Fischer laat echt alle noten horen

Beethoven door het Kon. Concertgebouworkest o.l.v. Iván Fischer. Gehoord: 10/5 Kon. Concertgebouw Amsterdam. Radio 4: 23/6 14.15 uur. Volgende concerten: 30, 31/5.

Nog opmerkelijker dan dat het Koninklijk Concertgebouworkest voor het eerst in 35 jaar weer een Beethovencyclus speelt, was de manier waarop dirigent Iván Fischer het eerste concert met de symfonieën nrs. 1, 2 en 5 opdeelde. Na de Eerste symfonie meldde hij dat de pauze zou ingaan na de eerste twee delen van de Tweede symfonie. Dat de symfonie zo in tweeën werd geknipt, was geen bezwaar. In de tijd van Beethoven, zei Fischer, werd immers een deel van een symfonie beschouwd als een apart kunstwerk. Na het beluisteren van twee delen kon het publiek daarvan nu uitrusten.

Het moet gezegd, na het Larghetto uit de Tweede symfonie, moest ik even bijkomen. Fischer realiseerde onbeschaamd tedere passages in ouderwets trage tempi. Tezamen met de milde, zonnige klank leidde het tot een zó intens loom genieten dat het verwerken van al die emoties tijd vergde. Zonde, inderdaad, om de herinnering daaraan meteen te laten wegvagen door het snelle Scherzo, waarmee Fischer na de pauze terugkwam.

De Beethoven van Fischer, ooit assistent van Nikolaus Harnoncourt, is een heel andere dan die van ‘authentieke’ dirigenten als Frans Brüggen, Philippe Herreweghe of Jan Willem de Vriend. Fischer komt nauwelijks met opzienbarende ritmische accenten of het eigenzinnig uitlichten van details. De Beethoven van Fischer heeft meer verwantschap met die van de langs klassieke lijnen opererende Bernard Haitink, die in 1978 de laatste Beethovencyclus van het KCO dirigeerde: de symfonieën én alle pianoconcerten met Vladimir Ashkenazy.

Fischer laat in perfecte balans en ongehaaste tempi alle noten in de partituur horen. Echt alle details, dat is waarlijk virtuoos en dat zorgt voor een verheven opwinding. Slechts een enkele keer zette hij in de eerste twee symfonieën de retoriek wat forser aan. In de Vijfde symfonie werd dat allemaal wat extremer en contrastrijker. In het slotdeel werd het schakelen tussen pianissimo en fortissimo echter te schematisch en voorspelbaar om muzikaal te overtuigen.