Celibatair feest

Ik heb me vaak afgevraagd of de vrouwen en vriendinnen van wielrenners ’s nachts tegen hun mannetjes aankruipen in zo’n hoogtetent, en dus ook profijt trekken van de wonderbaarlijke vermenigvuldiging van rode bloedlichaampjes. In de krant van zaterdag gaven Tom Stamsnijder en Robert Gesink antwoord: ja, hun vriendinnen gaan mee de tent of speciaal geprepareerde kamer in, al is het niet van harte. De dames slapen slecht, hebben rare dromen, en staan kapot weer op. Gesink noemt de zoektocht naar ijle lucht „een relatietest”.

Het is een terzijde, en ik weet natuurlijk niet of de koppeltjes een kinderwens hebben, maar het is een wetenschappelijk onderzoek waard of de ijle lucht in de tent in positieve of negatieve zin invloed heeft op de kwaliteit van het zaad. Ik vrees het laatste.

De opofferingen van duursporters om de kwaliteit van het bloed te verhogen zijn enorm. Tenminste als ze het zonder epo en bloedtransfusies willen doen. Ze trekken zich voor een maand terug op een onherbergzame bergtop, of ze simuleren de berg met kunstmatige middelen thuis. In beide gevallen zitten ze gevangen in wat hoogte-expert Louis Delahaije van de ploeg Blanco een rat race noemt: de concurrentie doet het ook.

In het artikel las ik dat Robert Gesink voor het bouwen van een berghut in zijn huis ongeveer 50.000 euro kwijt was. Dat is veel geld voor een methode die veel minder effectief is dan een echte hoogtestage die zelf ook maar een minimaal effect heeft. En hij moet minstens 14 uur per dag in die hut zitten wil het überhaupt iets doen. Natuurlijk slaat mijn verbeelding op hol als ik lees over de verbouwing. Ik zie Robert in zijn ijle kamer als de langste van de Dalton-broers, in gevangenispak en met een kogel aan zijn enkel. Een troost is het dat hij ’s nachts zijn Daisy bij de hand heeft die een zijden pyjama draagt met zwart-wit streepjesmotief.

Om de puntjes helemaal op de i te zetten bereidde Robert de Ronde van Italië voor bovenop de vulkaan ‘El Teide’ op Tenerife. Hij kwam er het halve Giro-peloton tegen. Robert heeft de lange gevangenschap in de kaalheid uitstekend verteerd. Op het moment van schrijven is hij nog altijd kandidaat winnaar in Italië. Als iemand het monomane ritme van een hoogtestage aan kan, is het Robert Gesink. Het is een ascetische discipline waarbij god kan indalen – of niet.

Lang geleden, in het begin van de jaren tachtig ben ik een paar keer op hoogtestage geweest in het Franse Font-Romeu. Is de god van de rode bloedcellen toen bij mij ingedaald? Hoe zal ik het zeggen, met de wetenschappelijke kennis van nu had ik het toen iets anders aangepakt. Een celibatair feest was het in elk geval.