Ik wil hier uit, desnoods in een kist

Asielzoeker Sayam Uddin Nessar drinkt en eet niet meer. Hij ziet geen andere manier meer om aandacht te vragen voor de manier waarop hij is opgesloten.

Bij het detentiecentrum in Rotterdam, waar een groep asielzoekers weigert te eten, vindt een lawaaidemonstratie plaats. Foto Bas Czerwinski

Wat zeg je tegen een man die tot tranen toe crepeert doordat hij al dagen niet eet of drinkt? Stop alsjeblieft, nu? Of: hou vol!

De Afghaan Sayam Uddin Nessar (1970) drinkt sinds dinsdag niets meer en begon op maandag al een hongerstaking. Zaterdag laat hij tijdens het bezoekuur een brief op een A4’tje lezen die hij heeft opgesteld. Er staat: ‘Ik wens onder geen beding in een ziekenhuis te worden opgenomen. Daarbij weiger ik ook kunstvoeding toegediend te krijgen, ik ga niet akkoord met het toedienen van vocht via een infuus, ik ga niet akkoord met het toedienen van medisch noodzakelijke geneesmiddelen.’

Ik word óf vrijgelaten, óf ik verlaat het detentiecentrum Rotterdam in een lijkkist, zegt hij met droge mond. Hij grijpt elke vijf minuten naar zijn zij, zijn nieren protesteren. Dat was zaterdagmiddag. Gisterochtend zei hij door de telefoon dat hij die dag naar het ziekenhuis zou worden gebracht.

Ruim een week geleden wierp Nessar zich op als leider van een groep hongerstakers in het detentiecentrum. Afgelopen donderdag werd hij door acht bewakers uit de groep gehaald. Hij werd in zijn eentje in een cel geplaatst op een afdeling die verder leeg staat. Hij mocht een uur per etmaal naar buiten om te luchten, alleen, in een kooi. Sinds hij is overgeplaatst zijn veel hongerstakers weer gaan eten. Het is onduidelijk hoeveel mensen nog in hongerstaking zijn.

Waarschijnlijk wilde de directie van het detentiecentrum met de overplaatsing van Nessar de staking breken. Eerder werden in het detentiecentrum op Schiphol, waar kort geleden ook een hongerstaking uitbrak, mensen in de isoleercel gezet om ze weer aan het eten te krijgen. De Vereniging Asieladvocaten en -juristen Nederland (VAJN) sprak vorige week met de directie van detentiecentrum Rotterdam af dat hongerstakers niet in de isoleercel zouden worden geplaatst. Nessar zat dus niet in een isoleercel, maar hij zat wel geïsoleerd.

Ook in zijn eentje gaat Sayam Uddin Nessar door. In zijn ijskoude cel – volgens bewakers kan de airconditioning niet uit. Hij protesteert daarmee tegen de omstandigheden waarin de gedetineerden moeten leven: in kleine cellen zitten ze opgesloten als zware criminelen. Er zijn weinig activiteiten, het eten voor de hele dag wordt eens per etmaal aangeleverd in een kartonnen doos, inclusief een magnetronmaaltijd voor de avond.

De reden dat ze er vastzitten varieert. Sommigen zijn uitgeprocedeerde asielzoekers die niet kunnen worden uitgezet aangezien het land van herkomst hen weigert toe te laten. Er zitten mensen die nooit asiel aanvroegen maar steeds illegaal in Nederland verbleven. In het detentiecentrum op Schiphol verblijven ook mensen die net zijn gearriveerd en van wie nog moet worden bekeken of ze in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning. Bij weer anderen loopt nog een procedure.

Tot die laatste groep behoort Nessar. Hij vluchtte met een groot deel van zijn familie in 1993 naar Nederland nadat zijn vader was vermoord. Zijn moeder, drie broers, twee zussen, ooms, tantes, neefjes en nichtjes zijn in Nederland. Zij deden allemaal afstand van de Afghaanse nationaliteit en kregen een verblijfsvergunning. Nessar weigerde destijds omdat hij nog politiek actief wilde worden in Afghanistan. Hij wilde dat doen als Afghaan, niet als Nederlander. Bovendien was hij legaal in Nederland, hij had een tijdelijke verblijfsvergunning. Een Nederlands paspoort leek niet nodig.

Dat werd het later wel, toen hij anderhalf jaar in Duitsland werkte. De wet veranderde en nu moest hij zijn verblijfsvergunning verlengen of omzetten in een definitieve status. De Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) stuurde daarover enkele brieven naar een adres waar hij al jaren niet meer woonde, zegt hij. Zijn postadres in Lelystad, waar ook zijn familie woont, was bij de IND onbekend.

Eenmaal terug in Nederland, bleek hij geregistreerd als ongewenste vreemdeling. Aanvankelijk zag hij het als een administratieve fout. Maar toen werd hij opgepakt. Hij zit sinds 19 februari vast.

Nessar is een uitzondering in het detentiecentrum. Hij is al twintig jaar in Nederland, spreekt accentloos Nederlands en kent zijn rechten en plichten. Hij schrijft brieven naar de directie waarin hij pleit voor verandering van het strenge regime. Hij gaat in discussie en vraagt om argumenten.

Daarnaast is hij niet onbemiddeld. Hij heeft in Lelystad een eigen huis en is mede-eigenaar van een snookercentrum. Niet dat je in een detentiecentrum veel hebt aan geld, maar Nessar kan bellen. De meeste gedetineerden kunnen dat niet. Zij moeten het doen met de tien euro die ze per week krijgen. Dat is het budget voor toiletartikelen, rookwaar en een versnapering die ze kunnen kopen in het ‘winkeltje’ in de gevangenis. Van het geld dat overblijft kunnen ze bellen. Vaak blijft er weinig over. Voor de meesten geldt trouwens dat ze niemand hébben om te bellen.

Voor Nessar ligt dat anders. Hij heeft zijn broers gevraagd om 2.000 euro van zijn eigen geld op de gevangenisrekening te storten. En hij belde zich suf. Daardoor weet de buitenwereld van zijn honger- en dorststaking en die van anderen.

Op zaterdagmiddag ontving Nessar zijn bezoek in afzondering van de andere gevangenen. Er was voor hem een aparte zaal met twee bewakers. De afleiding van een gesprek doet hem goed, zegt hij, maar hij is dan al ernstig verzwakt. Hij wordt dagelijks bezocht door een arts die constateerde dat zijn bloeddruk erg laag is en dat zijn nieren het zwaar hebben.

Zijn moeder weet niet dat hij niet eet en drinkt, zegt hij. Hij durft het haar niet te vertellen. „Ze heeft twee keer een hartaanval gehad, ik wil het haar niet aandoen.” Hij belt haar wel dagelijks en ze hoorde zaterdagochtend aan zijn stem dat het niet goed ging. Wat is er aan toch de hand, vroeg ze steeds. Wanneer laten ze je vrij?