Death Grips verbluft met apocalyptische mengeling van rap en punk

Death Grips. Gehoord: 11/5 Melkweg, Amsterdam.

Soms is er een band die woede en frustratie net weer anders weet vorm te geven dan andere muzikanten. Het grensgebied tussen rap en punk is al eerder ontgonnen, maar Death Grips uit Amerika biedt een versie die met weinig middelen hard aankomt. Rapper Stefan ‘MC Ride’ Burnett laat zijn donkere stem afwisselend mild en agressief klinken, omgeven door de anarchistische beats van Zach Hill en de industriële klanken van producer Andy Morin – alsof ze gevangen zitten in het binnenste van een zware machine, waar alles klopt, trilt, ratelt en beukt. Woedend zingt Burnett zich een uitweg.

Death Grips staat bekend om zijn werkdrift: het trio bestaat nog maar twee jaar, maakte vorig jaar twee volledige cd’s en ging op tournee. Hill werkt aan een filmscore. Ook deed Death Grips de blogs schudden, door als opruiende rapact getekend te worden door grote platenmaatschappij Epic, en negen maanden later alweer te worden gedumpt, wegens ruzie over onder meer de hoes van No Love Deep Web (2012) met daarop een foto van Hills penis. Death Grips zette door. Afgelopen zaterdag was de Melkweg in Amsterdam niet uitverkocht, maar het publiek was toegewijd en zwaaide net zo met de armen als Burnett op het podium. Links regelde Morin de muziek, rechts sprong Burnett. Op het amper verlichte toneel leken ze schimmen, met de indrukwekkende, getatoeëerde torso van de lange Burnett als silhouet zichtbaar. De apocalyptische muziek kreeg zo nu en dan een adempauze, zoals het swingend uitgevoerde Hacker. Death Grips begon precies op tijd, speelde drie kwartier en liet de zaal verbluft achter.