Jamie Dimon verdient het voordeel van de twijfel

Wat zal Jamie Dimon doen? Dat is de vraag die beleggers zullen moeten proberen te beantwoorden, voordat ze deze week op de jaarvergadering van JP Morgan hun stem uitbrengen over de opsplitsing van de rol van president-commissaris en uitvoerend directeur van de Amerikaanse zakenbank. Het risico bestaat dat de aandeelhouders een overwinning boeken op het terrein van het ondernemingsbestuur, maar topman Dimon kwijtraken. In het algemeen is het geen verstandige beleggingsstrategie om het kind met het badwater weg te gooien.

Dimon was niet goedkoop en kan vervelend overkomen, zoals toen hij voorzitter Ben Bernanke van de Federal Reserve (de Amerikaanse centrale bank) in het openbaar de mantel uitveegde, ook al had hij een punt. Nu waarschuwt zijn raad van commissarissen de aandeelhouders dat stemmen vóór een opsplitsing van beide rollen „ontwrichtend” kan zijn – een nauwelijks verhuld dreigement dat Dimon zal opstappen. Het is een kregelige reactie op het vooruitzicht dat een meerderheid van de aandeelhouders de voorkeur zal geven aan een steeds populairder wordend voorstel. Zorgwekkend ook dat Dimon en zijn commissarissen niet op één lijn zitten met de eigenaren van JP Morgan.

Hoewel de uitslag van de stemming niet bindend is, kan de toonaangevende Wall Street-bank de wensen van de meerderheid van de aandeelhouders niet negeren. Als hij om deze reden de handdoek in de ring zou gooien, zou Dimon zich gedragen als een verwend kind. Toch zou hij geen enkele moeite hebben een nieuwe werkgever te vinden. Superbelegger Warren Buffett bewondert zijn vaardigheden bijvoorbeeld al langer en heeft hem in zijn jaarlijkse brief aan de aandeelhouders van zijn beleggingsmaatschappij Berkshire Hathaway uitgebreid geprezen.

Maar wat voor beleggers het zwaarst zou moeten wegen, zijn de rendementen die zij hebben geboekt met het bezit van de aandelen van JP Morgan tijdens Dimon. Hij nam het roer bij de bank officieel eind 2005 over. Sindsdien is de koers van JP Morgan met 22 procent gestegen. Dat is iets minder dan de S&P 500.

Vergeleken met de concurrentie heeft JP Morgan het echter beter, en soms veel beter, gedaan. Wells Fargo en Goldman Sachs komen nog het dichtst in de buurt, met koersstijgingen van respectievelijk 19 en 16 procent. Maar Bank of America en Citigroup blijven ver achter: die bankaandelen hebben in dezelfde periode respectievelijk 73 en 90 procent van hun waarde verloren.

Zoals de beleggingssector in reclamespotjes altijd moet vermelden, zijn in het verleden behaalde resultaten geen garantie voor de toekomst. Maar de prestaties van JP Morgan met Dimon aan het roer, vóór, tijdens en na de ergste financiële crisis in tientallen jaren, zou beleggers die zich beraden over de kwestie van het ondernemingsbestuur tot nadenken moeten stemmen – hoe in het nauw gedreven ze zich ook voelen.

Breakingviews is een dagelijks financieel commentaar uit het buitenland. Vertaling Menno Grootveld.