Turkije: Syrië zit achter aanslag

Bij een zware aanslag in een Turkse grensstadje vielen zaterdag 46 doden. Premier Erdogan wees de Syrische geheime dienst aan als schuldige.

De zware terreuraanslag van zaterdag in de Turkse grensstad Reyhanli, waarbij twee bommen bijna vijftig mensen doodden, heeft de verhoudingen tussen bevolkingsgroepen op scherp gezet. Dit stadje leerde de afgelopen tweeënhalf jaar leven met de tienduizenden Syrische vluchtelingen en hun verhalen over verwoestingen in hun thuisland. Maar de kraters voor het gemeentehuis en het plaatselijke postkantoor van Reyhanli bevestigden een oude vrees bij de Turkse grensbewoners dat de oorlog in Syrië de grens is overgestoken. „Syrië is ons binnenlandse probleem”, sprak premier Recep Tayyip Erdogan.

In de eerste uren na de aanslag zochten kabinetsministers, de premier incluis, de schuldigen bij de geheime dienst van de Syrische president Bashar al-Assad. De politie beschikt over bewijzen om die theorie te ondersteunen: het gebruikte plastic explosief leek verdacht veel op de bom die in februari dertien Syrische en Turkse voorbijgangers doodde net aan de andere kant van de grensovergang bij Reyhanli. Het doelwit van die aanslag waren Syrische oppositieleden die daar die dag zouden oversteken. Ook gisteren werd een minibus gebruikt als bomauto.

Maar de ontwikkelingen in de regio zijn minder eenduidig dan de oneliners van ministers in een land op zoek naar troost. De Syrische regering heeft in eigen land de handen vol aan de opstand en is druk met een offensief dat snel terrein terugwint van de rebellen. Hoewel Assad zich boos maakt over de hand- en spandiensten die Turkije verleent aan het verzet, hij heeft er weinig belang bij de militaire macht van dit NAVO-land zijn oorlog in te lokken.

De plegers van de aanslag weten dat premier Erdogan deze week naar Washington vliegt om met president Obama te spreken over Syrië. Turkije verklaarde zich een dag voor de aanslagen voorstander van een no-fly-zone boven Noord-Syrië. De bommen gingen af aan het einde van een week van druk diplomatiek verkeer tussen Europa, de Verenigde Staten en Assads bondgenoot Rusland over een conferentie die een eind moet maken aan het bloedvergieten.

Het was ook een belangrijke week voor Turkije zelf. Op woensdag begon de verboden Koerdische afscheidingsbeweging PKK met de terugtrekking van strijders van Turks grondgebied. De PKK houdt zich daarmee aan de belofte die de gevangen leider Abdullah Öcalan deed op 21 maart om de wapens neer te leggen om de vredesonderhandelingen met Turkije een kans te geven. Premier Erdogan suggereerde zaterdag dat de aanslagen in Reyhanli een poging zijn om die ontluikende vrede te torpederen. Een stabiel Turkije zou veel vijanden kennen in de regio, lees: Syrië en zijn bondgenoot Iran. Maar wie het vredesproces met de Koerden in gevaar wil brengen, pleegt geen aanslag in een stad waar de PKK nooit actief was.

Reyhanli en de omliggende provincie Hatay staan sinds de uitbraak van de Syrische opstand onder hoogspanning. Er wonen naar schatting 80.000 Syrische vluchtelingen tussen 60.000 Turken. De meeste Turken hier zijn alawitische moslims en hangen hetzelfde geloof aan als president Assad en de minderheid die hem steunt. Vorig jaar september waren er demonstraties waarbij Turkse alawieten rondliepen met posters van Assad en het vertrek van de Syrische vluchtelingen eisten.

Veel Turkse grensbewoners zijn bang dat de Syrische strijders die vanuit Hatay opereren op een dag de wapens tegen hen zullen keren. Vorige week braken er in Reyhanli nog schermutselingen uit tussen Syriërs en plaatselijke Turken. De bron van de ruzie was niet duidelijk, sommige bewoners beweerden dat het een gevecht was om een meisje. Een Turkse vlag werd verbrand.

Na de aanslag zaterdag vielen groepen Turkse jongeren Syriërs aan in het centrum van Reyhanli. De politie moest in de lucht schieten om de groepen uiteen te drijven. De politie arresteerde negen verdachten in verband met de aanslag. De nationalistische krant Yeni Safak kwam zondag met een naam van een verdachte: Turkse alawiet Mihrac Unal. Hij is lid van een pro-Assad militie en werd eerder genoemd als het brein achter een bloedbad in sunnitische wijken van de gemengde Syrische stad Banias. Het bericht alleen is al genoeg om de verhoudingen tussen de geloven in de multireligieuze provincie Hatay verder onder druk te zetten.