Geestige aanklacht tegen de mode-industrie

Die Straße. Die Stadt. Der Überfall van Elfriede Jelinek door de Münchner Kammerspiele. Regie: Johan Simons. Gezien 10/5, Theatertreffen, Berlijn. Inl. berlinale.de

Zelden vertoond: een decor dat applaus krijgt, voordat de voorstelling begonnen is.

Aan het begin van Die Straße. Die Stadt. Der Überfall van de Münchner Kammerspiele keren technici een twintigtal zakken vers ijs om, en vegen de glimmende blokjes uit over het toneel. Het resultaat is een even vergankelijke als verleidelijk blinkende speelvloer.

Een goed gekozen vondst, die slim het thema onderstreept van dit stuk van Elfriede Jelinek, geschreven voor de honderdste verjaardag van de Kammerspiele: kapitalistisch klatergoud.

Die Straße. Die Stadt. Der Überfall is de vijfde regie van Johan Simons die is geselecteerd voor het prestigieuze Theatertreffen. De stad uit de titel is München, waar Simons intendant is van de Kammerspiele; de straat de Maximilianstrasse, waar het gezelschap huist tussen winkelpaleizen van Gucci, Chanel en Dior.

Het inspireerde Jelinek tot een voor haar doen bijzonder geestige aanklacht tegen de mode-industrie, die, bijna geheel als monoloog, hilarisch gebracht wordt door actrice Sandra Hüller.

In adembenemend tempo beklaagt Hüller zich als gekwelde consument over de belofte die mode doet, en die nimmer wordt ingelost, maar intussen van de gelovige wel een treurige verslaafde maakt. Nooit brengt de aankoop van exact dezelfde rok als die van zo’n vrouw in een blad, je ook maar iets dichter bij haar schoonheid. Maar de niet-aflatende poging brengt je wel verder en verder af van jezelf. „Als ik die rok was, zou ik ook niet bij mij willen horen,’ pruilt Hüller.

Via Hüller toont Jelinek absurditeiten als seizoenscollecties en sale, enkel bedoeld om de hersenloze consument spullen te laten kopen die hij al bezit. Delen van de tekst worden door Hüller en de andere acteurs gezongen, op muziek die aan Kurt Weills kapitalismekritische Dreigroschenoper doet denken. Het maakt dit deel prikkelend en vermakelijk.

Na de pauze neemt Die Straße. Die Stadt. Der Überfall, een geheel andere wending. ‘Der Überfall’, dat is namelijk de in Duitsland veelbesproken moord in 2005 op de excentrieke modetycoon Rudolph Moshammer. De Vlaamse acteur Benny Claessens speelt hem met siliconenmasker, zonnebril, hoog geföhnde vetkuif en op torenhoge hakken.

Vrij snel in het tweede deel legt hij die vermomming af; vertwijfeld trekt Claessens repen masker van zijn wangen. Om daarna met een hysterische speelstijl mateloos te lamenteren over de ondergang van zijn winkel, en de gehele winkelstraat.

Weg zijn de humor en de schwung, nu resteert enkel een compleet over-de-top absurdisme. Het wordt bovendien volstrekt onhelder wat Jelinek nog wil met deze tekst, behalve met de dood van Moshammer ook de Maximilianstrasse – symbool van het verdorven kapitalisme - ten grave dragen.

Het begon zo goed. Maar net als van het fraaie decor blijft aan het slot maar weinig van de voorstelling over.