In de file naar school, of je nu rijdt of fietst

De verkeersituatie rondom basisscholen is een bron van stress, staat in een recent verschenen SCP-rapport De oplossing? Meer zoen- en zoefstroken Of gewoon een algemeen stopverbod

ROTTERDAM - Dubbelparkeren om de kinderen naar school te brengen in de GRaaf Florisstraat in Rotterdam COPYRIGHT ROBIN UTRECHT

Redacteur jeugd & gezin

Er staan drie auto’s met knipperende lichten dubbel geparkeerd in de Graaf Florisstraat in Rotterdam. Andere auto’s manoeuvreren moeizaam om bij de schaarse parkeerplaatsen te komen, en fietsers zigzaggen tussen de dubbelparkeerders en de manoeuvreerders door. De verkeerssituatie rondom basisscholen is een bron van stress. Zoals een vader in een recent verschenen SCP-rapport zegt: „Ja, nou, rondom school is het echt chaos. Als je met de fiets bent, dan vervloek je alle automobilisten en als je met de auto bent, dan vervloek je bij wijze van spreken alle fietsers.”

Van alle kinderen op de basisschool wordt ruim 40 procent met de auto gebracht. Moeders brengen het vaakst, bijna 80 procent van halen en brengen komt voor hun rekening. Ze doen dit in ruim eenderde van de gevallen met de auto, vaders in meer dan de helft van de gevallen. De voornaamste reden om de kinderen met de auto te brengen is dat ouders doormoeten naar hun werk: de snelweg op.

Om kwart over acht ’s morgens zijn veel bewoners van de Graaf Florisstraat nog thuis en is er weinig plaats om te parkeren. Maar de school in de straat, de Blijberg, begint nu eenmaal om half negen met de lessen, en deze ouders komen hun kinderen naar school brengen. Met de auto. „Het is gevaarlijk”, zegt moeder Naziha, met haar dochter aan de hand. Zij lopen naar school. „Vooral omdat deze straat ook een doorgangsroute is voor fietsende kinderen.” Een andere moeder, ze wil niet met haar naam in de krant, vertelde dat bij het inparkeren onlangs een fietser tegen de auto reed.

Het zou goed zijn, ontspannen beginnen, maar voor veel ouders begint de dag met stress. Bij basisscholen staan ’s morgens files, omdat er te weinig parkeerplaatsen zijn. Ouders die kinderen lopend of fietsend brengen, komen ook terecht in die verkeerschaos.

Scholen zelf doen er van alles aan om het verkeer in goede banen te leiden. In het rapport van het Sociaal en Cultureel Planbureau staan voorbeelden van verzoeken aan ouders om niet op de stoep te parkeren, de maximumsnelheid wordt in overleg met de gemeente verlaagd tot 15 kilometer per uur, er worden ‘parkeerremmende maatregelen’ overwogen, en de politie deelt boetes uit aan foutparkeerders.

Beleidsmakers moeten accepteren dat ouders die werken hun kinderen nu eenmaal met de auto willen brengen, vindt het SCP. Dat pleit ervoor meer zogenoemde ‘zoen- en zoefstroken’ te maken, plekken waar ouders kort kunnen stoppen om kinderen af te zetten, zonder dat ze ander verkeer hinderen.

Anderen vinden dat autogebruik bij school juist ontmoedigd moet worden, om kinderen de kans te geven zelfstandig met de fiets te komen. Vooral omdat de leeftijd waarop kinderen dat doen al jaren stijgt: gingen kinderen in de jaren tachtig met 6,5 jaar zelf naar school, nu doen ze dat pas met 9,5 jaar.

Het is een vicieuze cirkel, zegt Janneke van Klei. Zij coördineert bij de Fietsersbond de ‘Fietsschool’, waar je fietslessen kunt volgen. „Het is aanstekelijk”, zegt ze. „Omdat zoveel ouders hun kinderen met de auto brengen, vinden andere ouders het onveilig om hun kinderen met de fiets te laten gaan.” Dat was bijvoorbeeld voor de gemeente Groningen reden om in 2010 een stopverbod af te kondigen in de straten rond alle 54 basisscholen. „Dat is dus een fundamenteel andere keuze dan het faciliteren van gehaaste ouders met een zoen- en zoefstrook”, zegt de Fietsersbond in een reactie op het SCP-rapport.

Volgens de bond krijgen kinderen zo te weinig tijd om te oefenen met deelnemen aan het verkeer, voordat ze naar de middelbare school gaan – dat doen verreweg de meeste kinderen zelfstandig. „Terwijl ze dan ook nog in groepen fietsen, met rondgierende hormonen”, zegt Van Klei. Brugklassers zijn dan ook relatief vaak betrokken bij verkeersongelukken, zegt zij.

Er is bovendien de laatste jaren een lichte daling te zien van het aantal scholen dat verkeerslessen afneemt, vooral in stedelijke gebieden, zegt Veilig Verkeer Nederland. Geldgebrek is een belangrijke reden, maar het komt ook vaker voor dat kinderen in de bovenbouw nog niet kunnen fietsen. Dat zijn niet alleen allochtone kinderen, die het niet van huis hebben meegekregen, zegt Van Klei, maar ook de kinderen die te lang in de bakfiets hebben gezeten. En dat is niet alleen om de veiligheid. Het gaat natuurlijk ook veel sneller, zo’n bakfiets of achterop het fietsstoeltje, dan om naast een slingerend, ploeterend kind naar school te fietsen.