Polen gelooft echt in Europ a

Polen krijgt flink wat geld uit Brussel. Maar dat verklaart het euro- enthousiasme slechts ten dele. „Europa is ons lot.” En het is een buffer tegen Rusland.

Controles aan de grens tussen Polen en Duitsland. Duitsland is, ondanks het verleden, de belangrijkste partner van Polen in de EU. Foto Reuters

Langzaam raakt Polen zijn politieke fixatie op het verleden kwijt. Voorzichtig richt het zich op een nieuwe toekomst. Een toekomst die op het Europese vasteland ligt. Een toekomst waarin niet langer Atlantische machten de beschermheren zijn, maar de continentale staten Duitsland, Zweden en Frankrijk de primaire bondgenoten worden.

Dat de geschiedenis niet langer het belangrijkste referentiekader is voor de politiek, is geen kleinigheid. Tot voor kort waren de negentiende en twintigste eeuw de maat der dingen. De eeuwen waarin Polen een en andermaal werd verdeeld en bezet door de buren Duitsland en (Sovjet-)Rusland. De eeuwen van gefnuikte politieke en culturele renaissance, van geloof in eigen kracht. En van het volkslied: „Nog is Polen niet verloren, zolang wij leven. Wat een vreemde mogendheid ons ontnomen heeft, nemen wij met de sabel terug.”

Dit verleden is nog steeds nadrukkelijk aanwezig. In Polen is de geschiedenis op elke hoek van de straat zichtbaar. Onvermijdelijk. Het gemak waarmee oppositieleider Jaroslaw Kaczynski ook vorige maand weer bitterheid uitbuitte door een complot tussen de Poolse en de Russische regeringen te suggereren over de vliegtuigramp bij Smolensk in Rusland, die in 2010 het leven kostte aan zijn tweelingbroer Lech Kaczynski, illustreert dat politisering van het verleden niet passé is.

Maar het ‘Prometheus-syndroom’ waarmee Polen is belast, het verlangen om de rest van de wereld permanent te waarschuwen voor het leed van totalitaire systemen, omdat het zelf daarvan het slachtoffer is geweest, uit zich allengs steeds pragmatischer. En dat is positief, vindt politicoloog Ryszard Zieba (63), hoogleraar Europese Veiligheid aan Universiteit van Warschau. „Onze tragische geschiedenis belemmert ons in het heden te leven. Geschiedenis moet worden overgelaten aan historici, niet aan politici”, aldus Zieba.

Ex-dissident Roman Kuzniar (59), nu adviseur van president Bronislaw Komorowski, beaamt dat. „Maar ondanks overgevoeligheid voor alle issues uit het verleden, heeft Polen het afgelopen decennium wel steeds de juiste keuzes gemaakt”, zegt Kuzniar.

Deze sluipende omslag van verleden naar heden heeft veel te maken met Europa. Terwijl ‘euroscepsis’ in het Westen een geduchte factor geworden is, kiest Polen onomwonden vóór Europa. Ook de publieke opinie is positief. Over de euro bestaan twijfels, over Europa niet. Volgens een peiling eerder dit jaar wil op dit moment 29 procent van de bevolking dat Polen in 2017 tot de eurozone toetreedt, zoals de centrum-rechtse regering van premier Donald Tusk voor ogen heeft. Maar de EU zelf is boven nagenoeg alle twijfel verheven. Liefst 80 procent van de Polen is positief over de unie. Enkele jaren geleden was dat 59 procent.

Ex-premier en oud-parlementsvoorzitter Josef Oleksy (66), een voormalige communist die in het democratische Polen nog altijd een rol speelt, heeft de opmars van het Europese ‘enthousiasme’ zelf meegemaakt. Tien jaar geleden zat hij in de Poolse delegatie die onderhandelde over het verdrag van Lissabon. „Door de referenda in Frankrijk en Nederland van 2004 is ons werk teniet gedaan. Maar op Polen hadden jullie geen effect”, stelt Oleksy vast in de kantine van de Sejm, de volksvertegenwoordiging in Warschau.

Natuurlijk wordt dit geloof in Europa gevoed door directe financiële belangen. Polen is met een jaarlijkse dotatie van circa 11 miljard euro binnen de EU een der vijf rijkst bedeelde netto-ontvangers. Maar er zijn ook politiek-economische overwegingen op langere termijn. Polen is volgens links en rechts zo verbonden geraakt met het continent, dat het land geen andere opties heeft.

Duitsland is de primaire partner van Polen. Na Duitsland liggen de Poolse kaarten in Scandinavië. En zelfs in Frankrijk. Hoewel de negatieve Franse houding jegens de uitbreiding van de NAVO en EU eind vorige eeuw niet helemaal is vergeven en vergeten, heeft president Komorowski vorige week in Parijs een bilaterale defensiealliantie ondertekend.

De oriëntatie op Berlijn is het ingrijpendst. Ongeveer een vijfde van de Polen, vooral te vinden in de conservatieve en provinciaalse kringen waarop de oppositie rond Kaczynski zich baseert, laat zich nog leiden door het zwaar beladen verleden met nazi-Duitsland. De rest ziet in het huidige Duitsland de eerste en belangrijkste bondgenoot.

Janusz Reiter (60), oud-activist van de vrije vakbond Solidariteit en de eerste Poolse ambassadeur in de Bondsrepubliek na de val van de Muur, weet waarom. „Duitsland heeft Polen meer gesteund dan welk ander land ook en is tevens onze belangrijkste handelspartner.” Ruim een kwart van de Poolse handel komt uit of gaat naar Duitsland. Dat is drie tot zes keer meer dan de handelsbalans met olie- en gasleverancier Rusland.

De economische banden leiden tot politieke consensus. „De Duitse bezuinigingspolitiek resoneert bij de Poolse elite als redelijk en verantwoord. Spaarzaamheid is de goede weg. Want als Duitsland in crisis raakt, raakt Polen dat ook”, aldus Reiter.

Dat lijkt logisch, maar dat is het volgens presidentieel adviseur Kuzniar niet. „De Pools-Duitse relatie is een wonder, een wonder dat twintig jaar geleden ondenkbaar leek.” Zijn grootste zorg is nu dat Polen onvoldoende oog heeft voor het belang dat Duitsland hecht aan goede betrekkingen met Rusland, die andere erfvijand die met Duitsland en zonder Polen besloot tot de aanleg van de gaspijpleiding Nordstream. „Nordstream werd gezien als ‘verraad’. Zelfs minister Sikorski van Buitenlandse Zaken vergeleek Nordstream met het Molotov/Ribbentrop-pact [waarmee Hitler en Stalin in 1939 Polen verdeelden, red]. Maar het was juist fout om niet deel te nemen aan Nordstream”, vindt Kuzniar.

Reiter is het daarmee eens. „Nordstream is niet in het belang van Polen, maar is ook niet gericht tégen Polen. De reactie van Sikorski was overdreven. Polen had nooit zijn manoeuvreerruimte moeten opgeven. Maar omdat de Poolse politieke elite een emotionele campagne voerde tegen Nordstream werden pragmatische oplossingen onmogelijk.”

De keerzijde van deze nieuwe as Berlijn-Warschau, zoals Kuzniar het noemt, is dat Polen zich wat minder gelegen laat liggen aan de traditionele Angelsaksische beschermheren. Het Verenigd Koninkrijk heeft in Warschau zelfs afgedaan als richtsnoer voor het Poolse buitenlandse beleid. Minister Sikorski, die in de jaren tachtig in Oxford studeerde en uitgesproken Atlantisch is, zei vorig jaar in een speech voor een Brits publiek: „Verwacht van ons alstublieft geen steun als jullie de EU willen laten stranden of verlammen.”

Zelfs presidentieel adviseur Kuzniar drukt zich niet overdreven diplomatiek uit om de huidige stemming over de Britten te verwoorden. „In het Verenigd Koninkrijk kan Polen geen penny investeren. Het is simpelweg te egoïstisch en dus geen serieuze partner binnen Europa. De Verenigde Staten zijn voor Polen veel belangrijker. Het Verenigd Koninkrijk is voor Polen zelfs minder belangrijk dan Frankrijk, ondanks onze deceptie over het Franse standpunt toen we lid wilden worden van NAVO en EU. Zelfs Sikorski is over het Verenigd Koninkrijk net zo cynisch als de Britten cynisch zijn over de rest van de wereld. Sikorski zegt openhartig: „Als jullie niet willen, ga je gang. Maar Europa is ons lot.”

Eigenlijk is er maar één traditioneel Brits agendapunt dat Polen nog volgt: het verlangen om de EU als gemeenschappelijke markt verder te laten uitdijen. Wat Polen betreft naar het oost en zuidoosten. Of Armenië, Azerbajdzjan, Wit-Rusland, Georgië, Moldavië en Oekraïne (de vijf deelnemers aan het Oostelijk Partnerschap van de EU) voldoen aan alle rechtstatelijke normen is niet de allereerste zorg van Warschau. Het gaat Polen om hun functie als grens van Rusland. Het gevaar van Rusland voor zijn oude ‘achtertuin’ wordt weliswaar verschillend getaxeerd. Kuzniar is aanzienlijk wantrouwiger dan Zieba. Maar over de hoofdzaak is er consensus. Polen heeft geopolitieke redenen om met de EU geen pas op de plaats te maken: zo kan een buffer tegen Rusland worden gebouwd.

„Waar je zit, is waar je staat. Daarom moeten we goed luisteren naar de Poolse analyse van de oosterse partners”, zei minister Frans Timmermans van Buitenlandse Zaken, begin februari in een debat in hotel Polonia in Warschau. Maar in Poolse ogen voegt het Westen over het algemeen niet de daad bij deze woorden van de Nederlandse bewindsman.

Vooral de West-Europese houding jegens Oekraïne en Wit-Rusland stuit in Warschau op verbazing en zelfs ergernis. „Europa is een puinhoop als het gaat om de toenadering tot Oekraïne en Wit-Rusland”, aldus voormalig parlementsvoorzitter Olesky. „In Wit-Rusland neemt de rol van China toe. China is daar, na Rusland, nu de tweede handelspartner. Dat kan omdat de EU er afwezig is”, voegt professor Zieba er aan toe. Ook vakgenoot Kuzniar redeneert zo. „Het Westen denkt dat Polen altijd maar ruzie zoekt met Rusland. Alsof we idealistisch naïef zijn. Jullie hebben geen emoties bij Rusland. Voor jullie is Rusland als Saoedi-Arabië. Maar jullie weigering druk op Rusland uit te oefenen, is slecht. Rusland is afhankelijker van het Westen dan omgekeerd.”

Door dat onbegrip haalt West-Europa de begrippen integratie en uitbreiding jammerlijk door elkaar, zegt oud-ambassadeur Reiter: „Ik begrijp de uitbreidingsmoeheid als sociaal fenomeen. Maar niemand heeft het over een Oekraïens lidmaatschap. Het gaat alleen over een associatieverdrag. En dat is een politieke keuze. Het tekenen van zo’n verdrag is minder riskant dan niet-tekenen.”

Of dat inzicht, ondanks Timmermans, doorbreekt, durft Reiter niet te voorspellen. „Mijn kritiek op de elite in West Europa is dat ze geen oog heeft voor strategische belangen. Dat is overigens altijd de traditionele zwakte van Europa geweest: strategisch denken.”