Dit examen, zegt Merel, was een horrorexamen

Merel Seubers (17) deed gisteren eindexamen Nederlands. Moeder Ina hoopte op een makkie, maar Merel weet beter: „Dit is vette shit, mam.”

Nakijken durf ik niet, zegt Merel Seubers (17) als ze de opgaven van het vwo-examen Nederlands tevoorschijn haalt. Een tekstverklaring over de noodzaak van historisch bewustzijn – de ingekorte Huizingalezing van Marita Mathijsen. En een oproep van M. Februari om de democratie te herijken, die moest ze samenvatten. „Dit examen”, zegt Merel met een diepe zucht, „was een horrorexamen.”

We zitten aan de keukentafel bij haar thuis, acht kilometer van het Esdal College in Emmen waar ze elke dag met de scooter heen snort. Met haar roodgelakte nagels loopt Merel de opgaven door. Beide teksten waren heel erg lang. Er zaten meer open vragen in dan ooit, die ook nog eens ultrakort beantwoord moesten worden. En de tekst van Mathijsen was „gortdroog en zonder humor. Het interesseerde me geen bal. Die heb ik verknald.”

Moeder Ina: „Overdrijf je nu niet? Je staat er hartstikke goed voor.”

Merel: „Ik mag een 4,6 halen, maar het tekstverklaren ging niet. Terwijl ik zo graag het huis uit wil. Al sinds oktober verlang ik naar een nieuw begin, naar opwinding, inspiratie. Er gebeurt hier niks, niet op school, niet in het dorp. Ik wil medicijnen studeren in Leiden, of psychobiologie in Amsterdam.

Ina: „Ze kan zich hier nog moeilijk opladen.”

Merel: „Zeg maar gerust: ik raak gedemotiveerd. In de zesde moet je oeverloos herhalen, en de stof blijft zo algemeen.”

Ina: ,,Merel gaat graag recht op haar doel af.”

Merel: „Ik houd niet van halfbakken. Als ik iets doe, haal ik daar graag het maximale uit.”

Ina: „Dat heeft ze van haar vader. Faalangst, denk ik: ze willen graag de beste zijn. Pas als Merel de lesstof binnenstebuiten kent, stopt ze met leren. Ze doet het helemaal zelf. Het enige wat ik doe is thee brengen, en een sinaasappel.”

Merel: „Dit jaar heb ik knetterhard gewerkt. Tijd voor een baantje gunde ik mezelf niet. Alleen zangles en pianoles mochten er tussendoor. Het was leren, zingen en slapen.”

Ina: „Je hebt ook examentraining gedaan aan de Rijksuniversiteit Groningen. Drie dagen van tien tot tien, voor natuurkunde en scheikunde. Zelfs op Koninginnedag.”

Merel: „Boten vol brallende studenten kwamen voorbij terwijl ik natuurkunde uitgelegd kreeg en proefexamens maakte, ha ha. Daar heb ik nu vertrouwen in. Maar Nederlands?”

Ina: „Waarom kijk je ’t toch niet na? Je wordt almaar onzekerder.”

Snel pakt Merel de iPad, en legt haar antwoorden naast het correctievoorschrift op internet. Als ze halverwege is, zet ze grote ogen op. Paniek. „Dit is vette shit, mam. Het is mis.” Ina: „Maar kind, je kunt er nu toch niks meer aan veranderen. En je bent heus niet de enigste.”

Merel: „Ik ga nu een klacht indienen, wie weet passen ze de norm nog aan. En morgen gaat natuurkunde vast beter.”