Een gezin stichten kan ook goed gaan

In de rubriek Thuis& elke week een interview over familie en gezin. Vandaag: schrijver Philip Huff.

Nederland, Amsterdam, 13-05-2013 Met vrienden op vakantie Philip Huff, Nederlandse schrijver. PHOTO AND COPYRIGHT ROGER CREMERS Roger Cremers - 2013

Schrijver Philip Huff (28) groeide op in het Gooi in een aan de buitenkant keurig gezin. „Als kind dacht ik: ik weet nu hoe het niet moet. Maar later zag ik mezelf, bijna tegen mijn wil in, dezelfde fouten maken.”

Onlangs verscheen van Philip Huff de verhalenbundel Goed om hier te zijn. Voor zijn roman Niemand in de stad kreeg hij vorige maand de Dioraphte Jongerenliteratuur Prijs.

Uit wat voor gezin komt u?

„Ik kom uit een heel Hollands gezin. Mijn vader was ondernemer, mijn moeder huisvrouw en we woonden in het Gooi. Ik ben opgegroeid in de jaren negentig, in de jaren waarin Nederland een klein, gelukkig boerderijtje aan de Noordzee leek, waar iedereen werk had en alles kon. Dat was de buitenkant. Aan de binnenkant zag het er niet zo harmonieus uit. Mijn ouders hadden karakters die niet op elkaar aansloten. Ze hadden altijd ruzie. Ooit waren ze verliefd op elkaar geweest, maar op een dag moeten ze er achter zijn gekomen dat ze niet bij elkaar pasten. Dat ze voor de ander iemand moesten zijn die ze niet waren. Dat is het probleem met verliefdheid. Je wordt verliefd op hoe iemand zich manifesteert, op hoe iemand ruikt, hoe iemand beweegt. Maar dat zegt niet alles.

„Mijn moeder was volkomen toegewijd aan haar gezin. Voor mijn vader, hoezeer hij ook van ons hield, kwam het gezin niet op de eerste plaats. Nu ik dit zo vertel, denk ik dat dat misschien de reden was voor de frictie tussen mijn ouders. Zelfs als ik hen vroeg of ze dat niet wilden doen, maakten ze ruzie. Dat maakte mij heel erg boos. Ik wilde zo min mogelijk thuis zijn.”

Hoe zou u uw vader omschrijven?

„Hartelijk maar ook autoritair en dogmatisch. Als je het niet met hem eens was, werd het moeilijk. En ik was het vaak niet met hem eens. Hij was gemeenteraadslid voor de VVD en mijn ideeën noemde hij links. Hij had tijdens de verkiezingen een VVD-bord in de voortuin gezet. Dat heb ik weggehaald. Mijn vader vond dat het zijn tuin was en dat hij daarin kon doen wat hij wilde, maar ik vond dat het ook mijn tuin was.

„Het is gek dat ik vrij vergevingsgezind ben wanneer het om vrienden gaat, maar als het om mijn eigen ouders ging, ben ik dat lang niet geweest. De ruzies met mijn vader leidden tot een verwijdering. Ik heb mijn vader van mijn 18de tot mijn 23ste niet gesproken en ik denk dat ik hem daarmee veel verdriet heb gedaan. Maar ik vond dat hij mij alleen op zijn voorwaarden liefde wilde geven, alleen als ik dacht zoals hij dacht.

„Op zo’n jonge leeftijd kun je hard en oordelend zijn. Nu zie ik ook zijn goede kanten. Als ik sportte, stond hij altijd langs de lijn, tussen de rode broeken. Hij was dan op een steunende manier aanwezig en niet op een dwingende manier, zoals de andere vaders.

„Mijn vader heeft me ook manieren geleerd. Dat je iemand aankijkt als je hem een hand geeft. Dat vind ik belangrijk. Ik ben een tijdlang de chauffeur geweest van Martin Bril en toen ontmoette ik veel bekende Nederlanders. Maar er waren er niet veel die me aankeken als ze me een hand gaven.”

Welke les heeft u van uw ouders meegekregen?

„Mensen maken keuzes in hun leven, maar als die anders uitwerken dan ze dachten, kun je hen dat niet altijd verwijten. Als puber was ik heel boos over de keuzes van mijn ouders. Dat ze met elkaar getrouwd waren, kinderen hadden gekregen en in het Gooi waren gaan wonen. Mijn vader had zich als oud-diplomaat overal kunnen vestigen, dacht ik dan, waarom in hemelsnaam in het Gooi? Maar hoe had hij kunnen weten dat het Gooi een soort reservaat voor RTL5-realitysoaps zou worden?

„Mijn ouders dachten dat ze het geluk bij elkaar hadden gevonden, hoe hadden ze kunnen weten dat het anders zou lopen? Mijn vader had zelf geen goede band met zijn eigen vader. Toen ik werd geboren, heeft hij vast gedacht: ik ga het helemaal anders doen. En toch ging het mis, want tussen keuzes en hoe die uitwerken, wringen zich altijd onverwachte gebeurtenissen. Of verlangens. Of je karakter werkt tegen. Mijn vader was heel opvliegend.

„Als kind dacht ik: ik weet nu hoe het niet moet. Maar later zag ik mezelf, bijna tegen mijn wil, in relaties dezelfde fouten als mijn ouders maken. Of ik was zo bang voor ruzie dat ik wegliep. Ik dacht dan dat ik het probleem oploste, maar creëerde alleen maar een nieuw probleem.”

Hoe vult u uw partner aan?

„Ik ben zeven jaar samen geweest met een vrouw van wie ik veel hield. Ze was vijf jaar ouder dan ik en op een gegeven moment wilde ze kinderen. Maar door mijn jeugd riep de gedachte aan kinderen krijgen angst bij mij op. Gezin, dat woord stond voor mij voor ellende en gedoe. Die angst heeft mij mijn relatie gekost. Daar heb ik zoveel verdriet van gehad dat ik met iemand ben gaan praten die daarvoor gestudeerd had. Dankzij haar sluit ik nu niet meer uit dat het goed kan gaan als je een gezin sticht. Om mij heen krijgen mijn vrienden kinderen. Als ze me vroeger hun baby in de armen drukten, ging ik bijna hyperventileren. Nu voel ik die spanning niet meer in mijn lichaam. Ik denk: een gezin stichten kan ook goed gaan. Je moet er je best voor doen, je moet geluk hebben, maar het is niet bij voorbaat een recept voor rampspoed.”

Wanneer was de laatste familiebijeenkomst?

„Mijn ouders zie ik een paar keer per jaar, maar mijn broertje spreek ik dagelijks en mijn zus spreek ik om de dag. Elke week eten mijn broertje en ik bij mijn zus. Dan hebben we het over de dingen die we meemaken en soms ook over onze jeugd. Dat het wonderlijk is hoe verschillend we er op hebben gereageerd. Mijn zus werd verdrietig als mijn ouders ruzie maakten, mijn broertje gaf zichzelf de schuld en ik werd boos. Terwijl we toch dezelfde genen en dezelfde opvoeding hebben gehad.

„Ik voel me gelukkig dat ik een hechte band mijn broer en zus heb. Veel mensen uit harmonieuze gezinnen hebben dat niet.”

Als u ooit een kind krijgt, wat zou u het dan willen meegeven?

„Het gevoel volledig veilig en vrij te zijn. Genoeg grond om geworteld te zijn en genoeg lucht om vrijuit te ademen. En dat je mensen hoort aan te kijken als je ze een hand geeft.”