Nederland zakt met de euro af tot Frans niveau

Nederland heeft er alle belang bij dat de eurolanden worden zoals de noordelijke EU-lidstaten. Maar het lijkt erop alsof ons land afglijdt in de richting van de zuidelijke landen – met Frankrijk voorop, meent Adriaan Schout.

Illustratie Daryl Cagle

In essentie is de euro een Frans product maar het was altijd de bedoeling van landen als Nederland om er een sterke noordelijke munt van te maken.

Om de euro, en de daaruit gevolgde crisis te begrijpen, moeten we teruggaan naar 1989. Frankrijk, maar ook andere landen, hadden enkele keren stevig moeten interveniëren om de munt gekoppeld te houden aan de Duitse mark. Dat kostte Frankrijk op een moment zelfs 100 miljoen dollar per minuut aan steunaankopen waarna de franc alsnog moest devalueren. Frankrijk was daarom uit op invloed op het Duitse monetaire beleid.

De Franse visie op economisch beleid is inherent politiek geweest. Groeiverwachtingen en rentebesluiten waren politieke statements, en economische tegenvallers konden met renteverlagingen worden opgevangen. De Duitse centrale bank wilde er niets van weten. Aanpassingen moesten worden gedaan in de reële economie en niet met verslavende zoethoudertjes als renteverlagingen en devaluaties. Een lagere rente was voor ‘Frankfurt’ alleen te verdedigen op basis van rationale argumenten.

Toen de Duitse eenwording plotsklaps mogelijk werd door de val van de Muur deed dit oorlogstrauma’s herleven bij onder anderen Lubbers en Thatcher. Duitsland kon dit diepe wantrouwen niet negeren. De creatieve Franse president, Mitterrand, zag zijn kans schoon om het gevaar van het grote Duitsland te koppelen aan een nieuw symbool van Europese eenheid: de euro. Wonderwel, en tegen de hoop in van Nederland, stemde Kohl in met de euro.

Het enige dat Duitsland en Nederland restte was om de euro te koppelen aan regels voor goed economisch beleid. Deze zoektocht van Nederland en Duitsland naar afdwingbare regels gaat tot de dag van vandaag door. Recentelijk is nog een onafhankelijke Europese commissaris gecreëerd die toeziet op economisch beleid in de lidstaten en die begrotingszondaars kan beboeten. Tevens worden eurolanden nu gedwongen om onafhankelijke economische bureaus, zoals het CPB in Nederland, op te richten. Sjoemelende zuidelijke landen moesten worden als het rationele noorden.

Deze cultuuromslag in het zuiden verloopt moeizaam. Het onbetrouwbaarst in de eurozone zijn politici – zoals Hollande – die optimisme prediken om harde agenda’s weg te wuiven. Zonder onafhankelijke economische onderbouwing is het makkelijk uitgaan van hogere groei en geldt geen knellende 3 procentseis. Andere klassieke trucs uit de korte eurogeschiedenis zijn het presenteren van lastenverzwaringen als bezuinigingen of hervormingen, en het wijzen op ‘eenmalige’ tegenslagen. De euro lijdt ten diepste aan een vertrouwenscrisis en politici die feiten verdoezelen, mogen dit zichzelf aanrekenen.

Nederland heeft gepleit voor een geloofwaardige euro volgens noordelijk recept. Dus mogen we kijken of Rutte II de daad bij het woord voegt. Als de regering geloofwaardigheid wil uitdragen in de EU dan moet zij ook dat eigen prestige koesteren. Juist daarom zijn de ontwikkelingen van de laatste weken zo opvallend. Rutte wilde het sociaal akkoord, dat zo essentieel is voor de economische ontwikkeling, niet door laten rekenen door het CPB terwijl Nederland aandringt op het respecteren van de geest van de 3 procent.

Ook het pleidooi om niet te somberen verhoudt zich moeilijk tot de noodzaak om zakelijk te blijven. Zorgwekkend is dat het leiderschap van het CPB is geregeld via een overstap van een topambtenaar van Financiën. Directeur Van Geest is ongetwijfeld geschikt. Echter, deze keuze maakt het ongeloofwaardig dat Nederland aandringt op Europese afspraken waardoor het Franse ‘CPB’ buiten het ministerie van financiën geplaatst wordt. Tevens wordt achter bureaus in de Europese Commissie geschamperd dat Nederland niet hervormt, maar vooral kiest voor laffe lastenverhogingen.

Vorige week heeft minister Dijsselbloem gesteld dat we nu niet moeten uitzoeken hoe zwak de banken in de EU zijn omdat de instrumenten er nog niet zijn om de gaten te dichten. De feiten zouden tot chaos leiden. Nog opvallender is dat Nederlandse (Euro-)parlementariërs het daarmee eens zijn in plaats van dat zij de conclusie trekken dat feiten worden achtergehouden – een politieke doodzonde – en dat meegegaan wordt in misleidende stresstests.

Natuurlijk moet er inzage zijn in kostenramingen voordat wordt besloten over instrumenten om banken te verstevigen. Is bijvoorbeeld het Europese steunfonds groot genoeg of moet er meer geld gereserveerd worden voor banken? In de VS is aan het begin van de financiële crisis openheid geforceerd over het bankwezen als basis voor herstel van de leenfunctie.

Het lijkt erop dat niet Frankrijk wordt als Duitsland maar dat Nederland wordt als Frankrijk. Om verschillende redenen is Nederland een invloedrijk land in de EU. Qua omvang is Nederland minder bedreigend dan Frankrijk of Duitsland; wij staan bekend als denkers en wij hebben, vooralsnog, een betrouwbaar imago. Een ongeloofwaardig Nederland kan niet mee bouwen aan een geloofwaardige euro.

Frankrijk verspeelde zijn economische kracht en daarmee politieke macht in Europa en in de wereld. Met het verpolitiseren en daarmee verzachten van de euro krijgt dit land zijn zin, maar tegelijk staat wel zijn economische en politieke macht in Europa op het spel.

Adriaan Schout is hoofd EU-studies van het Instituut Clingendael.