De Ixil waren een inferieur ras en moesten dood

Guatemala heeft als eerste land zelf een oud-staatshoofd berecht én bestraft voor genocide Onder Ríos Montt werden begin jaren tachtig 100.000 mensen gedood De meesten waren Maya’s

Redacteur Noord- en Zuid-Amerika

Rumoer in de rechtszaal donderdag, op de laatste zittingsdag van het genocideproces tegen Efraín Ríos Montt, oud-dictator van Guatemala. De 86-jarige generaal nam het woord en zei dat hij onschuldig was aan de aanklacht: de genocide op inheemse inwoners tijdens zijn korte bewind in de jaren tachtig, toen het leger in oorlog was met linkse guerrillagroepen. Applaus van zijn aanhangers in het publiek.

Maar nog luider werd er geklapt voor de tegenpartij, de nabestaanden van de Ixil, een Maya-volk dat ten tijde van Ríos Montt zwaar is vervolgd. Onder het uitroepen van „gerechtigheid” zei de inheemse overlevende Benjamin Geronimo tegen Ríos Montt, vrij naar Jezus: „Het is eenvoudiger voor een kameel door het oog van een naald te kruipen dan voor een genocidepleger om toe te treden tot het koninkrijk van God.”

Vrijdag volgde de uitspraak: de rechter acht Ríos Montt schuldig aan genocide en misdaden tegen de menselijkheid. Hij werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van tachtig jaar. Een historische veroordeling: voor het eerst in de geschiedenis is een voormalig staatshoofd in eigen land vervolgd – én bestraft – voor genocide. Het is ook de eerste keer dat een rechter heeft erkend dat er sprake was van genocide in Guatemala, dat zo’n 13 miljoen inwoners heeft. Dat gebeurde niet tijdens eerdere veroordelingen van lagere officieren die wreedheden begingen tegen de Ixil en andere volkeren. De 68-jarige ex-generaal Jose Mauricio Rodriguez Sanchez, die tegelijk met Ríos Montt terechtstond, werd vrijgesproken.

De veroordeling van Ríos Montt is de kroon op het werk van Claudia Paz y Paz Bailey, de openbaar aanklager van Guatemala. Jarenlang deed zij onderzoek, met hulp van organisaties die massagraven ontleedden en getuigen opspoorden. In een telefonisch interview vanuit haar bewaakte kantoor in Guatemala-Stad zei ze enkele dagen voor de uitspraak: „De slachtoffers vechten al jaren voor gerechtigheid. Het is heel belangrijk dat zij kunnen getuigen over de misdaden die hun zijn aangedaan.”

Toen zij dat zei, leek het er nog op dat het juridische team van Ríos Montt het proces, dat in maart begon, zou doen ontsporen voordat er een uitspraak lag. De verdediging wees op vormfouten. Tot op het laatste moment bestond de kans dat de slachtoffers hun verklaringen over massamoorden, verdwijningen en verkrachtingen door het leger door zo’n vormfout zouden moeten herhalen. Uiteindelijk besloot de rechter dat dat niet nodig was.

De zaak tegen de oud-generaal ging over een specifieke casus: de moord op 1.771 mannen, vrouwen en kinderen in een aantal dorpen van de Ixil in het noordwesten van het land tussen maart 1982 tot augustus 1983. Rechter Yasmin Barrios oordeelde vrijdag dat de Ixil „met voorbedachten rade” zijn gedood. De inheemsen waren bestempeld als „vijanden van de staat” vanwege vermeende hulp aan de linkse guerrilla. Barrios achtte bewezen dat Ríos Montt opdracht gaf en afwist van de misdaden van zijn militaire ondergeschikten. „De Ixil waren het slachtoffer van racisme. Ze werden als een inferieur ras beschouwd.”

De genocide op de Ixil is maar een greep uit de gruwelijkheden begaan tijdens het gewapende conflict in Guatemala, dat in 1960 begon en pas in 1996 eindigde. In totaal vielen er meer dan 200.000 doden, volgens een waarheidscommissie van de Verenigde Naties. Ruim vier op de vijf slachtoffers waren Maya’s. Volgens de VN was de staat, namelijk het leger en daaraan gelieerde paramilitairen, verantwoordelijk voor 93 procent van alle misdaden.

Het regime van Ríos Montt onderscheidde zich in een reeks van militaire junta’s door het geweld: bijna de helft van alle doden viel in de zestien maanden dat hij regeerde. De generaal volgde een tactiek van verschroeide aarde. De marxistische guerrilla moest worden afgesneden van plattelandsbewoners, meestal inheemsen, die volgens de militairen steun gaven aan de guerrillastrijders. Het water rond de vis weghalen, heette dat eufemistisch.

Militairen en paramilitairen verkrachtten vrouwen, vermoordden baby’s en staken dorpen in brand. Boeren werden meegenomen voor ondervraging en keerden nooit terug. In het Ixil-gebied werd 70 tot 90 procent van de gemeenschappen vermoord of verdreven, aldus de VN.

Het Openbaar Ministerie had de zaak van de Ixil uitgekozen omdat de bewijzen van genocide er het sterkst waren, vertelt aanklager Claudia Paz. Er waren relatief veel getuigen en belastende documenten. „Niet alleen wist Ríos Montt van de moordpartijen. Hij gaf opdracht en zag toe op de uitvoering.” Een groot deel van de zaak was gericht op het herleiden van de commandostructuur tot het bureau van de generaal. Om de aanklacht van genocide te staven, moest worden bewezen dat de Ixil-groep moedwillig was uitgemoord en dat het niet ging om incidentele excessen, zoals het leger volhield.

De verdediging ontkende niet dat er moorden hadden plaatsgevonden, maar voerde aan dat Guatemala in staat van oorlog verkeerde. Ook zou de generaal niet verantwoordelijk zijn voor de officieren die de misdaden uitvoerden. Van genocide was geen sprake, volgens zijn advocaten. Ríos Montt, die sinds 2012 onder huisarrest staat, zweeg gedurende het hele proces. Tot de laatste dag. Toen bepleitte hij met woede in zijn stem zijn onschuld: „Ik heb nooit de intentie gehad om een ras, religie of etnische groep te vernietigen.” Hij had zijn plicht uitgevoerd om de orde in het land te herstellen, want „Guatemala lag in puin”.

Deze visie wordt gedeeld door een klein maar machtig deel van de Guatemalteekse samenleving. De conservatieve elite ziet Ríos Montt niet als een massamoordenaar, maar als een patriot die Guatemala beschermde tegen de communisten. Deze elite van grootgrondbezitters, bedrijfseigenaren en militairen houdt het wantrouwen tegen de inheemse plattelandsbevolking ook nu nog in leven.

Rechtse groepen publiceerden tijdens het proces pamfletten en speciale krantenbijlagen om Ríos Montt te steunen en – vooral – zijn vervolgers aan te vallen. Mensenrechtenorganisaties werden afgeschilderd als verkapte marxistische bewegingen. Inheemse slachtoffers zouden hebben gelogen in hun getuigenissen. Ook een paar Europese landen, inclusief Nederland, kregen ervan langs: hun steun aan het genocideproces werd uitgelegd als neokoloniale inmenging. Historische paralellen werden niet geschuwd. De aanhangers van Ríos Montt verweten de inheemse inwoners dat ze met het proces de stabiliteit in gevaar brachten – precies het argument dat tijdens de binnenlandse oorlog werd gebruikt als rechtvaardiging van de militaire operaties tegen de plattelandsbevolking.

Maar de pijnlijke opleving van het verleden mocht geen reden zijn om Ríos Montt niet te berechten, zei aanklager Paz, die zelf ook slachtoffer was van campagnes in Guatemala. Kranten schreven dat familieleden van haar lid waren van de gewapende guerrillabeweging en dat Paz de zaak tegen Ríos Montt aangreep voor een persoonlijke vendetta tegen hem. Zij trok zich er weinig van aan, evenmin als van de doodsbedreigingen die ze zo nu en dan krijgt. Paz, expert in strafrecht en humanitair recht, heeft veel vijanden gemaakt sinds ze in 2010 openbaar aanklager werd. Ze vervolgt ook drugshandelaren, fraudeurs en corrupte politici die zich voorheen onaantastbaar achtten. Onder haar mandaat zijn vijf van de tien meest gezochte misdadigers van Guatemala, dat is meegezogen in de drugsoorlog in Mexico, opgepakt.

Claudia Paz en haar Openbaar Ministerie ontleenden kracht aan de internationale steun voor hun werk. Onder andere de ambassade van Nederland heeft geld en advies gegeven voor het versterken van de rechtsstaat en de vervolging van mensenrechtenschendingen. Ambassadepersoneel zat bij belangrijke zaken vaak in de zaal. Daaraan komt een einde nu de Nederlanders en ook de Zwitsers deze zomer hun ambassades sluiten, een bezuinigingsmaatregel. Paz betreurt hun vertrek. „De aanwezigheid van de internationale gemeenschap is heel belangrijk. Die beschermt mij bij mijn werk”, zegt de aanklager, die nog tot eind 2014 doorgaat.

Waarschijnlijk is ze nog niet van Ríos Montt af. Zijn advocaten hebben intussen gemeld dat hij hoger beroep aantekent. Maar Guatemala, zegt Paz, wint hoe dan ook nu er een uitspraak is. „Onze democratie kan alleen sterker worden als misdaden worden berecht. Wie de dader ook is.”

Eind 1982 richtten militairen ook een bloedbad aan in het dorpje Dos Erres. Oscar Ramírez overleefde en werd geadopteerd door een van de daders. Lees zijn verhaal via nrch.nl/w63