Steeds minder schelpdieren in de Noordzee

Het aantal schelpdieren in het centrale deel van de Noordzee is de laatste decennia beduidend afgenomen, net als het aantal zeevlinders, een groep van slakken. Een groep wetenschappers uit Maleisië, Nederland en het Verenigd Koninkrijk heeft onderzocht of die afname samenhangt met de verzuring van de Noordzee. Maar een eenduidig verband werd niet gevonden (PLOS ONE, 1 mei).

Die vondst botst met algemene ideeën over klimaatopwarming en de effecten ervan op het oceaanleven. De toenemende concentratie CO2 in de atmosfeer leidt ertoe dat de oceanen meer van het broeikasgas absorberen. Dat leidt tot verzuring (CO2 reageert met water en levert uiteindelijk de ionen waterstof, H+, en bicarbonaat, HCO3-). Hierdoor is kalk minder in de juiste vorm beschikbaar voor allerlei zeeorganismen die er hun skelet, schelp of huisje mee moeten bouwen – die hebben het ion CO32- nodig.

Voor hun onderzoek richtten de wetenschappers zich op het centrale deel van de Noordzee, het blok tussen Denemarken en het Verenigd Koninkrijk. Geput werd uit een database die al tachtig jaar metingen doet aan plankton in de Noordzee, in relatie tot zuurgraad, temperatuur, voedingsstoffen.

Tussen de jaren zestig en eind jaren negentig blijkt dit deel van de Noordzee niet te zijn verzuurd, maar steeg de pH juist (van ongeveer 8,0 tot 8,12). Pas vanaf 1998 is er een daling van de zuurgraad te zien (terug tot 8,0 in 2010). Dit strookt niet met de veel eerder ingezette daling van de pH voor de Nederlandse kust. Die nam tussen 1987 en 2005 al af van 8,3 tot bijna 7,9.

De ontwikkeling van de zuurgraad in het centrale deel van de Noordzee blijkt niet te overlappen met de afname van het aantal tweekleppigen en zeevlinders daar. Ook een mogelijk verband tussen deze afname en de lichte stijging van de watertemperatuur werd niet gevonden. Volgens de onderzoekers reageren de organismen waarschijnlijk op een complex van factoren, naast zuurgraad en temperatuur ook bijvoorbeeld de aanwezigheid van predatoren en de beschikbaarheid van voedingsstoffen.

Ondanks de recente verzuring van het zeewater blijkt het aantal foraminiferen (eencelligen met een kalkskelet) en coccolithoforen (eencellige algen, eveneens met een kalkskelet) juist toegenomen in de afgelopen decennia. Het zou kunnen, schrijven de onderzoekers, dat deze groepen zich beter hebben weten aan te passen aan de veranderende omstandigheden in de Noordzee.

Toch onderstrepen ze het belang om verder gaande veranderingen in het Noordzeewater te blijven volgen. Als de verzuring hier sterker wordt, zou die een dominantere rol kunnen gaan spelen.