‘Straks sluiten ze me op, voor wat ander heeft gedaan’

Turken in Nederland en Bulgarije spelen een grote rol bij het organiseren van de fraude met toeslagen. Ze paaien Bulgaren met mobieltjes en geld. Staatssecretaris Weekers moet morgen uitleggen waarom frauderen zo makkelijk is.

Mitko Dimitrov Iliev vroeg afgelopen september op 50-jarige leeftijd voor het eerst een paspoort aan. Hij is een kleine magere man, met een slecht gebit en een verlegen blik. Zijn huis achter een stenen muur in Ivanski, een dorp in het noordoosten van Bulgarije, is vervallen maar ruim. Er staan vrijwel geen meubels in. In een verder lege boekenkast ligt een accordeon. Daarmee probeerde hij afgelopen najaar in Groningen op straat geld te verdienen. Terwijl hij stond te spelen, sprak een groep Turken hem aan. Mitko spreekt Turks. Ze boden aan te helpen met de inschrijving bij de gemeente. „Een Turk vertaalde, ik heb geen idee wat ze zeiden.”

Daarna beloofde de Turk hem een splinternieuwe mobiele telefoon en zei ‘kom, we gaan even een bedrijf openen’. Hij liet Mitko, die analfabeet is, een pak documenten tekenen. Hij houdt zijn wijsvinger en duim vijftien centimeter van elkaar. Zo dik was de stapel.

Turken in Nederland en Bulgarije spelen een grote rol bij het organiseren van de fraude met toeslagen in Nederland. En in het uitbuiten van analfabete Bulgaren. Bulgarije heeft een grote Turkssprekende minderheid; etnische Turken en Roma die zich na 1989 Turks zijn gaan noemen. Dankzij de taal en religie vinden ze aansluiting bij de grote Turkse gemeenschappen in West-Europa.

Mitko kreeg tweehonderd euro. Die telefoon heeft hij nooit gezien. Na een paar weken begon zijn oude telefoon echter onophoudelijk te rinkelen. Steeds een onverstaanbare Nederlander aan de lijn. Na een tijdje begreep hij dat de man van een bank moest zijn. En de bank bleef maar bellen. Mitko denkt er inmiddels achter te zijn dat hij een bedrijf en grote schulden heeft. Dat is namelijk meer mensen die hij kent overkomen. Om hoeveel geld het gaat weet hij niet, want het enige papier dat hij zelf heeft is zijn inschrijving in de Gemeentelijke Basisadministratie (GBA). Duizenden, misschien tienduizenden euro’s. Een paar dagen geleden heeft Mitko daarom de telefoon uitgezet en is op een minibusje terug naar Bulgarije gestapt. „Ik ben bang, straks pakken ze mijn huis nog af of sluiten me op voor wat een ander heeft gedaan.”

Ook Milko Marinov, een muzikant met een vette lach en een dikke schakelketting uit Salmanovo, een dorp met 900 inwoners en zes orkesten tien kilometer verder, koos voor Groningen. Daar waren vrienden van hem eerder geweest. Ze hadden hem de naam van een Turk in Nederland gegeven. Die zou hem wel helpen, met een slaapplek, met registratie. In zijn mobiele telefoon staat een lijstje Turken. ‘Arabier 1, Arabier 2, Arabier 3’. Ze hielpen hem met een vergunning voor straatmuziek, zegt hij. En boden aan steun aan te vragen. Maar daar was hij net te slim voor, zegt hij zelf. „Dat doen ze om van je te profiteren. Dat moet je weer terugbetalen. Gewoonlijk vragen ze je daarna om een bedrijf op te richten. Ik zei ‘nee’, maar velen zeiden ‘ja’.”

Ivanski en Salmanovo zijn slechts twee uit een reeks Bulgaarse dorpen van waaruit voortdurend minibusjes naar Nederland vertrekken. Een avond rondvragen in provinciehoofdstad Shumen levert zo een lijst van zeven plaatsjes op in een cirkel van dertig kilometer. In de meeste dorpen zijn er een of twee mannen die de contacten met Nederland regelen en het transport organiseren.

„De invasie van Bulgaarse minderheden, Roma en Turken in de sociale stelsels in het Westen is helaas geïnstitutionaliseerd en geprofessionaliseerd”, zegt Krastyo Petkov, professor sociologie aan de University of National and World Economy in Sofia. Hij is gespecialiseerd in economische migratie naar de EU. Informele netwerken van familiebanden in de breedste zin van het woord zijn in de loop der jaren stabiel en steeds geraffineerder geworden.

Een van de redenen waarom de afgelopen twee decennia een grote groep Roma in Bulgarije ervoor kiest moslim te worden en Turks te spreken, is dat ze daardoor gemakkelijker toegang tot de Turkse gemeenschappen hebben. „Die helpen ze zich te vestigen, maar niet om te integreren.”

In de praktijk worden de eerste en tweede generatie Turken de bazen en werkgevers van de Bulgaarse nieuwkomers. Dezelfde netwerken die ‘sociaal toerisme’ organiseren, hebben vaak ook een aandeel in prostitutie en het organiseren van mensenhandel voor slecht betaald zwart werk via onderaannemers in de landbouw. „Ze buiten ze uit.”

Gancho en Veneta Todorov uit Salmanovo zijn net een paar weken terug uit Zwolle. Veneta verkoopt daar de Straatkrant voor de Jumbo in winkelcentrum Aa-landen. Gancho bij de Aldi. Ze hebben tulpen in de tuin voor het vrijstaande huis en serveren op tafel onder de wijnranken pinda’s van de Aldi in Nederland. Als ze in Nederland werken, wonen hun drie kinderen hier met hun grootouders. In Zwolle huren ze voor vijf euro per nacht een kamer van een Afrikaanse vrouw. „Ik word gek van die kleine ruimte”, verzucht Gancho. Hij geniet ervan dat hij nu in zijn eigen tuin is, waar ook een kippenren staat. Zijn vrouw Veneta wil iets tegen de Nederlanders zeggen die haar bij de Jumbo geld geven en haar vragen waarom ze daar staat. „Ik wil ze bedanken voor wat ze geven en uitleggen dat ik eigenlijk heel graag thuis wil blijven. Maar hier is geen werk.”

Ook de Todorovs kwamen in Nederland met Turken in contact. „Ze komen zelf naar je toe, maken wat grapjes”, zegt Gancho. ‘Waarom werk je zo hard, waarom niet wat gemakkelijk geld?’ doet hij na. Hij spreekt een paar woorden Nederlands. „Doordat zij al zo lang in Nederland zijn kunnen ze dat doen.”

Dat Bulgaren in Nederland nog een werkvergunning nodig hebben, maakt ze kwetsbaarder. „De Turken beloven je brood, maar geven alleen kruimels. Het zijn leugenaars, maar als je klaagt dreigen ze naar de politie te stappen.” De Todorovs verheugen zich op volgend jaar, als Bulgaren zonder werkvergunning in Nederland kunnen werken. Dan kan ik eindelijk de banen aannemen die ik aangeboden heb gekregen, zegt Gancho, zoals bij de post, in de landbouw of bij een kippenslachterij. „Nu lijken we bedelaars.”