Partijcongres

Waar mogen wij zijn, gemeente?

In de tekst lazen wij zojuist, dat illegaal verblijf alhier strafbaar dient te worden gesteld. De Schrift roept ons dus op, nee confronteert ons, en stelt ons voor raadselen, zoals vaker. Uit de woorden van de Schrift lezen wij eigenlijk ook: hoe zit het met mij? Mag ík er eigenlijk zijn?

Dus ik zeg u, nee, het gaat niet enkel om de vraag wáár mogen wij zijn? Met ons mensen is de vraag die de Schrift stelt: mógen wij er zijn?

Het antwoord is, gelukkig: ja, wij mógen. Daar zijn wij dankbaar voor. Maar niet zomaar. Want wij zijn allen zondaars – omdat we er zijn.

(SdJ)