Corresponderende boektitels

Illustratie Ank Swinkels

Vorige week ging het in deze rubriek over boektitels die op elkaar voortborduren. De Commissaris vertelt en De Commissaris vertelt verder van Henk Voordewind, gevolgd door De Commissaris kan me nog meer vertellen van Willem van Iependaal.

Dat leverde de vraag op of dat vaker voorkomt. In de eerste plaats zijn er natuurlijk talloze reeksen met titels die op elkaar aansluiten, vooral bij jeugdboeken. Denk aan de reeks Hoe overleef ik... van Francine Oomen. Hoe overleef ik… mijn vakantie, de brugklas, mijn eerste zoen, mezelf, enzovoorts. Pinkeltje, Swiebertje, Bob Evers, Marjolein – er zijn tientallen boekenkasten te vullen met dergelijke corresponderende titels, meestal geschreven door één auteur. Auteurs en uitgevers doen dit om de herkenbaarheid van een reeks te vergroten, dan wel om het succes ervan uit te melken.

Iets vergelijkbaars zie je met boektitels die variëren op de titel van een bestseller. In 1996 publiceerde Geert Mak het prachtige Hoe God verdween uit Jorwerd, een boek dat inmiddels aan z’n 44ste druk toe is. Dat leverde talloze navolgers op. Een kleine greep: Hoe God verscheen in Saksenland; Hoe God verdween uit de Tweede Kamer; Hoe God verscheen in Papoea; Hoe God emigreerde naar Amerika; Hoe God terugkwam in Kabou, enzovoorts.

Voor de goede orde: we hebben het hier slechts over boektitels. De lijst wordt honderd keer zo lang als je ook krantenkoppen en titels van brochures en tijdschriftartikelen zou opnemen. Mak heeft met deze titel namelijk iets bereikt dat maar weinig schrijvers gegeven is: hij heeft een gevleugelde uitdrukking aan het Nederlands toegevoegd.

Bij variaties op Hoe God... in boektitels speelt vermoedelijk nog steeds een rol dat uitgevers proberen mee te liften op het succes van Maks boek. Dat is niet rechtstreeks het geval bij een oudere boektitel waarop eindeloos wordt gevarieerd, namelijk Van oude menschen, de dingen, die voorbijgaan... Couperus schreef dat boek in 1906. Bij zijn leven liep het slecht. Couperus was een enorme veelschrijver; de boekhandelaars klaagden indertijd dat hij nu alweer met een roman was gekomen.

Inmiddels is Van oude menschen een van Couperus’ bekendste boeken. Sinds de verfilming ervan, eind jaren zeventig, zijn er tientallen boeken verschenen die er met hun titel naar verwijzen. Andermaal een kleine greep: Van oude mensen, de dingen die niet voorbijgaan; Van goede bedoelingen, de dingen die nooit voorbijgaan; en: Menstruatieklachten, de dingen die voorbijgaan?

Zelf vind ik titels die elkaar bespotten of bestrijden het leukst. We kennen dat bijvoorbeeld bij drie fotoboeken uit de jaren vijftig. Eerst was er het provocerende Wij zijn zeventien van Johan van der Keuken uit 1955, in 1956 gevolgd door het bravere Wij zijn ook zeventien van Louis Drent, met in 1958 als sluitstuk Waren wij maar zeventien van Gras Heyen.

Soms moet je trouwens goed ingevoerd zijn om te weten dat titels elkaar op de hak nemen. Zo publiceerde Joep Schrijvers in 2002 een provocerend boekje over „de kunst van het kronkelen en samenzweren” in het bedrijfsleven, getiteld Hoe word ik een rat? Vier jaar later publiceerde Angelique van ’t Riet, zonder het boek van Schrijvers te noemen: Hoe word ik een schat: flirten als succesfactor op het werk.

Het kortste voorbeeld dat ik ken: 1984 van George Orwell uit 1949, in 1978 gevolgd door 1985 van Anthony Burgess.

Taalhistoricus en journalist Ewoud Sanders schrijft wekelijks op deze plek over taal.