De voorgangers van Michelangelo

Michelozzo, ‘Aanbiddende engel’ (1427-1438) V&A Museum, Londen

Primavera del rinascimento. Palazzo Strozzi, Florence. T/m 18/8 (daarna in Louvre, Parijs). palazzostrozzi.org

Herfsttij der Middeleeuwen noemde Johan Huizinga in 1919 zijn cultuurgeschiedenis van de vijftiende-eeuwse Nederlanden. De titel verraadt hoe Huizinga die periode zag: als het schitterend sluitstuk van de Middeleeuwen – een najaarsdag waarop het al fris wordt, maar de zon nog gouden licht werpt op gevallen bladeren. In Italië lag de situatie anders: daar ontlook in die periode een tijdperk dat, met heroriëntatie op de antieke wereld, juist brak met oude tradities.

Primavera del rinascimento (Lente van de Renaissance) is de toepasselijke titel van een expositie over vooral sculptuur in vijftiende-eeuws Florence. Het biedt een prachtig overzicht van werk van de belangrijkste kunstenaars uit de periode tussen 1400 en 1460, de tijd voor helden als Botticelli en Michelangelo.

Hun voorgangers heten Lorenzo Ghiberti, Filippo Brunelleschi, Luca della Robbia en de inventiefste van allemaal, Donato di Niccolò di Betto Bardi, genaamd Donatello. Iconische werken uit de vroege Florentijnse Renaissance worden getoond, zoals twee reliëfs waarmee Ghiberti en Brunelleschi in 1401 streden om de opdracht voor de decoratie van twee bronzen deuren voor de doopkapel bij de Florentijnse kathedraal. Net als een handvol andere kunstenaars maakten beiden een proefstuk met een voorstelling van Abraham die zijn zoon Isaak offert. Daarmee toonden ze hun vaardigheid in het ontwerpen van dramatische scènes, gegoten in brons. Ghiberti zou zijn rivalen aftroeven met een gewaagde, uitgebalanceerde compositie en zijn economische materiaalgebruik.

Van Donatello is het verguld bronzen beeld te zien van de heilige Lodewijk van Toulouse uit 1422-1425. De gemijterde bisschop is meer dan levensgroot uitgebeeld als klassiek beeld, met kleren aan. Donatello wordt vaak geprezen om zijn vermogen een lichaam te suggereren onder de draperie. Maar hier wervelen de plooien van Lodewijks koorkap zo uitbundig dat je je de anatomie van zijn lijf nauwelijks kan voorstellen.

Deze en andere topstukken, soms net gerestaureerd, komen bezoekers aan Florence bekend voor. Bevredigend is wel het weerzien met Andrea da Castagno’s fresco van de sculpturaal vormgegeven heilige Hiëronymus. In religieuze vervoering slaat hij met een steen op zijn borst, opkijkend naar een visioen van de gekruisigde Christus. Deze is in surrealistisch perspectief van boven naar beneden uitgebeeld. De schildering bevindt zich normaal in een kerk waar toeristen, niet onterecht, door kerkgangers worden weggekeken.

Voor de verleiding alleen het puikje van lokale collecties bijeen te brengen, is de expositie niet gevallen. Er zijn uitzonderlijke bruiklenen van elders, zoals – uit het Bode Museum Berlijn – het busteportret dat Desiderio da Settignano maakte van bankiersdochter Marietta Stozzi met haar delicate meisjesgezicht. Het Londense Victoria and Albert Museum leent een vergelijkbaar natuurgetrouw portret uit dat Antonio Rosselino in 1456 maakte van de Florentijnse arts en oudheidkundige Antonio Chellini. De vorm verwijst naar antieke portretten uit de tijd van de Romeinse republiek. Daarmee illustreert het bij uitstek de fascinatie voor die antieke periode zoals die bestond in de republiek Florence, in het voorjaar van de Renaissance.

    • Bram de Klerck