Stel je voor dat een tribunaal het geweld in Syrië kon stoppen

De geschiedschrijving over misdaden tegen de menselijkheid heeft er een datum bij: vrijdagavond, 10 mei (door het tijdsverschil te laat voor Europese zaterdagkranten) werd door een rechter in Guatemala de 86-jarige ex-generaal Efraím Ríos Montt veroordeeld tot 80 jaar cel voor het geven van een opdracht tot genocide op het Maya-volk van de Ixil. De uitspraak is historisch, onderstreepte Adama Dieng, speciaal adviseur ter voorkoming van genocide van VN-secretaris-generaal Ban Ki-moon al op voorhand. Ríos Montt, die Guatemala na een coup in 1982 zestien maanden regeerde, is het eerste oud-staatshoofd dat in eigen land voor genocide is berecht.

Er is nog veel onzeker, zoals Ykje Vriesinga in deze De Wereld beschrijft. President Otto Perez Molina, zelf een ex-militair die in het proces tegen Ríos Montt door een getuige beschuldigd is van wreedheden tegen Ixil, erkent de genocide niet. Ríos Montt, die ontkent dat hij uit was op „het vernietigen van een hele etnische groep”, gaat in beroep, en het Constitutioneel Hof moet nog beslissen over klachten van de verdediging die kunnen leiden tot nietigverklaring van het vonnis.

Maar de gerechtelijke procedures lijken te werken in Guatemala. Dat spreekt niet vanzelf. Vaak is internationale bemoeienis nodig om een bloedig nationaal verleden te verwerken – zie het Rode Khmerproces in Cambodja. Het Rwandatribunaal was gevestigd in Tanzania, het Joegoslaviëtribunaal huist in Den Haag.

Hoe zal het straks gaan met de afrekening in Syrië? Een vaak geformuleerde hoop is dat (internationale) rechtspraak misdaden tegen de menselijkheid, zoals genocide, helpt voorkomen: de dreiging van toekomstige straf zou daders en opdrachtgevers afschrikken. Maar werkt dat in een strijd op leven en dood?

Volgens de Hoge Commissaris voor de Mensenrechten van de Verenigde Naties, Navi Pillay, zijn in Syrië vermoedelijk al oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid gepleegd, zowel van de kant van Assad als van de rebellen. Zij wees op de recente beelden uit het dorp Bayda en de stad Banyas in het noordwesten van Syrië: stapels lijken van mannen, vrouwen en kinderen, met schotwonden in het hoofd, op straat.

Momenteel is Qusayr, halverwege Homs en de Libanese stad Hermel, kandidaat om in het nieuws te komen. Pillay waarschuwde vrijdag voor excessief geweld in Qusayr. Leger en rebellen trekken samen rond de stad. De afgelopen dagen strooide het Syrische leger folders uit over het stadje, met de waarschuwing aan burgers zich uit de voeten te maken.

De wereld is volgens Pillay onvoldoende doordrongen van de „urgentie” om het bloedvergieten in Syrië te stoppen. Er wordt wel gepraat, koortsachtig zelfs. Deze week bezoekt de Turkse premier Erdogan president Obama in Washington. De Israëlische premier Netanyahu gaat naar Rusland, waar de Britse premier Cameron net vandaan komt. Iedereen praat over Syrië. Over no flyzones, wapenleveranties en de vrees voor internationalisering. Over dreigen met een tribunaal praat niemand.

    • Chef Buitenland
    • René Moerland