Een echte man bezuinigt

We zeggen allemaal wel eens wat. Het gaat dan ook niet aan een vooraanstaand historicus af te serveren alleen maar omdat hij iets stoms heeft gezegd tijdens een congres. Tijdens een conferentie van financieel adviseurs in Californië werd aan Niall Ferguson, hoogleraar te Harvard, gevraagd wat hij vond van de beroemde uitspraak van de beroemde econoom John Maynard Keynes. Dat we op de lange termijn allemaal dood zijn.

Later gaf Ferguson een verklaring op zijn website. „Ik had niet moeten suggereren – in een geïmproviseerd antwoord dat geen deel uitmaakte van mijn voordracht – dat Keynes niets gaf om de lange termijn omdat hij geen kinderen had. Noch dat hij geen kinderen had omdat hij homoseksueel was. Dit was dubbel stom. Ten eerste bekommeren mensen zonder kinderen zich natuurlijk ook om toekomstige generaties. Ten tweede was ik vergeten dat Keynes’ vrouw Lydia een miskraam had gehad.”

Tot zover alles in orde. Je zegt iets stoms, een storm steekt op en je neemt het terug. Het ontviel je, ontsnapte, ontglipte je, en echt, het spijt je verschrikkelijk. Het is dit mechanisme dat de wereld draaien doet; dat zorgt voor journalistieke opwinding en maatschappelijke dynamiek. Niall Ferguson wordt nu in veel commentaren een aandachtzoeker genoemd, een spreker die het moet hebben van zulke provocaties, maar het is natuurlijk precies daarom dat Times Magazine hem in 2004 uitriep tot een van de honderd invloedrijkste mensen ter wereld. Wie altijd zorgvuldig nadenkt, verwerft geen invloed.

Niets aan de hand dus. Het wordt pas interessant als je een beetje om deze gehypte zaak heen gaat lezen. Dan blijkt hoeveel aspecten kleven aan één zo’n simpele uitspraak over Keynes.

Allereerst is er Ferguson zelf. Wie mij en mijn werk kent, schrijft hij, weet dat ik elk vooroordeel verafschuw. „Mijn bezwaren tegen de economische filosofie van Keynes hebben nooit iets te maken gehad met zijn seksuele geaardheid.” Maar wie hem en zijn werk kent, beweert juist het tegenovergestelde. Ferguson brengt het denken van Keynes regelmatig in verband met zijn seksualiteit. Velen citeren een artikel uit 1995 in de Spectator; hier beweert hij dat Keynes zich tegen het Verdrag van Versailles keerde omdat hij verliefd raakte op een Duitse onderhandelaar.

Het is een raar artikel, waarin Ferguson komt met een lijst seksuele veroveringen van Keynes. „Minstens acht mannelijke partners in 1911 (onder wie de ‘liftboy van Vauxhall’).” Maar ja, waarom ook niet? In een open brief aan de universitaire gemeenschap van Harvard schrijft Ferguson deze dagen gepikeerd dat hij toch wel een relatie mag leggen tussen biografie en werk? Ja, natuurlijk mag dat. Hij heeft groot gelijk.

Het punt is alleen, en daar wordt de zaak al interessanter, dat Ferguson specifiek benieuwd blijkt te zijn naar de homoseksuele aspecten van levens. Nu zou hoogstens zijn vrouw zich ongerust moeten maken over die vreemde fascinatie, ware het niet dat Ferguson hierin niet alleen blijkt te staan. Er is een politieke stroming die elk Keynesiaans pleidooi voor overheidsuitgaven ten tijde van crisis afdoet als ik-gerichtheid van kinderloze homo’s. Zo wordt een debat over de vraag hoe we uit de crisis komen teruggebracht tot de vraag wie het mannelijkst is, quien es mas macho, schrijft Garance Franke-Ruta in The Atlantic. Een echte man investeert niet in crisistijd. Hij bezuinigt. En verwekt kinderen. Nou en? We worden hier niet opeens politiek correct, of wel? Nee, dat niet, maar het is altijd wel fijn als de feiten kloppen en vervolgens is er de boeiende vraag van wie de toekomst eigenlijk is. Zijn het niet juist de kinderlozen die zich opwerpen voor het algemeen belang en de toekomstige generaties? De kerk heeft precies om die reden het celibaat uitgevonden. De kinderloze Keynes schreef het essay Economic Possibilities for our Grandchildren. Edmund Burke, held van de bezuinigers, stierf zonder nageslacht – en bleek veel minder gekant tegen flinke staatsuitgaven dan wel wordt beweerd.

Je kunt biografieën best aangrijpen om economische debatten te duiden, maar als je niet oppast en als je niet heel zorgvuldig de link tussen leven en werk legt, verval je al snel tot bizarre polarisaties. Dan noem je kinderloze mensen links en noem je rechtse mensen viriel. Dan beschouw je het investeren in banen als hobby van slappelingen die, om met Ferguson te spreken, het liefst poëzie lezen met hun vrouw. En voor je het weet wil de kinderloze minister-president van Nederland dan niet meer investeren, louter om zijn viriliteit te bewijzen.

Het verstandigste wat ik las stond op de website Crooked Timber. Het was een citaat van Edmund Burke, held der conservatieven. „Pure soberheid is geen economie”, zei Burke aan het eind van de achttiende eeuw. „Economie is een verdelende deugd, en bestaat niet uit sparen maar uit kiezen.” En omdat wij moeten kiezen, zou ik willen zeggen, leven we allemaal bewust in de toekomst. Als we kiezen voor uitgeven niet minder dan als we kiezen voor bezuinigen. Inderdaad. Een idiote opmerking van Ferguson. Maar best een boeiende discussie.

Maxim Februari is filosoof en schrijver.