En weer verdwijnt werk uit Oude Pekela

In de armste gemeente van Nederland wil de hennepfabriek uitbreiden, maar de subsidiekraan gaat dicht. Hempflax wijkt uit naar Roemenië.

De lucht in de fabriek is zwaar van het stof. Het ruikt er naar aarde met, voor de goede neus, een vleugje hennep. Overal staan enorme machines. De messen in de machines scheiden cannabis. Ze gaan razendsnel op en neer. Tsjak, tsjak, tsjak.

Directeur Mark Reinders (31) loopt door zijn hennepverwerkingsbedrijf Hempflax, aan de rand van het Groningse Oude Pekela. Hij aait soms een machine. Dan dwarrelt stof op de grond en blijft een veeg achter op het ijzer. Reinders houdt van deze regio, vlak aan de Duitse grens. Het is een van de armste gebieden van Nederland. Daar had Reinders iets aan willen doen. Hij wilde uitbreiden en had de forse werkloosheid in Oude Pekela een beetje kunnen verlichten. Hij wilde werken met plaatselijke boeren en arbeiders. Ze konden voor een goed loon in zijn hennepfabriek komen werken. Maar het gebeurt niet. Hempflax gaat in 2014 wel uitbreiden, maar in Roemenië. Reinders: „De Nederlandse overheid laat mij geen andere keuze. In Den Haag roept men wel dat ze een groene economie willen, maar in de praktijk merken wij daar niets van. Dan maar naar Roemenië. Zonde voor Oude Pekela.”

In een groene jas loopt Reinders door zijn fabriek. Vroeger zat hier de strokartonfabriek waar veel dorpelingen werkten. Nu verbouwt Reinders er hennep. Ja, zoals de drug, maar dan met een minimum van de werkzame stof. Is normaal gesproken het gehalte tetrahydrocannabinol (THC) in een gemiddelde joint zo’n 16 procent, in de producten van Reinders is dat maximaal 0,2 procent. Het gaat hier dan ook om een andere cannabisfamilie. „Je moet het zien als het verschil tussen bier en alcoholvrij bier. Van onze hennep moet je flink wat jointjes rollen wil je er stoned van worden”, lacht de directeur.

Twintig jaar geleden begon Hempflax met het winnen van de hennepvezel uit de cannabisplant. Na een paar jaar werd het verboden. De overheid was, volgens Reinders, bang voor hennep. Ze dachten dat het om drugs ging. Tot begin jaren negentig, toen ook in Den Haag duidelijk werd dat het om twee totaal verschillende cannabisfamilies gaat. Sinds begin jaren negentig is Hempflax weer volop in bedrijf.

In de fabriek wordt de houtkern en de hennepvezel in de bast van de plant gescheiden. Wat overblijft is zo zuiver mogelijke hennepvezel, dat bekendstaat als één van de sterkte natuurvezels ter wereld. Hempflax levert aan automerken als Mercedes, BMW, Bentley en Jaguar. Van de grondstof worden onderdelen van autoportieren gemaakt. Hempflax verbouwt in Groningen en Drenthe jaarlijks circa 600 hectare hennep. Een veelzijdige grondstof. Tijdens het interview loopt Reinders een paar keer weg om materialen te pakken waarvoor zijn hennep is gebruikt. Aan het einde van het gesprek ligt een blok isolatiemateriaal op tafel, op de grond staat een half autoportier, een bloemenvaas van hennep, een zak kattenbakgrind, bankbiljetten en sigarettenvloeitjes.

Oude Pekela, plattelandsdorp diep in Groningen. Bekijk lijstjes van het Centraal Bureau voor de Statistiek en Pekela staat altijd in de onderste regionen. Het is de armste gemeente van Nederland: gezinnen moeten het er gemiddeld doen met 19.700 euro voor het hele jaar. In de rijkste gemeente van Nederland – Rozendaal, bij Arnhem – is dat gemiddelde zo’n 40.000 euro. Het inkomensniveau in Pekela ligt 20 procent onder het landelijk gemiddelde. In het dorp krijgt bijna 5 procent van de beroepsbevolking een bijstandsuitkering, tegen een Nederlands gemiddelde van 3 procent. Ooit was Pekela rijk, vanwege vruchtbare landbouwgrond en fabrieken. Maar het dorp – bijna 13.000 inwoners – is in verval geraakt. Hempflax had zeker voor zeventien mensen een fulltime baan gehad, of voor 34 mensen een parttime job. Toch trekt Reinders naar Roemenië.

Dat heeft alles te maken met het subsidiebeleid van de Nederlandse overheid. In Oude Pekela willen weinig boeren hennep verbouwen, omdat ze er vanaf 2012 geen subsidie meer voor krijgen; vanwege bezuinigingen worden enkel nog de grote gewassen gesubsidieerd, zoals graan en maïs. Via diverse landbouwsubsidies kunnen ze een paar honderd euro per hectare cashen, terwijl ze voor hennep niets krijgen. Gemiddeld krijgt een Nederlandse land- of tuinbouwer jaarlijks 15.700 euro subsidie; een akkerbouwer ruim 21.000 euro. In 2013 kregen de boeren nog 300 euro per hectare verbouwde hennep, maar dat is een eenmalige subsidie, die volgend jaar niet meer beschikbaar is. Reinders: “Boeren kiezen daarom massaal voor de verbouw van andere stoffen dan hennep. Logisch, zou ik ook doen als ik daar subsidie op kreeg en op hennep niet.”

Zeuren wil Reinders niet. Hij vraagt niet om subsidie, zegt hij. Wel om een „gelijk speelveld”. Van een overheid die „de mond vol heeft van een groene en duurzame economie” verwacht hij ook medewerking. De hennep die op het land staat, krijgt geen kunstmest en wordt niet bespoten met gewasbescherming. Puur natuur, net als de productie en verwerking. Geen onderdeel van de plant gaat verloren. Volgens de directeur is het onderdeel van een groter probleem. Reinders: „Nederland roept altijd hard als het gaat om biobased economy, maar in de praktijk gebeurt er weinig. Als je ergens een windmolenpark wil bouwen, gaat de ‘Stichting Red m’n Uitzicht’ ervoor liggen. In Nederland duurt het dan járen voordat die windmolens er daadwerkelijk staan.” Zelf woont de directeur in Duitsland. Een heel ander verhaal, zegt hij. Overal ziet Reinders er windmolens, en zonnepanelen op alle daken: „De overheid drukt ‘groen’ er gewoon door in Duitsland. Daar kunnen we hier nog wat van leren.”

De Roemeense plannen zijn groots. Grond is er genoeg, en bovendien zat boeren die hennep willen verbouwen voor extra verdiensten. Reinders heeft investeerders gevonden om in Roemenië in 2014 „tweeduizend voetbalvelden” hennep te kunnen planten: „Die grond is tien keer goedkoper dan in Nederland, dat is natuurlijk een pluspunt.”

Toch verdwijnt Hempflax niet uit Oude Pekela. De ruwe vezel die in Roemenië gewonnen gaat worden, zal naar Nederland komen om verwerkt te worden. Bovendien blijft de hennep ook in Oude Pekela groeien. Reinders: „We laten Oude Pekela niet los. Dat kunnen we de plaatselijke boeren en medewerkers niet aandoen.”

    • Enzo van Steenbergen