Wiels had overal op Curaçao vijanden

De zondag vermoorde politicus Helmin Wiels wist dat zijn leven gevaar liep. „De geschiedenis leert dat voorvechters van de vrijheid bijna nooit het resultaat zien.”

DEN HAAG - Helmin Wiels (R), de leider van de grootste partij in Curacao, zit in de Eerste Kamer voor het Koninkrijksoverleg. Parlementariers van Nederland, Aruba, Curacao en Sint Maarten praten deze week met elkaar over diverse onderwerpen. ANP LEX VAN LIESHOUT

Verwilderd ijsbeert een magere man van middelbare leeftijd met een petje en gouden tanden langs de plek waar Helmin Wiels vorige week werd doodgeschoten. Hij is bang, roept hij, bang dat ook hij wordt „afgeknald”. De angst spreekt uit zijn felle ogen, zijn gespannen kaak en de manier waarop zijn speeksel rondspettert als hij praat. „Ik was erbij zondag, ik heb het gezien. Straks maken ze mij ook dood. Totdat de daders gepakt zijn, ben ik niet veilig.”

Hij stampt langs de viskraam op het strand Marie Pampoen, waar de politiek leider van Curaçao zondag werd vermoord. Er ligt een tiental bossen bloemen op een hoop. Een enkeling heeft een kaars of een briefje achtergelaten.

Rudy Rosa verkoopt onder een boom zijn vis, zoals elke dag. Ook de snek, het barretje op de hoek, is open, net als de duikscholen waar toeristen zich in hun wetsuits hijsen. Het leven gaat voor de meeste mensen op Curaçao na de moord gewoon door. Er zijn geen rellen geweest, geen ruiten gesneuveld bij de vele opponenten van Wiels, geen bedrijven in brand gestoken. Tot de stille tocht die vrijdagavond zou plaatsvinden, was er alleen publieke rouw op het partijkantoor van Wiels’ links-nationalistische Pueblo Soberano (Onafhankelijk Volk). De sfeer is gelaten.

Het strand is rustiger dan normaal sinds zondag, zegt Rosa (55). Toen verkocht hij rond kwart voor vijf een visje, gebakken banaan en een paar biertjes aan Helmin Wiels. De politicus kwam hier vaker op zondag. Om vis te kopen bij Rudy Rosa, met wie hij vroeger nog in de klas had gezeten en om mensen die hij tegenkwam een drankje aan te bieden en college te geven over de politiek en de onderdrukking van het volk van Curaçao. „Mijn handel is vis, zijn handel was woorden”, zegt Rosa.

Wiels had net 42 gulden (18 euro) afgerekend toen een goudkleurige auto stopte, de bijrijder uitstapte en vijf kogels door zijn lijf joeg. De schutter miste niet een keer, zegt Rosa. „Ik wist meteen dat hij dood was. De fles Heineken die hij in zijn hand had, had hij losgelaten. Ik heb als visser wel vaker dode mensen gezien. Op het moment dat een persoon dood is, ontspant zijn hand. Als hij nog had gevochten voor zijn leven, had hij de fles omklemd.”

Toen Rosa dat besefte, was de auto alweer vertrokken. „De schutter was helemaal bedekt, met een kous over zijn gezicht en handschoenen. Ik zag niet of hij wit, zwart of groen was, maar mensen die de auto eerder hebben gezien, zeiden dat er latino’s inzaten.”

Bijna een week na Wiels’ dood wordt de vraag wie hem vermoord heeft al overschaduwd door de vraag of de moord ooit zal worden opgelost. Politie, recherche en justitie zouden moeizaam samenwerken. Sectie kon pas vrijdag worden verricht, eerder kwam het autopsieteam uit Nederland niet. Van wapen, vluchtauto, daders en opdrachtgever geen spoor. Hoe moeilijk kan het zijn om een auto te vinden op een eiland – twee keer Texel – vragen mensen zich af.

Als het jongens van hier waren, dan was iemand wel gaan praten, is de heersende aanname. Als het huurmoordenaars van buitenaf waren, zijn ze waarschijnlijk nog dezelfde avond van het eiland gevlucht. Met een bootje kun je binnen twee uur op Aruba zijn. De kust van Venezuela is maar 60 kilometer ver. Of politie en justitie wíllen de daders niet vinden, is een veelgehoorde complottheorie.

Niemand – politie en justitie incluis – gelooft dat de twee dinsdag gearresteerde verdachten werkelijk achter de moord zitten. De broers van een lokale familie zetten na de afrekening een filmpje op YouTube waarin ze dreigden dat Wiels het eerste van meerdere slachtoffers zou zijn. De politie beschouwde dat als een bekentenis. Maar het amateurisme van het filmpje en de strafbladloze jongens die zichzelf op het politiebureau meldden, stroken niet met de ogenschijnlijke professionaliteit van de afrekening.

De politie wil niet veel meer zeggen dan „dat we nog niet zeker weten of het een politieke moord is”. Het zou kunnen dat Wiels persoonlijke problemen had die hem fataal zijn geworden, maar zeker is dat hij veel vijanden maakte op het eiland. Sinds hij tien jaar geleden de politiek in ging, schopte hij tegen de elite, instituties, de bemoeienis van Nederland, het grootkapitaal en iedereen die iets deed wat hem niet aanstond. Hij spaarde zelfs zijn eigen familie niet. Elke dag ging hij in een urenlang radioprogramma los tegen zijn politieke en maatschappelijk tegenstanders. Die noemde hij bij naam en schold hij de huid vol. „Hij was een kundige populistische strateeg die gedijde bij controverse”, zegt de Curaçaose bestuurskundige Miguel Goede.

Dat niets bekend is over het motief van de moord biedt alle ruimte voor speculatie. Wiels’ partij heeft direct geclaimd dat de moord te maken heeft met de illegale loterijverkoop via staatstelecombedrijf UTS. Wiels had vlak voor zijn dood aan het licht gebracht dat loten via sms worden verkocht zonder dat er belasting over wordt betaald. En hij had meer onthullingen beloofd.

De loterij die achter die structuur zit, is van gokbaas Robbie dos Santos, tegen wie al vijf jaar een onderzoek loopt wegens belastingontduiking en witwassen en die gelinkt wordt aan het vermeende maffiasyndicaat van de op Sint Maarten gevestigde Italiaan Francesco Corallo. En wie naar Dos Santos en Corallo wijst, wijst naar Gerrit Schotte, de voormalige premier van Curaçao. Zijn MFK-partij wordt door velen gezien als een criminele organisatie, maar wel een organisatie die het in de laatste verkiezingen maar net aflegde tegen Wiels. „Criminelen hebben Schotte aan de macht geholpen, zodat hij hen kon bevoordelen”, zegt een goede bekende van Wiels en Schotte. „Maar hij heeft er maar twee jaar gezeten en zij hebben daarom onvoldoende return on investment gekregen.”

Gerrit Schotte zelf noemt de dood van Wiels „een harde klap” en „een aanval op de democratie”. „Dit wens je je grootste vijand niet toe, maar wij zijn hier helaas gewend aan kogels, met alle overvallen en gangs die drugs smokkelen naar Europa.” Schotte laat het hekwerk van zijn kantoor verstevigen en heeft extra beveiliging van de politie gekregen. Sinds enkele dagen hebben alle parlementariërs dat. Onduidelijk is of er een concrete dreiging is, maar Schotte maakt zich zorgen om zijn veiligheid. „Ik kreeg dinsdagavond nog een dreigende sms. We hebben te maken met de demonisering van politici. Degene die er nu niet meer is, deed dat elke dag.”

Schotte wijst naar de impopulaire maatregelen van Wiels’ regeringscoalitie als grootste bron van onvrede op het eiland, ook dat zou tot zijn dood geleid kunnen hebben.

Miguel Goede zag de steun voor Wiels de laatste maanden slinken. „Zijn campagne was gebaseerd op de suggestie dat voor de kust van Curaçao aardgas en aardolie zou zijn die Nederland ons wilde afpakken, en op de strijd om zo snel mogelijk onafhankelijk te worden. Daar hebben we Wiels na de verkiezingen nooit meer over gehoord. Tegelijkertijd nam deze regering maatregelen, zoals het verhogen van de pensioenleeftijd, die zijn achterban hard raakten”, zegt de bestuurskundige. „Wiels moest weer iets hebben om zich te profileren, om weer zijn scheldkanonnades af te steken en dat lukte met UTS en Dos Santos.”

Zeker is dat Wiels wist dat hij gevaar liep. Op zijn wekelijkse bijeenkomst op het partijgebouw gebruikte hij de woorden „als ik er morgen niet meer ben, zal de strijd doorgaan”. Zondagmiddag had hij met vier partijgenoten „zitten filosoferen over hoe het proces van dekolonisatie moet worden voortgezet”, vertelt Wini Raveneau, die erbij was en die Wiels opvolgt in het parlement. „Toen zei hij: ‘ik weet dat ik het werk niet ga volbrengen. De geschiedenis leert dat voorvechters van de vrijheid bijna nooit het resultaat zien’. Hij noemde Martin Luther King, Ghandi en Chávez. Alleen Mandela en Fidel Castro hebben het wel voltooid. Wij waarschuwden hem dat hij niet alleen op stap moest gaan, maar hij zei: ‘als ze me dood willen hebben, lukt ze dat toch wel’.”

Wiels had al twee jaar bijna permanente bewaking vanwege bedreigingen, maar zoals vaker op zondag had hij zijn bodyguard vrijaf gegeven.

Ook Goede zegt dat de moord Wiels zelf misschien nog wel het minst verraste. „Het kwam niet als een donderslag bij heldere hemel. Kun je zeggen dat in de afgelopen jaren een klimaat is geschapen waarin een politieke moord onvermijdelijk was? Nee, maar het is een feit dat er in dit politieke klimaat een moord gepleegd is.”

Binnen en buiten zijn partij nemen mensen aan dat Wiels „zijn strijd tegen corruptie met de dood heeft moeten bekopen”. Het is waar dat hij ageerde tegen fraude en omkooppraktijken waardoor geld in de zakken van de elite terechtkwam terwijl voor de onderklasse de belastingen omhooggaan. Zijn socialistische idealisme wordt niet in twijfel getrokken, maar er zijn nogal wat kanttekeningen te plaatsen bij de cultus van corruptiebestrijder die na zijn dood rond hem gecreëerd wordt.

Nadat de Nederlandse Antillen in 2010 werden ontmanteld en Curaçao een autonoom land binnen het koninkrijk werd, ondersteunde Wiels twee jaar het kabinet van Gerrit Schotte. „Naar men zegt het meest corrupte op het eiland ooit, dat ongegeneerd aan geld uit semi-overheidsbedrijven zat”, zegt Goede. Dit beeld wordt door anderen bevestigd. In die coalitie waren ook Wiels’ ministers niet van onbesproken gedrag. Ze werden beschuldigd van fraude en ze benoemden vrienden en financiers op belangrijke posities.

Het was Pueblo Soberano-minister Elmer Wilsoe van Justitie die vorig jaar een brief naar de toenmalige minister van Buitenlandse Zaken Clinton stuurde om de in de VS bevroren tegoeden van gokbaas Dos Santos te ontdooien. De brief lekte uit en veroorzaakte een diplomatieke rel met Nederland. Wiels, normaal gesproken niet te beroerd om zijn eigen partijgenoten de les te lezen, repte daar met geen woord over.

Van Wiels zelf is alleen bekend dat hij, zoals vrijwel elke politicus op Curaçao, kleine cadeautjes uitdeelde, zoals zondag de biertjes en wat geld. De man met de gouden tanden die zenuwachtig over het strand loopt, is nog het meest geïrriteerd dat hij nu geen geld meer krijgt van Wiels. „Vlak voor hij werd neergeschoten had hij mij nog een geeltje gegeven. Ze hebben mijn pinautomaat vermoord!”

De moord op Wiels wordt wel vergeleken met die op Pim Fortuyn, op één dag na elf jaar eerder. „Wiels heeft overeenkomsten met Fortuyn, vooral het aanvallen van de elite en instituties”, zegt Miguel Goede. De vraag of de opkomst en dood van deze volksmenner dezelfde impact zal hebben, durft hij nog niet te beantwoorden. De enige parallel die hij wel kan trekken, is dat de Pueblo Soberano-partij zonder hem waarschijnlijk niet lang zal overleven. „Het is een bijna sektarische partij om de grote leider heen.”

De vraag is wie nu in het gat springt dat Wiels achterlaat. Er is op dit moment eigenlijk maar één politicus op Curaçao die het charisma heeft om de massa die Wiels mobiliseerde voor zich te winnen, en dat is ex-premier Gerrit Schotte.