Fietsen onder ‘Rijks’: 21 seconden tijdwinst

De onderdoorgang van het Rijksmuseum lijkt mij een hindernisparcours, met hordes buitenlandse bezoekers die vanachter de pilaren plotseling de weg op kunnen lopen. Is omfietsen niet handiger, en misschien zelfs sneller?

Dat moet vast te stellen zijn. Ik fiets drie routes van de Museumbrug naar het Concertgebouw en vice versa, houd bij hoe lang dat duurt, allemaal drie keer voor een bruikbaar gemiddelde. Regels: niet spookrijden, niet door rood, niet over de stoep en geen toeristen ondersteboven rijden.

Rondom het Museumplein zijn de meeste fietspaden aangelegd in vrijwel dezelfde baksteentjes als de ernaast gelegen voetpaden. Dat is verwarrend. Vijf keer moet ik vol in de remmen omdat mensen plotseling oversteken of midden op het fietspad stilstaan.

Datzelfde probleem doemt op bij de onderdoorgang. De rijbaan voor fietsers is daar tussen stijlvolle grijze banden aangelegd, met aan weerszijden de twee ‘stoepen’ op een subtiele verhoging. Alle drie in rozerode klinkers. Wie niet weet dat er fietsers onder het gebouw door mogen, ziet een passende entree voor een majestueus museum.

De tunnel, sinds gisteravond 6 uur weer open, blijkt wel de snelste route: naar het noorden gemiddeld 21 seconden sneller dan nummer 2 via de Jan Luijkenstraat, naar het zuiden 14 seconden. Dat de route via de Hobbemakade beide keren het langzaamst uitpakt, komt vooral doordat de verkeerslichten daar consequent tegenwerken. Bovendien blijkt tussen de snelste en langzaamste tijd van één route al snel zo’n halve minuut verschil te zitten. Eén keer remmen voor een verkeerslicht of een stel toeristen is genoeg voor vertraging. Conclusies: de verschillen zijn te verwaarlozen, en de fietser die elke dag rond het Museumplein tussen al die onvoorspelbare buitenlanders door laveert, doet dat met ware doodsverachting.