Ditmaal graag zonder reuring

Achttien jaar geleden probeerde Heineken het al eens: een brouwerij in Birma. Maar dat lag gevoelig. Nu is de tijd rijp voor een nieuwe poging.

Birma, Mayanmar, 1995. Birmezen lopen in Rangoon langs een reclamebord van Heineken. Foto: Irene Slegt/Hollandse Hoogte Irene Slegt/Hollandse Hoogte

Rond een uur of zes, als de zon onder gaat, is in de biertuinen aan de 19de Straat in Rangoon goed te zien waarom Heineken voet aan de grond wil krijgen in Birma. Grote vriendengroepen en families zitten aan lange tafels, bestellen wat kip-, garnaal-, champignon- of vissateetjes. De mannen nemen gulzige slokken heldere pils of donkere stout, een relikwie uit de Britse koloniale tijd. Er zijn snacks als gefermenteerde theebladeren en gedroogde bonen met scherpe knoflook. Aan het tempo waarmee de obers de dienbladen bier aanslepen is duidelijk: de meedogenloze hitte en stof van de droge tijd maakt dorstig. Nu drinken de mannen vooral het lokale merk Myanmar. Maar als het aan Heineken ligt, komt daar vanaf volgend jaar verandering in.

Gisteren maakte de Nederlandse bierbrouwer bekend een brouwerij te bouwen in Rangoon, met vier miljoen inwoners de grootste stad van Birma. Heineken zegt 60 miljoen Amerikaanse dollar (46 miljoen euro) te investeren in de nieuwe fabriek, die eind volgend jaar opengaat en werk moet bieden aan minstens vierhonderd mensen. Zoals in veel Aziatische landen heeft Heineken een lokale joint venturepartner nodig om in Birma actief te mogen zijn. Heineken laat het vorig jaar overgenomen dochterbedrijf Asia Pacific Breweries een samenwerking aangaan met het Birmese Alliance Brewery Company (ABC), onder leiding van zakenman Aung Moe Kyaw. Heineken krijgt 57 procent van de aandelen van de joint venture in handen.

Met de bouw van de Birmese brouwerij voltooit Heineken een project waar het bedrijf ruim achttien jaar geleden aan begon. Midden jaren negentig, toen het generaalsregime kortstondig iets minder repressief optrad, wilde Heineken ook al de Birmese biermarkt op. Er lagen concrete plannen voor een brouwerij, er was al een samenwerkingsverband aangegaan met een andere brouwer. Een Nederlands Heinekenteam, vijf man sterk, verhuisde naar Rangoon om de bouw van de fabriek te begeleiden.

Onder druk van een enorme publiciteitscampagne van pressiegroepen besloot Heineken zich in juli 1996, net als concurrent Carlsberg en een stoet andere internationale multinationals, echter terug te trekken uit Birma. Toenmalig bestuursvoorzitter Karel Vuursteen zei in deze krant: „De publieke opinie en de opvattingen over deze markt zijn zozeer veranderd, dat zich negatieve effecten op het Heinekenmerk en de reputatie van onze onderneming kunnen voordoen.”

Bierbrouwen in een nieuwe potentieel lucratieve markt wilde Heineken graag, afstevenen op een pr-ramp gedreven door activistische idealisten – zoals Shell in 1995 overkwam na de rel rond platform Brent Spar – moest worden voorkomen. Halsoverkop stapte het Heineken uit het samenwerkingsverband. De militaire junta verklaarde bier van Heineken en Carlsberg verboden goederen – een pilsje als smokkelwaar.

Sinds 2010 heeft Birma het militaire regime ingeruild voor een semi-burgerregering, die zegt zich hard te maken voor mensenrechten. Vrijheidsstrijder en Nobelprijswinnaar Aung San Suu Kyi is niet langer de vijand van de staat, maar zit in het parlement en werkt samen met de regering. In 2015 wil het land vrije verkiezingen houden.

Ondanks de grotere politieke vrijheid en betere bescherming van mensenrechten blijft het voor buitenlandse bedrijven moreel lastig om zaken te doen in Birma. Bijna vijftig jaar lang domineerde het leger alle aspecten van het openbaar leven. Een bedrijf beginnen zonder steun van of banden met militairen was schier onmogelijk. Zo’n stelsel verdwijnt niet van de ene dag op de andere.

De bedrijven waar westerse multinationals mee samenwerken zijn nog steeds tot op zekere hoogte gelieerd aan de generaals. Dat geldt volgens bronnen in Rangoon ook voor Aung Moe Kyaw, de zakenman waar Heineken nu mee samenwerkt. „Er is geen succesvolle zakenman in Birma die geen banden heeft met militairen. Aung Moe Kyaw is geen uitzondering. Wel heeft hij een betere en minder corrupte reputatie dan de grootste tycoons als Tay Za, eigenaar van Air Bagan en de AGD Bank, en Zaw Zaw, eigenaar van de Irrawaddy Bank”, zegt een bron in Rangoon, die niet met zijn naam in de krant wil. Ondanks de toegenomen vrijheid kan openlijke kritiek op militairen en de zakenelite gevaarlijk zijn.

Heineken beseft dat de samenwerking nog steeds gevoelig ligt. In het persbericht dat de brouwerij gisteren verspreidde benadrukte het bedrijf dat het de strikte interne regels op het gebied van mensenrechten en arbeidsomstandigheden zal naleven.

Liever nog kijkt Heineken naar het potentieel. De Alliance Brewery Company is volgens Heineken de grootste producent van sterke alcoholische dranken in het land. De zwart-gele spandoeken van Grand Royal Whiskey hangen inderdaad zelfs in de meest afgelegen dorpjes langs de weg. Van dat netwerk wil Heineken gebruikmaken en de bierconsumptie van Birmezen laten stijgen. Vergeleken met de markt in omringende landen is de bierconsumptie in Birma laag. Een gemiddelde Thai drinkt per jaar 26 liter bier, een gemiddelde Chinees 36 liter. De gemiddelde Birmees is goed voor nog geen 3 liter bier per jaar. Een woordvoerder van Heineken vat de beweegredenen als volgt samen. „Simpel gezegd investeren wij graag in landen met een groeiende bevolking, groeiende economie, opkomende middenklasse, toenemende politieke stabiliteit en warm weer.”

Volgens het Internationaal Monetair Fonds groeit Birma dit jaar met 6,25 procent. De gouden koepel van de boeddhistische Shwedagon-pagoda torent boven de stad uit, maar dreigt naar de kroon te worden gestegen door woontorens en kantoren die met hoog tempo uit de grond worden gestampt. Birmese mannen en vrouwen dragen nog overwegend longyi’s, een soort wikkeldoek, maar de stalletjes met namaakjeans van Armani en winkelcentra met echte merkkleding zijn bezig met een opmars. Na vijftig jaar ontwaakt Birma uit een economische winterslaap.