Met een laatste wilde trap

De PSV-aanvoerder speelde gisteren zijn laatste wedstrijd Mark van Bommel beëindigde zijn carrière met een rode kaart

Redacteur Voetbal

Mark van Bommel (36) heeft zich halverwege de tweede helft laten afzakken tot diep op de eigen helft. Als een soort libero uit voorbije voetbaltijden speelt hij bij een 3-1 achterstand tegen FC Twente de bal rond in de armlastige achterhoede van PSV. Het zijn zijn laatste balcontacten in het betaald voetbal: fantasieloze tikkies breed naar Atiba Hutchinson en Marcelo. Mannen die, cru gesteld, hem en PSV de titel kostten.

De grote speler Mark van Bommel, bij AC Milan Il Generale genoemd, is geen heroïsche laatste wedstrijd gegund. Integendeel. Even nog duikt hij voorin op, maar hij verspeelt de bal aan Felipe Gutiérrez. Het gejoel in het Twente-stadion zwelt aan. Het is de tweede keer deze week dat zo’n jonge middenvelder hem aftroeft, na Adam Maher van AZ in de verloren bekerfinale. De jonge jongens ruiken bloed. Het thuispubliek beleeft er lol aan: de ondergang van de PSV-aanvoerder voltrekt zich voor iedereen zichtbaar. Dan trapt Van Bommel wild door op Gutiérrez. Hij krijgt er zijn tweede gele kaart voor, zijn elfde van dit seizoen. Zo komt er in de 71ste minuut van Twente-PSV een einde aan de carrière waarin hij acht landstitels en de Champions League won en een WK-finale speelde.

„Frustrerend. Het valt allemaal samen in deze wedstrijd”, zegt hij na afloop. Een rode kaart tot besluit van een teleurstellend seizoen, in een wedstrijd waarin geen eer te behalen is. Voor Van Bommel is het „mooi geweest”. Zijn profcarrière zit er op, het hoge woord is eruit. Hij laat kort zijn irritatie blijken over de wat pedante wijze waarop scheidsrechter Danny Makkelie – „die wist dat ik ging stoppen” – hem van het veld stuurde. Dan vermant hij zich en verhaalt over zijn carrière, die van Fortuna Sittard via PSV, Barcelona, Bayern München en AC Milan terug naar PSV leidde.

Van Bommel kwam begin dit seizoen terug naar PSV, dat daarmee direct titelfavoriet werd. „Op de eerste training zag ik welke kwaliteiten hij nog steeds bezit”, zegt ploeggenoot Wilfred Bouma. „We zijn met deze selectie vierde en drie keer derde geworden. Met hem er bij zijn we nu tweede. Dat zien wij zeker niet als een prijs, maar het toont wel aan hoe belangrijk hij was.” Bouma reageert geprikkeld op de vraag of hij zijn aanvoerder heeft zien lijden dit seizoen. „Hij is een winnaar. Als dat al zo was, zou hij dat niet laten merken.”

Van Bommel zegt dat hij wel heeft geleden, en anders zijn omgeving wel. Hij is vaak en ver van huis. De offers die zijn gezin moet brengen voert hij aan als belangrijkste reden om te stoppen. Maar hij wil ook niet dat hem straks gezegd wordt dat het misschien beter is dat hij stopt. „Ik wil niet op 80 procent voetballen.” Zijn niveau dit seizoen was „aanvaardbaar”, vindt hij. Zijn linkerknie doet sinds zijn seizoen bij Milan – na een tik van Tomás Rosicky van Arsenal – altijd pijn. Sindsdien heeft het gewricht continu intensieve verzorging nodig. „Allemaal preventieve arbeid om fit te blijven. Dat zijn geen minuten, maar uren per week.”

Maar om dan echt te stoppen? Misschien wel de lastigste vraag voor een profvoetballer. Doe je het in stijl, is timing belangrijk? Stop je op je hoogtepunt of kwijn je weg? „Als je er nog plezier in hebt moet je gewoon doorgaan”, zegt FC Twente-doelman Sander Boschker. Hij werd kampioen in 2010, mocht als derde keeper mee naar het WK in Zuid-Afrika en was toen al bijna veertig. Hij ging door. Daarna werd hij reservedoelman. Maar wat geeft het? Boschker (42) knoopt er nog een seizoen aan vast. Gisteren keepte hij zijn 562ste competitiewedstrijd. „Voor een keeper is het anders dan voor een voetballer. Mark zal het aan zijn lichaam merken dat hij 21 jaar lang bijna twee keer per week een wedstrijd heeft gespeeld. Dat geldt voor mij minder.”

Had Van Bommel nog plezier? Het is moeilijk voor te stellen in een seizoen waarin bij PSV alles misging. Hij had al voor zichzelf besloten te stoppen, toen de smeekbedes van het publiek enkele weken geleden begonnen. Extra indrukwekkend, omdat de titel al vergooid was. „On-Nederlands”, noemde hij dat. Het heeft hem veel gedaan. „Ze hebben het me heel moeilijk gemaakt.” Maar hij heeft naar zijn verstand geluisterd.

Opdat niemand vergeet dat hij nog steeds een grote speler is, zegt hij nog: „Ik stop, ondanks aanbiedingen uit het buitenland. Daar was ik wel verbaasd over, dat op dat niveau nog behoefte is aan een speler van 35, 36.” Hij had „veel meer kunnen verdienen”, toen hij transfervrij bij Milan vertrok. Maar het werd PSV, waarmee hij dit seizoen de Johan Cruijff-schaal won, de bekerfinale verloor en – schrale troost – zich plaatste voor de voorronde van de Champions League. „Niet veel spelers keren terug naar hun oude club, ik heb het gedaan. Het was het allemaal waard.”