• Ik

Boeken

Iemand had zijn boekenkast geleegd op de stoep. Naast de chaotische berg bladzijden zat een man in een scootmobiel, bijgelicht door een lantaarnpaal, de schat te ontleden. Zijn karretje puilde aan alle kanten uit van de boeken. „Thuis heb ik er vierduizend”, zei hij. „Van Anne Frank. En Winnetou.” Of hij die allemaal had gelezen,

Iemand had zijn boekenkast geleegd op de stoep. Naast de chaotische berg bladzijden zat een man in een scootmobiel, bijgelicht door een lantaarnpaal, de schat te ontleden. Zijn karretje puilde aan alle kanten uit van de boeken.

„Thuis heb ik er vierduizend”, zei hij. „Van Anne Frank. En Winnetou.”

Of hij die allemaal had gelezen, vroeg ik. „Nee”, zei hij apathisch. „Geeneen.”

Margriet Wesselink

    • Ik