Leiden toont Indonesische kunst

Museum Volkenkunde in Leiden toont de bijzondere collectie Indonesische kunst die verzamelaar Frits Liefkes het museum naliet.

Verfijnde Indonesische hofkunst: een gouden kroon uit Nias. Foto Rijksmuseum Volkenkunde

Het is een van de grootste schenkingen van de afgelopen tien jaar, de collectie van Frits Liefkes die sinds dit weekeinde in het Rijksmuseum Volkenkunde in Leiden te zien is. Hij bevat duizend voorwerpen uit Indonesië, die nu zijn getaxeerd op 2 miljoen euro. Daarbij liet de Haagse verzamelaar Liefkes al zijn bezittingen na aan het museum. Met de opbrengst daarvan is het Weegenaar-Liefkes Fonds gesticht, met aanvankelijk een miljoen in kas. Hieruit kan de collectie Indonesië van het Leidse museum – op zijn gebied een van de belangrijkste ter wereld – onderhouden en aangevuld worden. Opmerkelijk is, dat de verzamelaar het museum toestaat uit zijn collectie te verkopen om zeldzamere stukken te verwerven.

Daarin toont Frits Liefkes (1930- 2010) zich meer museumman dan privéverzamelaar: hij was conservator meubelen bij het Rijksmuseum. Privé kocht hij al prenten, porselein en naturalia en rond 1970 kwam daar Indonesisch textiel bij. Gaandeweg breidde hij dat uit tot (sier)wapens, meubels, sculptuur, rituele voorwerpen en vooral gouden sieraden uit de hele Indische archipel. De verfijnde hofkunst van Java en Bali vulde hij aan met bijzondere stukken uit Sumatra, Nias, Sulawesi, Kalimantan en de Molukken.

„Schoonheid was zijn belangrijkste criterium voor aankoop”, vertelt Rita Wassing-Visser, voorheen conservator van het onlangs gesloten Museum Nusantara voor Indonesische kunst. Liefkes informeerde eind jaren zeventig bij haar naar de lacunes in de verzamelingen van dit Delftse museum. Hij wilde stukken kopen die museumwaardig waren en als schenking een aanvulling zouden vormen. Wassing-Visser gaf hem ook advies over authenticiteit en zeldzaamheid, belangrijke kennis voor de kunsthistoricus Liefkes.

„Frits was een felle verzamelaar die wakker kon liggen van een mogelijke aanwinst. Dan was hij er bezeten van en rustte niet voor hij het had. Maar hij kon ook dolgelukkig zijn met een vlechtwerkje van 100 euro.” Het verzamelen hield Liefkes overeind in jaren dat hij ernstig ziek was en een transplantatie onderging. Toen het voortbestaan van Nusantara eind jaren tachtig ter discussie stond, raadde Wassing-Visser hem aan naar Volkenkunde Leiden te gaan. In overleg met dat museum heeft de Haagse collectioneur een aantal topstukken verworven die nu zijn opgesteld, zoals de Nias hoofdtooi van een priesteres, een verfijnd Madurees gouden sirihstel en twee rijk gedecoreerde troonstoelen van Bali.

Reizen deed Liefkes niet, alle aankopen zijn in Nederland gedaan op veilingen en bij handelaren. Ze kwamen van Hollandse families die in Indië hadden gewoond, en soms ook van Indonesische handelaren die hun waar via Nederlandse veilingen verspreidden. Samen tonen ze de rijkdom van deze oude cultuur waarmee Nederland vier eeuwen lang verbonden was, maar die door de politiek niet meer vanzelfsprekend wordt beschouwd als deel van ons culturele erfgoed; ook bijvoorbeeld het Tropenmuseum in Amsterdam vecht nu voor zijn toekomst. Particuliere verzamelaars, zoals Liefkes, zijn in dergelijke situaties belangrijke medestanders van musea.

Een huis vol Indonesië. De Frits Liefkes Collectie. Rijksmuseum Volkenkunde Leiden, 9 mei t/m 21 juli.