Liefde, seks en een gedoofd heelal over 2 biljoen jaar

Martijn van Calmthout: Uitgeverij Lias. 191 blz. € 12,50

Eigenlijk zou je dit boek pas over vijftig jaar moeten bespreken. Het gaat namelijk over de toekomst en of Martijn van Calmthout het in deze survivalgids bij het rechte eind heeft kun je dan beter vaststellen dan nu. Worden vrouwen inderdaad korter? Zijn er in 2050 driemaal zoveel Chinees sprekende mensen als Engels sprekenden? Zullen vaccins over een jaar of twintig als drankjes worden toegediend? Worden de sterrenstelsels buiten onze melkweg uiteindelijk onzichtbaar?

Die laatste vraag is overigens pas over 2 biljoen jaar te beantwoorden, en helaas niet meer door ons, want over 5 miljard jaar is het gedaan met de mensheid. Dan is de waterstof in de zon uitgeput, de zon zwelt op en verzwelgt de aarde. Het is dan aan astronomen op een andere planeet om uit te vinden of er nog andere sterrenstelsels zijn – hoewel die inmiddels door het immer uitdijende heelal aan elke waarnemingstechniek zijn ontsnapt.

Allemaal informatie die in deze gids te vinden is.

Van Calmthout, wetenschapsredacteur bij De Volkskrant, behandelt een breed spectrum van trends en technieken waarvan je waarschijnlijk meer gaat horen. Vele daarvan behoren tot de usual suspects van de wetenschapspagina’s: kankervaccins, dierloos vlees, stijgende levensverwachtingen, cameraatjes in het lichaam, het kweken van organen, ruimtevakanties.

Die thema’s worden in 66 korte hoofdstukjes van een paar pagina’s behandeld. De belangrijkste feiten worden gegeven, de nieuwste inzichten komen aan bod en zo nu en dan wordt er ook een verwachting uitgesproken. Het zwaartepunt ligt bij techniek en natuurwetenschappen, maar Van Calmthout deinst niet terug voor uitstapjes naar de liefde, tijdsbesteding, seks en religie.

In zijn inleiding schrijft hij dat het meeste wat over de toekomst wordt beweerd ‘aperte luchtfietserij’ is, en dat je voor toekomstvisies die hout snijden op de wetenschap bent aangewezen. Maar het vergt blijkbaar een wetenschapsredacteur om uit de nieuwste inzichten een zinvolle selectie te maken.

Het gaat Van Calmthout om de trends waarbij je ‘meteen het gevoel hebt dat die zwanger zijn van de nieuwe tijden’. Dat is meer een kwestie van intuïtie dan zekerheid, geeft hij toe.

Maar het is wel een getrainde intuïtie, merkt de lezer van het boekje. In heldere, toegankelijke stukjes met een hoge informatiedichtheid belicht Van Calmthout de belangrijkste trends.

Hij geeft steeds bronnen en cijfers en plaatst ze ook in perspectief. Als hij vertelt dat een bemande reis naar Mars minstens 150 miljard dollar in tien jaar gaat kosten, vergelijkt hij dat bedrag met de kosten van de oorlog in Irak: 900 miljard dollar in acht jaar.

Het is een boekje met een programma en wie het leest, begrijpt niet alleen beter waar het met de wereld heengaat, hij heeft en passant ook heel wat opgestoken over DNA, astronomie, chromosomen, genenpaspoort, broeikaseffect en nog een hele reeks andere kernbegrippen.

Uitstekende wetenschapsjournalistiek dus, maar die is helaas verpakt in een modieus vormgegeven paperback, met paginacijfers waarin door digitale spielerei de nullen niet van de achten zijn te onderscheiden. Onhandig als je via de inhoudsopgave een stukje wilt terugzoeken. En het is ook jammer dat het boek het zonder index moet stellen.