepaalde muziekstroming: jeugd bestaat als het goed is je hele leven. Dat hoop ik.”

Wat is een goed leven leiden voor jou?

„Moeilijke vraag. Ik vind het belangrijk om in elke situatie, of het nu om werk gaat of privé een humaan standpunt in te nemen. Ik wil voorbijgaan aan normen, gevoelens die worden opgelegd of ontstaan vanuit gewoontes, afspraken en mijn persoonlijke geschiedenis. Ik probeer datgene te doen waar ik in geloof, waarvan ik denk dat het iets kan bijdragen aan het bestaande, al is het op een heel klein niveau. Als ik alleen zou werken vanuit economisch gewin, zou ik me vervreemd voelen van wie ik ben. Ik werk in de kunst, maar ik kom uit een heel andere wereld. Dat is op zichzelf al lastig. In de galerie ontmoet ik soms verzamelaars die me behandelen als ‘het meisje dat kunst gaat verkopen’. Mijn haren gaan er recht van overeind staan. Diep in mijn hart wil ik zo iemand niets verkopen. Dan denk ik: stik er maar in. En daar, ja, daar moet ik ook tegen vechten.”

    • Lucette ter Borg