Geliefd bij PSV, verguisd in de rest van Nederland

Mark van Bommel won 22 prijzen en speelde 79 keer in Oranje. Hij werd geliefd en gehaat. „Ik onthoud alleen de mooie momenten”, zei hij.

Geliefd in Eindhoven, verguisd in de Randstad. Mark van Bommel riep twintig jaar lang gemengde gevoelens op bij de voetballiefhebbers. Ploeggenoten spraken vrijwel altijd vol lof over de winnaarsmentaliteit van de middenvelder, tegenstanders wezen niet zelden op zijn irritante maniertjes. Van Bommel maakte ruzie met Johan Cruijff, Marco van Basten en Louis van Gaal, maar bleef altijd in zichzelf geloven. „Ik onthoud alleen de mooie momenten”, sprak de aanvoerder van PSV gisteren bij zijn afscheid.

De Limburger Van Bommel, die in 1993 zijn profdebuut maakte bij Fortuna Sittard, groeide van 1999 tot 2005 uit tot het gezicht van PSV. Hij was de leider van de ploeg, die onder leiding van de Achterhoeker Guus Hiddink de sterkste van Nederland was en de laatste vier van de Champions League bereikte. Maar Van Bommel was ook de speler die in de halve finale tegen AC Milan zijn tegenstander Massimo Ambrosini op een beslissend moment liet weglopen. Weg finale van de Champions League.

Van Bommel (36) was overal en altijd omstreden. Van Eindhoven tot Barcelona en van München tot Milaan. De karaktervoetballer werd tot op de laatste speeldag door de fans van PSV onvoorwaardelijk in de armen gesloten. Ze raakten Van Bommel diep toen ze hem twee weken geleden bij een thuisduel met FC Groningen minuten achtereen smeekten door te gaan. De aanhang van het Duitse Bayern München koos hem in 2007 tot speler van het seizoen. Maar de lezers van Bild riepen Van Bommel uit tot Stinkstiefel. Oftewel; de meest gehate speler van de Bundesliga.

De bikkelaar beleefde zijn hoogtepunt in 2006, toen hij met FC Barcelona in het Stade de France in Parijs tegen Arsenal de Champions League won. Die beker was de mooiste van de 22 prijzen die Van Bommel in zijn loopbaan veroverde. Maar in Barcelona werd ook duidelijk dat het snelle en vloeiende combinatiespel van de Catalaanse topclub hem te machtig was. Van Bommel stapte over naar Bayern München en was daar vierenhalf jaar op zijn plaats, totdat hij in onmin raakte met zijn coach Louis van Gaal. Van Bommel haalde zijn gram door nog anderhalf jaar te vlammen bij AC Milan.

Het sierde Van Bommel dat hij aan het slot van zijn loopbaan een oude belofte inloste, door terug te keren bij PSV. Maar het plan om als aanvoerder in het honderdjarige bestaan van de Philips Sport Vereniging het 22ste landskampioenschap van de club te veroveren, mislukte jammerlijk. Het werd een seizoen vol frustratie, waarin Van Bommel zich vaak ergerde aan de instelling en beleving van de nieuwe generatie profvoetballers. Koptelefoons, tatoeages en gouden tanden waren aan hem niet besteed. Van Bommel was het toonbeeld van een voetballer die alles voor zijn vak overhad.

Van Bommel was ook een eigengereide speler met een sterke eigen mening. Hij ging met niets of niemand de discussie uit de weg. Zo kwam hij meerdere malen in aanvaring met Cruijff, die hem jaren achtereen bleef bekritiseren. Bij Oranje botste hij met Van Basten. Van Bommel bedankte daardoor in 2006 voor het Nederlands elftal. Toen Van Gaal afgelopen zomer terugkeerde als bondscoach wist Van Bommel dat er een definitief einde was gekomen aan zijn interlandloopbaan.

Van 2008 tot 2012 beleefde Van Bommel bij Oranje onder zijn schoonvader Bert van Marwijk zijn grootste teleurstelling. De 79-voudig international wordt nog altijd bevangen door emoties als hij terugdenkt aan de verloren WK-finale tegen Spanje in Johannesburg.

Van Bommel had als aanvoerder van het Nederlands elftal op het EK van 2012 sportieve wraak willen nemen, maar dat toernooi draaide uit op een debacle. Net zoals het slotakkoord bij PSV. Het is illustratief dat Van Bommel met een rode kaart zijn carrière beëindigt. De fans van PSV klapten voor hem, de aanhang van FC Twente lachte hem uit.