Sleaze

Deze week liet het kabinet weten „het volste vertrouwen” in staatssecretaris Frans Weekers te hebben. Niet zo verstandig, want velen van ons hebben al afscheid van hem genomen. Als hij wel op de hoogte was, dan liegt hij. Wist hij het niet, dan is hij opnieuw ziende blind geweest. Per dag lijkt Weekers meer op de blije echtgenoot die er als enige in het dorp niet van op de hoogte is dat zijn vrouw het al jaren met de bakker doet – zielig voor hem, maar je ontzag voor de man wordt er niet groter op.

Beseft het kabinet, en in het bijzonder de VVD, hoe ernstig dit is? Je hebt twee soorten corruptie. Die van mensen die elkaar te goed kennen en elkaars belang boven het algemeen belang laten gaan. Het ons-kent-ons Roermondse wereldje van VVD’er Jos van Rey bijvoorbeeld. En de corruptie van mensen die geen enkele band met een vreemde samenleving hebben en die dus naar hartelust kunnen plunderen. Zoals de cynische roofzucht van Bulgaarse bendes die hebben ontdekt dat toelagefraude beter rendeert dan de internationale handel in beschadigde vrouwen.

Weekers is in korte tijd met beide soorten corruptie geconfronteerd. Nog geen half jaar geleden moest hij de Tweede Kamer uitleggen dat hij geen persoonlijke bemoeienis had gehad met de reusachtige reclamezuil die zijn leermeester Jos van Rey in verkiezingstijd ter meerdere eer en glorie van hem in het Limburgse landschap liet verrijzen – dat was enkel zo’n spontane vriendendienst geweest waar je, volgens goed Limburgs gebruik, niets voor hoefde terug te doen.

Van de Bulgarenfraude wist Weekers niets, tot hij het op tv zag. Dat dit soort fraude bestond, wist hij al wel een paar jaar – hij was er alleen nog niet aan toe gekomen. Te druk met Kamervragen over zijn banden met Van Rey beantwoorden, waarschijnlijk. Of, zoals hij zelf zegt in een van zijn vele verklaringen, vanwege te weinig personeel om fraude aan te pakken.

Volgens de laatste berekeningen heeft de Nederlandse staat nog 1,2 miljard euro aan vorderingen uitstaan. Daar kun je best wel een paar controleurs voor in dienst nemen.

Een staatssecretaris van Financiën die in een tijd van crisis steeds bezig is met uitleggen dat hij van niets wist, functioneert niet. Hij moet aftreden.

De ferme taal van het kabinet wijst erop dat men dit niet wil laten gebeuren. Begrijpelijk, deze regering kan zich geen verder gezichtsverlies meer permitteren. Maar het aanblijven van Weekers zal nog veel schadelijker zijn. Staatssecretaris van Justitie Fred Teeven werd een paar weken geleden nog de hand boven het hoofd gehouden. Dat zal nu veel moeilijker zijn: het is pijnlijk, maar de gemiddelde Nederlander maakt zich drukker over Bulgaren die ons land als pinautomaat gebruiken dan over een asielzoeker die door de Nederlandse staat de dood wordt ingejaagd.

Je hoeft niet cynisch te zijn om te vermoeden dat de toeschietelijke taal van de VVD jegens de worstelende PvdA met betrekking tot de strafbaarstelling van illegaliteit een politieke uitruil aankondigt: de strafbaarstelling gaat de ijskast in, als Weekers blijft zitten.

In Groot-Brittannië kennen ze het begrip sleaze voor landelijke politici die zich te geriefelijk bedienen van de voordelen van de macht. Daarmee wordt vooral ordinair gesjoemel bedoeld, het benoemen van vrienden, gebruik van voorkennis, idiote declaraties, een overnachting samen met je secretaris in een vijfsterrenhotel. In Nederland heb je dat ook, maar nooit in schokkende proporties. Veel verder dan een gedeclareerde zonnebril of een wel erg overdadig diner komt het niet.

Maar wat je hier wel hebt, is een ander soort sleaze – geen zelfverrijking, maar een sluipend soort politieke verwording, waarin de verantwoordelijkheid steeds wordt doorgeschoven, waarbij harde woorden nooit gevolgen krijgen, waarin alle pijnlijke zaken uiteindelijk te ruste worden gelegd in commissies en rapporten. Een cultuur waarin steeds opnieuw „beterschap” beloofd wordt door de bewindsman die eigenlijk had moeten opstappen, een cultuur waarin een staatssecretaris zijn ambtenaren afvalt en de ambtenaren hun staatssecretaris, waarin rapporten niet doorgestuurd worden, informatie achtergehouden, bewindslieden verzuimen de Kamer in te lichten, waarna ze „door het stof gaan”, „diep buigen” en, opnieuw, „beterschap” beloven.

Dan is het weer tijd voor de volgende ronde.

Het resultaat: een politiek die alleen nog maar bezig is met politiek bedrijven. Een regering die alleen nog maar bezig is zichzelf overeind te houden.

Blijft Weekers zitten, dan tekent dit kabinet zijn eigen doodvonnis.