Joanna op de Dam: kil maar moedig

Dat er op Twitter de walgelijkste dingen over wie dan ook worden uitgestort, is inmiddels helaas een feit.

Maar de reden waarom Joanna zoveel weerzin oproept, zit hem niet in het feit dat „het oranjevolk” zoals Merlijn Kerkhof schrijft (NRC Handelsblad, 6 mei), geen idealisten duldt, maar in het simpele: c’est le ton qui fait la musique.

Joanna roept met de rigide uitstraling van de actievoerder geen sympathie op. Dat ze ook nog zegt dat het hier een soort Noord-Korea is.... tja, moet kunnen, hoor. Maar ze zal er geen vrienden mee maken.

Anna van Oijen

Inhoudsloos republikeins

In het nieuws over de inhuldiging stond de Utrechtse studente Joanna op een gedeelde tweede plaats met het koningslied. Ze kwam uit het niets en werd het boegbeeld van republikeins Nederland. Op 30 april stond Joanna met haar karton op de Dam en werd aangehouden. Burgemeester Van der Laan moest stevige vragen beantwoorden: was het een beetje dom, was het een persoonsverwisseling of zat de AIVD er achter? Nog steeds is Joanna nieuws. Merlijn Kerkhof oppert dat Joanna de – overigens gebruikelijke – scheldpartijen in de sociale media te danken heeft aan haar republikeinse standpunt, en dat het allemaal de schuld van het Oranjevolk is, dat een „inhoudelijke uitwisseling van gedachten” niet toelaat.

Het spijt me, maar ik heb me er als republikein juist aan geërgerd dat ik van haar en de andere republikeinen helemaal geen inhoudelijke gedachten heb gehoord.

Het is treurig dat deze Joanna op de Dam en een paar jokers in witte T-shirts en met rare maskers op kennelijk alles zijn wat republikeins Nederland in de aanloop naar en op de dag van het feest van de monarchie te bieden heeft.

Laten we er daarom maar over ophouden en nog even een monarchie blijven.

Henk Slechte

Republikein te Schiedam

Afgevoerd om een opinie, en ze keken allemaal weg

Zag je die gezichten. Ze stonden daar vol oranjeliefde, blij te wachten op een mooi feestje.

En daar stond ook een meisje. Met een kartonnen bord. Want met een beetje fatsoenlijk protestbord onder haar arm had ze de Dam nooit gehaald.

Een karton met hanenpoten. ‘Ik ben geen onderdaan’. Geen schreeuw, geen waxinelichtjeshouder. Ze stond er gewoon. Met een bord, met een mening. Agenten om haar heen. Zenuwachtige agenten. Weg dat bord. Weg die mening. Weg dat meisje.

En zag je die gezichten? Van de omstanders. Tientallen. Ze zagen het en deden…niets. Ze lieten hun feestje niet verstoren. Allemaal ‘gewone’ Amsterdammers, Nederlanders. Ze kijken weg. Net als toen. Wegkijken en een meisje laten afvoeren. Spijt komt altijd te laat.

Maarten Pieters

Rotterdam