Waarde eredivisiespitsen wordt ernstig overschat

Spitsen als Bony en Pellè worden gezien als de grote sterren. Ze wonnen niets. De verdedigers van Ajax waren de echte kampioenenmakers.

„Als je meer scoort dan je tegenstander, dan win je altijd.” Deze voetbalwijsheid van Johan Cruijff gaat voor een heel seizoen in de eredivisie zeker niet op. PSV maakte met 103 doelpunten verreweg de meeste treffers, maar de landstitel gaat naar Ajax dat slechts 83 keer scoorde. De laatste tien jaar ging het kampioenschap van Nederland slechts één keer naar de club die het meeste scoorde. Dat was Ajax in 2012.

Wie de eindranglijsten van de afgelopen tien seizoenen in de eredivisie bekijkt, komt tot de conclusie dat de aanval niet de beste verdediging is. Hoewel ook in het voorbije seizoen de aandacht vooral ging naar de doelpuntenmakers als Wilfried Bony, Graziano Pellè en Alfred Finnbogason sleepten zij met hun clubs geen enkele prijs binnen. De verdedigers van Ajax waren de echte kampioenenmakers. Voor de zevende keer in de laatste tien jaar ging de landstitel naar de club met het minste aantal tegendoelpunten:31.

Ajax liet zien dat de stelling ‘een team zonder topscorer kan geen kampioen worden’ onzin is. De laatste keer dat de Amsterdamse club de landstitel veroverde én de topschutter van de eredivisie in huis had was in 1994. Destijds maakte ‘schaduwspits’ Jari Litmanen 26 van in totaal 86 doelpunten. Het aandeel van Ajax’ huidige topscorer Siem de Jong is veel lager. Deze aanvallende middenvelder maakte twaalf van de 83 treffers. De andere doelpunten werden gemaakt door vijftien verschillende voetballers.

De afgelopen zeven seizoenen bewijzen dat de waarde van een topscorer wordt overschat. Wilfried Bony, Bas Dost, Björn Vleminckx, Luís Suarez, Klaas-Jan Huntelaar en Afonso Alves speelden zich als scorende spitsen in de kijker van buitenlandse clubs zonder dat ze kampioen werden met hun werkgevers in de eredivisie. Alleen Mounir El Hamdaoui werd in 2009 met AZ behalve topscorer (23 goals) ook kampioen. Twee jaar later werd El Hamdaoui met slechts dertien treffers de meest scorende speler van kampioen Ajax.

Succestrainer Frank de Boer kwam vrijwel direct na zijn aanstelling in december 2010 in aanvaring met El Hamdaoui, maar het ontbeert Ajax sindsdien aan een centrumspits die in de voetsporen treedt van goalgetters als Henk Groot, Johan Cruijff, Ruud Geels, Wim Kieft, Marco van Basten, Dennis Bergkamp, Jari Litmanen en Klaas-Jan Huntelaar. De blessuregevoelige IJslandse spits Kolbeinn Sigthórsson maakte het afgelopen seizoen zeven doelpunten in vijftien wedstrijden. Ajax was in tegenstelling tot Vitesse (Bony) en Feyenoord (Pellè) daardoor niet grotendeels afhankelijk van één speler.

Van de tien grootste competities in Europa is de eredivisie het podium waar met meer dan drie doelpunten per wedstrijd gemiddeld het meest wordt gescoord. Nederlandse clubs investeren dan ook het liefst hun geld in aanvallers. Zo stak PSV de voorbije jaren miljoenen euro’s in aanvallers als Ola Toivonen, Jeremain Lens, Dries Mertens, Tim Matavz en Luciano Narsingh. PSV werd na de Spaanse kampioen Barcelona de meest scorende ploeg van Europa, maar een hoofdprijs leverden de treffers niet op.

De Eindhovense voetbalclub maakte een grote fout door te bezuinigen op de defensie. Technisch manager Marcel Brands dacht met koopjes als Timothy Derijck, Marcelo, Zanka en Jetro Willems een afdoende verdediging neer te zetten. Goedkoop bleek andermaal duurkoop voor de club die sinds 2008 geen kampioen meer is geworden. Met 43 tegendoelpunten moest PSV meer treffers incasseren dan Ajax, Feyenoord, Vitesse, FC Utrecht en FC Twente. Wat iedereen eigenlijk al wist, blijkt dus pijnlijk waar. PSV verspeelde het kampioenschap in de achterste linie.

De amusementswaarde van de eredivisie mag misschien voor het Nederlandse publiek nog redelijk groot zijn, maar de buitenlandse topclubs zullen vaker met argusogen naar het niveau van de ‘Mickey Mouse-competitie’ kijken. Het Nederlandse clubvoetbal presteerde het afgelopen seizoen in internationaal opzicht zo slecht dat het op de jaarranglijst van de UEFA een twintigste (!) plaats inneemt, achter landen als Zwitserland, Noorwegen en Wit-Rusland. Het naïeve Nederlandse aanvallende clubvoetbal doet niet meer mee om de Europese prijzen. Dit tot grote ergernis van Johan Cruijff. Maar in de Champions League geldt net als in de eredivisie: ‘Wie de minste goals tegen krijgt, komt het verst.’