Het geld zat rechts, zelfs dát wisten ze

Nadat ze vijf mille van de bank had gehaald, werd Pety de Vries overvallen. De rovers wisten precies dat ze haar moesten hebben. Hoe kón dit?

Pety de Vries: „Als cliënt moet ik mijn geld op een veilige manier kunnen opnemen.” Foto Merlijn Doomernik

De website van ING was al twee weken niet bereikbaar door een cyberaanval. Pety de Vries (68) stond op het punt een tweedehands autootje te kopen en ze wilde niet het risico lopen dat ze niet bij haar geld zou kunnen. Die praktische reden, samen met „een breder gevoeld wantrouwen” ten opzichte van ‘de banken’, deed De Vries besluiten op vrijdagmiddag 12 april 5.000 euro van haar rekening op te nemen.

Ze ging ervoor naar het dichtstbijzijnde ING-bankkantoor in het Rotterdamse winkelcentrum De Binnenhof. Meer dan tweeduizend euro kun je niet pinnen. Bovendien leek het De Vries veiliger haar geld binnen in het bankkantoor op te halen.

Een uur later lag De Vries op de grond voor haar huis. Tussen haar bankpasjes en briefjes uit haar portemonnee. Een man en een vrouw gingen ervandoor in een gereedstaande auto met de 5.000 euro die ze van haar bankrekening had opgenomen.

Ze had het wel gek gevonden, hoe het ging in de bank. Toen ze aan de beurt was en vertelde wat ze wilde, werd ze niet meegenomen naar een apart kamertje. De vijftig briefjes van honderd euro werden ter plekke voor haar uitgeteld op de balie, waarboven in grote oranje letters ‘Kas’ stond. En daarna begon de bankmedewerker „meteen van alles te verkopen”. „Of ik niet wilde beleggen en welke informatie ik per mail wilde ontvangen. Of ik daarvoor even een formuliertje wilde invullen.”

De Vries probeerde intussen de vijftig briefjes van honderd euro onopvallend op te bergen in een zakje dat ze rond haar middel onder haar kleren droeg. Daarna haalde ze een taart bij de bakker en ging ze de Plusmarkt in, voor wat boodschappen. Bij de groente wees een vrouw haar op een grote rode vlek op haar jas: ketchup. Achteraf, denkt De Vries was dat de eerste poging haar te beroven. Het is een bekende truc. Een dief maakt iets vies en schiet dan te hulp. Tijdens het verwijderen van de vlek probeert hij je zakken te rollen. Maar in dit geval kwam er snel iemand van de winkel die haar jas schoonmaakte. Er waren veel vakkenvullers om haar heen. „Misschien durfden ze daardoor niet.”

De Vries had inmiddels haast, en liep naar haar auto. Daar tikte een man tegen haar raampje. Hij zei in gebroken Engels dat er iets stuk was aan de achterkant van de auto. Er moest a mechanic naar kijken. De Vries dacht dat de man doelde op een rubberen strip die al tijden loszit aan de achterkant, wuifde ‘bedankt’ en reed weg. Tijdens het rijden merkte ze echter dat een van haar banden leegliep.

Omdat het huis maar een paar honderd meter bij de bank vandaan is, reed ze door en parkeerde voor haar huis. Ze zette de taart in de koelkast en liep weer naar buiten om de lekke band beter te bekijken. Op dat moment kwamen een man en vrouw op haar af en vroegen, opnieuw in gebroken Engels, naar een adres in de buurt. De Vries denkt op basis van hun uiterlijk en hun accent dat het Oost-Europeanen waren.

Toen ze antwoord wilde geven, liep de man achter haar langs en legde een hand op haar schouder. Zijn andere hand drukte hij op haar mond. De zeepgeur van zijn handen heeft ze nog lang geroken. De vrouw van het stel begon direct op haar lichaam naar geld te zoeken. De Vries dacht: ik geef mijn portemonnee, daar zit tweehonderd euro in. Maar daar namen de overvallers geen genoegen mee. De vrouw zei: „No, the óther money.” Ze wist ook waar ze moest zoeken, vertelt De Vries. Bij haar middel, rechts, de plek waar ze het geld bij ING had opgeborgen.

Al die tijd hield de man nog steeds zijn hand op haar mond. De Vries beet er in. Niet te hard – ze was bang voor wat hij dan zou doen – maar hard genoeg om daarna te kunnen schreeuwen. Het huis van De Vries staat aan een rustig hofje, dat iets terug ligt van de doorgaande weg. Er kwam niemand.

Met de 5.000 euro renden de man en vrouw weg. Een buurman verderop zag ze nog in een auto stappen, waarin ook anderen zaten. De motor draaide al.

Sinds de beroving is De Vries „schrikachtig”. Ze heeft de beveiliging van haar huis verbeterd. En ze wil haar tuin afsluiten, zodat niet iedereen er zomaar in kan lopen. „Ik ga altijd iets dóén.”

Structureel bang is ze niet. Maar ze is achteraf wel heel boos geworden op de bank, die zijn klanten „in gevaar brengt” door het geld openlijk uit te tellen aan kasbalies. „De balie is goed te zien als je in de rij staat voor de pinautomaat in het kantoortje.” Bij het kantoor in het winkelcentrum De Binnenhof is de balie zelfs vanaf de straat te zien, omdat het kantoor grotendeels glazen gevels heeft, en glazen schuifdeuren die continu open en dicht gaan.

Pety de Vries, oud-ambtenaar en oud-journalist, heeft zich erin verdiept en vindt dat de ING tekortgeschoten is in zijn zorgplicht jegens haar. „De vriendelijke en transparante ING-kantoortjes zijn volstrekt niet berekend op criminelen.”

Ze wil dat de bank het geroofde geld vergoedt. „Als cliënt moet ik mijn geld op een veilige manier op kunnen nemen. Banken zijn verplicht hun cliënten op risico’s te wijzen. En ze zelfs tegen zichzelf in bescherming te nemen als ze die risico’s onvoldoende opmerken.”