Oorlogshitser slaat weg van de vrede in

Karakter en carrière van de Soedanese president Bashir zijn gebouwd op oorlog. Nu wil hij de vredesengel zijn. Altijd maar strijden, wordt te duur.Koert Lindijer, Nairobi

De Soedanese president Bashir (links) en de Zuid-Soedanese president Kiir op een persconferentie in Juba in april. Bashir was voor het eerst sinds de onafhankelijkheid in 2011 op bezoek in Zuid-Soedan. Foto AP

Er dreigde weer geweld, een nieuwe oorlog misschien. Door de moord vorige week op een prominent stamhoofd in het betwiste gebied Abyei stonden de verhoudingen tussen Soedan en Zuid-Soedan plots weer op scherp. VN-secretaris-generaal Ban Ki-moon en de Afrikaanse Unie deden dringende oproepen tot kalmte. Tot voor kort zou zo’n incident direct tot gevaarlijke militaire manoeuvres leiden, dit keer praatten de presidenten van de twee landen hun geschil over de telefoon uit. Het grote verschil met enkele weken geleden: de wegens oorlogsmisdaden aangeklaagde Soedanese president Omar al-Bashir werpt zich op als vredesengel.

De generaal is een pragmaticus. Hij verbeterde de afgelopen weken de relaties met aartsvijand Zuid-Soedan, waardoor de export van Zuid-Soedanese olie over Soedanees grondgebied is hervat. Hij beloofde politieke gevangenen vrij te laten en stapte af van zijn stugge weigering te onderhandelen met rebellen in de Nubabergen. Die onderhandelingen moeten leiden tot toegang van hulpgoederen voor honderdduizenden hongerlijders in het van de buitenwereld afgesloten gebied.

Maar kan Bashir wel vrede brengen, terwijl zijn karakter en carrière zijn gebouwd op oorlog? Bashir komt uit een arm gezin in het dorpje Hosh Banga ten noorden van Khartoum, waar hij in 1944 werd geboren. Zijn opleiding bracht hem niet verder dan de basisschool en de militaire academie. In aanwezigheid van goed opgeleide politici voelt hij zich snel de mindere. Dat gevoel wordt gecompenseerd door zijn grote kennis van details en zijn volkse omgangsvormen. In tijden van crisis toont hij zich een goede volksmenner.

Zijn medewerkers omschrijven Bashir als opvliegerig, een man met een groot militair eergevoel. Na een aanval door het Zuid-Soedanese leger begin vorig jaar op Heglig, een oliegebied in Soedan, ontbrandde de president in een spervuur van strijdlustige retoriek. Hij sprak het latente racisme aan dat leeft onder sommige Soedanezen tegen zwarte landgenoten.

In woedeaanvallen noemde hij de machthebbers van Zuid-Soedan „insecten”, net als de massamoordenaars in 1994 in Rwanda hun tegenstanders kakkerlakken noemden. „Ze moeten worden gedisciplineerd door de stok”, fulmineerde hij. Met die uitspraak refereerde hij aan een gedicht van de in 915 geboren Arabische poëet Abu el-Tayib el-Mutanabi die schreef: „Gij zult geen slaven kopen zonder een stok, want slaven zijn smerig en lastig”.

In deze woorden klinkt de islamitische missiedrang door die Soedan zo verscheurd heeft. Voor de onafhankelijkheid van het zuiden in 2011 was Soedan het grootste en meest diverse land van Afrika, een multicultureel en multi-etnisch gebied zo groot als West-Europa. Het land leerde nooit omgaan met die bonte schakering aan bevolkingsgroepen. Gemarginaliseerde groepen kwamen in opstand tegen de islamisering door de gearabiseerde machthebbers.

Bashir kwam in 1989 aan de macht door een coup van de moslimfundamentalistische Moslimbroeders tegen een democratisch gekozen regime. Onder zijn leiding kreeg de verspreiding van de Arabische cultuur het karakter van een jihad, een heilige oorlog. Dit ging ten koste van de aanzienlijke minderheid die traditionele godsdiensten aanhangt of christen is, vooral in het zwarte zuiden.

Toch liet Bashir in 2003 zien dat hij zich ook kan inzetten voor vrede, door voor het eerst serieuze onderhandelingen te beginnen met de opstandelingen in het zuiden. Twee jaar later kwam er een einde aan de burgeroorlog die een halve eeuw had geduurd. Het vredesproces leidde uiteindelijk tot de onafhankelijkheid van Zuid-Soedan in 2011, de belangrijkste verdienste van Bashir.

Maar de Soedanese president heeft een januskop. Terwijl hij in 2003 vredesbesprekingen met de rebellen in het zuiden aanvatte, begon hij een nieuw conflict in de westelijke regio Darfur. Het Soedanese leger en de Arabische militie Janjaweed gebruikten de tactiek van de verschroeide aarde, en maakten zich schuldig aan gedwongen volksverhuizingen en verkrachtingen. De Soedanese regering weigerde buitenlandse journalisten visa om naar de westelijke regio af te reizen.

In mei 2004 werd de sluier van leugens afgerukt. De koppige Bashir had maandenlang iedere band met de Janjaweed ontkend. Maar tijdens de militaire parade in Nyala salueerden Arabische militiestrijders in legeruniform op met bonte doeken bedekte paarden naar de Soedanese president. „Er bestaat geen verschil tussen Arabieren en andere Soedanezen, want we aanbidden dezelfde God. Jullie zijn onze volksstrijdkrachten”, riep Bashir.

„Dat zijn Janjaweed”, zei mijn geschrokken gids, die mij destijds door de overheid was verstrekt. Al dagen had hij de officiële versie van de oorlog in Darfur afgerateld en die werd hier nu door zijn eigen president pardoes onderuit gehaald. Heel voorzichtig begon de overheid nu de deur naar Darfur op een kier te zetten voor buitenlandse journalisten. Hun verhalen leidden ertoe dat het Internationaal Strafhof Bashir als eerste zittende staatshoofd aanklaagde wegens genocide. Precies tien jaar na het begin van de oorlog in Darfur besteedt de wereldpers nauwelijks nog aandacht aan de West-Soedanese regio, terwijl de mensenrechten er nog steeds een illusie zijn en honderdduizenden ontheemden verblijven in kampen.

Dat de rigide Bashir ook een pragmatische kant heeft, liet hij al eerder zien. Rond de eeuwwisseling hoefden de Moslimbroeders de teugels eventjes minder strak aan te houden. De belangrijkste reden was dat Bashir zich na tien jaar van zijn mentor had ontdaan. Hassan al-Turabi, ideoloog en sterke man achter de schermen, had zijn leerling Bashir onderschat. De president kwam altijd dommig en nooit bedreigend over, toch schoof hij Turabi opzij toen deze zich in 1999 tot president wilde laten uitroepen.

Na het vertrek van Turabi ontstond een meer ontspannen sfeer in de hoofdstad Khartoum, met vrijheid voor verliefde paartjes om hand in hand te lopen en voor jongeren om naar een internetcafé te gaan. De eerste olie uit Zuid-Soedan was gaan stromen en er kwam een einde aan de tekorten van consumptiegoederen. Verder waren na de terreuraanslagen in Washington en New York in 2001 de veiligheidsdiensten van Bashir gaan samenwerken met hun Amerikaanse collega’s. Bashir vreesde Amerikaanse wraak na de aanslagen van 11 september, aangezien die waren gepleegd door Osama Bin Laden, die enkele jaren eerder nog zijn eregast was in Soedan.

Bashirs soepele houding nu komt voort uit economische overwegingen. Het Soedanese leger vecht nog altijd in de regio’s Darfur, Nubabergen en Blue Nile. „De oorlogen kosten de regering te veel en Bashir heeft geld nodig”, zegt een buitenlandse waarnemer. Met de afscheiding van het zuiden verloor Soedan driekwart van zijn olie-inkomsten, de economie raakte in een neerwaartse spiraal en de president kon de patronagenetwerken van politici en militairen niet meer financieren. „Daarom speelt hij nu de kaart van vredestichter”, zegt hij.

Een Soedanese journalist verwacht echter weinig van het charmeoffensief. „Door de amputatie van het zwarte zuiden heeft hij het islamitische noorden gered”, meent hij. Er valt nu niets meer te amputeren. De bewoners van Darfur en de Nubabergen willen geen afscheiding. „De kernproblemen van Soedan moeten nu worden opgelost, zoals machtsdeling en de reconstructie van de Soedanese staat opdat alle bevolkingsgroepen invloed krijgen. Ik geloof niet dat Bashir daartoe in staat is. Die verandering zal pas komen na zijn verwachte aftreden in 2015.”