Zoektocht

Twee broertjes verdwijnen. Hun vader verhangt zich in een bos bij Doorn. Krap een week later groeit, op initiatief van de eigenares van een hondentrimsalon, een klein leger gewone mensen die op zoek willen. Zij heet Wanda van den Bovenkamp en gelijkgestemden vinden haar via Facebook, als ‘Inwoner van de Utrechtse Heuvelrug’. Samen zoeken ze in Doorn, Amerongen, Rhenen, Leersum, Elst, Beek, Austerlitz.

„Ik heb het stokje doorgegeven”, zei Wanda gedragen. Ze leunde tegen een boom, terwijl de boel voor onze ogen uit de hand begon te lopen. Rond de Pyramide van Austerlitz struinden gisteren zo’n honderd man door het dichtbegroeide bos tussen de paden. Dit was echt te veel. Chaos. De boswachter, John Houtveen, maakte zich hardop zorgen over de reeën, die in deze tijd van het jaar hun kalfjes krijgen. Ook Natuurmonumenten was volgens John „helemaal klaar” met alle zoektochten.

Mensen prikten ernstig in de grond met stokken. Een oudere dame zwaaide onduidelijk met een schepnetje. Petra en Paul van Hese waren in stoere oranje hulpverlenersjassen helemaal uit Goes komen rijden. Hun bouvier was op reddingshondentraining geweest. Nu was „het zoeken naar leven en dood helemaal Banjer zijn ding”, zei Petra.

„Hó!”

„Stóp!”

Evert de Jong uit Velp had vandaag de leiding. Een grote man met een vriendelijk gezicht, eigenaar van een schilder- en stukadoorsbedrijf. Hij droeg zijn met verf bespatte schildersschoenen. Evert vond de saamhorigheid bij eerdere zoektochten prettig. Nu rende hij in toenemende wanhoop heen en weer tussen honderd mensen die allemaal „ho!” en „stop!” schreeuwden: iedereen wilde iets vinden. De resten van een maaltijd. Besmeurd wc-papier. De zoveelste godvergeten kuil.

Wanda kwam poolshoogte nemen. Zij had nu een woordvoerder: piepjonge Marc Satijn. Deze begon met militair zelfvertrouwen tegen de bedremmelde groep te schreeuwen: „Wij komen even instrueren! Een kléin beetje tempo alsjeblieft! Dit ging niet goed! Allemaal in één lijn blijven! En geef de politie ook maar wat taken!” Twee agenten, duidelijk meegestuurd om erger te voorkomen, probeerden hun gezicht in de plooi te houden. Speurders spraken niet hen, maar Wanda aan met tips. Een vrouw fluisterde over „een put”, en „de pers mag het niet weten”. Wanda zei dan „dat nemen we mee” en „daar gaan we mee aan de slag”.

Later vertelde Wanda me over de paragnosten die haar adviseerden. Zij waren naar Doorn gegaan, naar de plaats waar de vader was gevonden. „Om in te voelen”, noemde Wanda dat: zo kregen paragnosten aanwijzingen door. „En wat ik van ze hoor, is dat de vader niet meewerkt.”

Juist. Daarom struikelden nu honderd Nederlanders door een bos. Zij wilden zo graag eens, één keer, een eendrachtige lijn vormen. Honderd eigenwijze Nederlanders. Het ging niet.

Margriet Oostveen schrijft op deze plek een wisselcolumn met Arjen van Veelen.