Uitstervend ras

Mark van Bommel had tijdens de wedstrijd van zijn PSV tegen FC Twente aan de scheidsrechter verklapt dat dit de laatste wedstrijd van zijn voetbalcarrière was. Het thuispubliek zong hun halfgod altijd toe, het uitpubliek schold hem uit. Je was voor of tegen Van Bommel Van Bommel werd met een tweede gele kaart van het

Mark van Bommel had tijdens de wedstrijd van zijn PSV tegen FC Twente aan de scheidsrechter verklapt dat dit de laatste wedstrijd van zijn voetbalcarrière was.

Het thuispubliek zong hun halfgod altijd toe, het uitpubliek schold hem uit. Je was voor of tegen Van Bommel

Van Bommel werd met een tweede gele kaart van het veld gestuurd. De laatste overtreding was gemeen. Hij was te laat bij de bal, zag nog een been van een tegenstander en ging er op staan. „Uit frustratie”, gaf Van Bommel achteraf toe. Maar hij begreep niet dat de scheidsrechter geen oogje dichtkneep: „Hij had toch kunnen zeggen: Mark, pas op nou, doe rustig aan.”

Typisch Van Bommel. Dwingend, onuitstaanbaar soms. En toch heb ik nooit een grote hekel aan Mark van Bommel gehad.

Er was – bijna in iedere wedstrijd – wel een moment dat ik mijn ooglid optrok als Van Bommel weer iets flikte. Ik noem hardop het lijstje van zijn bedenkelijke streken: natrappen, zeuren bij de scheidsrechter, medespelers en tegenstanders uitschelden, te hoge slidings inzetten, een elleboogstoot geven, onnodig hoofdschudden…

Even ademhalen.

Publiek jennen, aan shirts trekken, vrije trappen versieren, slecht meeverdedigen, onuitstaanbaar slenteren op het veld waar sprinten hard nodig was en, als laatste, met zijn hand voor zijn mond praten.

En toch blijf ik benadrukken dat ik geen hekel heb aan Van Bommel.

Toen Feyenoordtrainer Ronald Koeman gisteren hoorde dat Van Bommel stopte met voetballen, sprak hij lovende woorden. „Een uitstervend ras.”

Als zijn hoofd- en borstomvang, lengte, zenuwcentrum, botstructuur, herseninhoud en zaadkwaliteit in kaart is gebracht, kunnen zij die ervoor hebben doorgeleerd, niets anders dan constateren: van deze soort leven er nog maar weinig.

Vrienden meldden over Van Bommel dat hij een „echte winnaar” was. Natuurlijk. Maar daarmee doe je hem tekort. Van Bommel is vooral een echte verliezer. Ik ken eigenlijk geen betere.

Afgelopen week weer. PSV had net de bekerfinale verloren van AZ. Van Bommel onttrok zich aan de meute rond de middencirkel. Hij zocht een lege plek op het veld en ging alleen staan, met zijn handen in zijn zij. Het is al jaren een reflex. Als Van Bommel stilstaat, gaan zijn handen automatisch in de ruststand.

Thuis op tv zag ik hoe Mark van Bommel een minuut lang in beeld werd gehouden. Een zwevende camera draaide 360 graden om hem heen. Van Bommel speelde het spel mee. Hij werd ter plekke een levend standbeeld.

In die ene minuut zag ik die sterke voetballer, die vlak voor zijn verdediging met secure passes zijn medespelers bediende, aanvallen met een prachtige sliding onderbrak, hard en zonder effect zo mooi de bal kon raken, zijn team bij tegenslag met handgeklap en opbeurende woorden aanmoedigde…

Even ademhalen.

…Bij Bayern soms een hele wedstrijd geen bal verkeerd speelde, een brok in zijn keel kreeg als zijn zoontje een doelpunt maakte, nooit zeurde over de voortdurende pijn in zijn spieren en gewrichten en achter dat eigenwijze masker toch altijd een aardige kerel bleef.

Het thuispubliek zong hun halfgod altijd toe, het uitpubliek schold hem uit, met het schuim rond de mond. Je was voor of tegen Van Bommel.

Tegelijkertijd zoveel haat en liefde oproepen; ja, dan ben je van een uitstervend ras.