Staan spaart de paardenrug

Paardenrugpijn is te voorkomen als de ruiter beter zit Het paard gaat er ook nog eens harder van lopen Dat berekenden Nederlandse onderzoekers die een virtueel model van ruiter en paard maakten

20-06-2010, Rotterdam. Deelnemer CHIO Nationaal dressuur finale. Foto Bas Czerwinski

Redacteur wetenschap

Op, neer, óp, neer, óp, neer. Lichtrijden – om de drafpas even in de stijgbeugels staan – is een zware opgave voor de beginnende ruiter. Die vraagt zich hobbelend en zwetend af waarom dat eigenlijk nodig is. Waarom niet blijven zitten?

Maar laat je die beginnende ruiter ‘doorzitten’ in draf, dan zit hij al snel stuiterend op de paardenrug, als hij er al niet na een paar rondjes afkukelt. Lichtrijden, weten instructeurs al lang, is beter voor de ruiter.

En voor het paard, berekende dierenarts en onderzoeker Patricia de Cocq, die voor hogeschool Has in ’s Hertogenbosch werkt, met haar collega’s van Wageningen Universiteit. Ze maakte een computermodel van ruiter en paard waarmee ze precies kan aantonen welke ruiterhouding de paardenrug het minst belast. Dat is belangrijk, vindt De Cocq, want draf is een veelgebruikte gang en er zijn genoeg paarden met rugklachten. Aan de telefoon: „Vergelijk paardrijden met springen op een skippybal. Elke keer als de ruiter op de rug stuitert, krijgt het paard een klap in de rug.” Ze publiceerde de resultaten deze maand in Experimental Biology.

De Cocq gebruikte motion capture om de bewegingen in draf in kaart te brengen. Met dubbelzijdig tape beplakte ze een paard met ruiter met bolletjes die infrarood licht reflecteren. Een camera registreerde die bolletjes. Op basis van die bewegingen berekende De Cocq de krachten op de paardenrug, en verwerkte die in een computermodel. De ruiter simuleerde ze als twee veren: één voor het lichaam, één voor de benen.

De paardenrug wordt het zwaarst belast bij doorzitten, bleek uit het model. Lichtrijden – mits de ruiter niet elke keer in het zadel klapt – gaf heel wat minder krachten op de paardenrug.

Maar het beste werkt de ‘extreme jockeyhouding’: voorover leunend blijven staan in de stijgbeugels. Zeker als de ruiter zó meeveert dat zijn gewicht op dezelfde hoogte blijft en in rechte lijn voortbeweegt. Dan vangen de benen als schokdempers de beweging van de ruiter op .

Zo’n houding heeft als voordeel dat het paard minder energie hoeft te steken in klappen opvangen, en meer snelheid kan maken. Handig bij paardenrennen. De Cocq: „Er wordt altijd gepraat over de stamboom van het paard, maar de houding van de ruiter heeft een veel groter effect op snelheid dan we dachten.”

Een minder extreme jockeyhouding is de ‘verlichte zit’: lichtjes voorovergebogen in je stijgbeugels blijven staan. Maar gewone ruiters leren de verlichte zit helemaal niet voor kleine – tók, tók, tók – drafpasjes. Enkel voor grote – kadóem, kadóem, kadóem – galopsprongen. In draf is de staande houding veel te belastend voor mensenbenen. Maar De Cocq deed haar metingen alleen voor draf. Wat hebben we aan deze kennis?

De Cocq: „Nu begrijpen we beter waardoor paarden rugklachten krijgen. We kunnen ook gaan kijken naar hoe een paard van nature loopt. Sommigen gaan veel op en neer, anderen hebben een vlakke gang. Je moet een beginner leren draven op een paard met een vlakke gang.”