Ikea avant la lettre

In 1932 ontwierp Gerrit Rietveld een buizenstoel die je zelf in elkaar moest zetten. Tachtig jaar later is de stoel voor het eerst te koop.

Het was in de jaren vijftig de ‘telefoonstoel’ in huize Lanjouw in Bilthoven. Een stoel met armleuningen gemaakt van metalen buizen en twee plaatjes triplex. Hij stond in vaders studeerkamer, bij een bakelieten telefoon met draaischijf. Wat toen een meubel was waar de kinderen Lanjouw op klommen, is nu een gekoesterd museumstuk. Een ontwerp van Gerrit Rietveld waar naar alle waarschijnlijkheid slechts twee exemplaren van zijn gemaakt. En bovendien een van de eerste zelfmontagestoelen uit de meubelgeschiedenis – Rietveld blijkt een voorloper te zijn geweest van het Ikea-concept van flatpacked furniture.

Een schets van de demontabele buizenstoel is te vinden in het Rietveld Schröderarchief in Utrecht. Lange tijd werd verondersteld dat de stoel nooit was geproduceerd. Tot de erfgenamen van de Utrechtse professor Lanjouw vijf jaar geleden bij het Centraal Museum in Utrecht een plastic tas afleverden met daarin zes metalen buizen, twee houten plankjes, zes grote moeren en een handvol schroeven. Het bleken de onderdelen van een stoel die Rietveld begin jaren dertig als onderdeel van een interieurontwerp voor de familie Lanjouw had geleverd.

De vondst zorgde voor opwinding onder designhistorici. Van Rietveld zijn slechts een paar buismeubels bekend. Bovendien bestaat er geen tweede stoel met armleuningen vervaardigd van één doorlopende buislijn en verbindingen met zogenoemde torpedomoeren. Deze moeren, een patent van de Utrechtse firma HOPMI, zijn voorzien van rechts- en linksdraaiend schroefdraad, wat ze geschikt maakte voor het koppelen van bijvoorbeeld metalen verwarmingsbuizen.

HOPMI, de N.V. Hollandsche Patent Metaalindustrie, produceerde sloten en fietsonderdelen. Begin jaren dertig besloot de fabriek samen met de Utrechtse Machinale Stoel- en meubelfabriek (UMS) stalen meubelen te gaan produceren. Onduidelijk is hoe Rietveld met de fabriek in contact kwam. Wel is bekend dat hij graag wilde dat zijn meubels door industriële productie voor een groot publiek bereikbaar zouden worden.

Flits

Architect Victor Veldhuijzen van Zanten (71) bezocht in januari 2011 een lezing over Rietvelds buizenstoel. „Die avond flitste er een gedachte door mijn hoofd: ik ga deze stoel in productie nemen.” Niet voor het eerst overkwam hem zoiets. In de jaren tachtig gaf hij al met veel succes bouwplaten uit van onder meer het Rietveld Schröderhuis in Utrecht. Veldhuijzen van Zanten: „De affiniteit voor Rietveld en De Stijl zit in mijn genen. Als ik een schilderij van Mondriaan zie, raak ik helemaal opgewonden. Dat calvinistische, de schoonheid van less is more en het streven naar essentie, dat alles raakte mij als kind al.” En dan met een lach: „Misschien komt het doordat ik net als Rietveld een afvallige gereformeerde ben.”

Door de bouwplaten die hij uitgaf, had de architect een goed contact met de erven Rietveld. Op voorwaarde dat hij een perfect product zou afleveren, verkreeg hij de exclusieve wereldrechten voor de HOPMI-stoel. Veldhuijzen van Zanten probeerde de productie van de onderdelen eerst in Nederland onder te brengen, maar dan zou de stoel te duur zijn geworden. Uiteindelijk belandde hij bij de fabriek in Taiwan waarmee hij al dertig jaar samenwerkt.

Veldhuijzen van Zanten verwacht niet dat hij met Rietvelds stoel geld gaat verdienen. „Het is een uit de hand gelopen hobby. Als je een businessplan voor zo’n stoel maakt, kom je steeds op dezelfde conclusie uit: doe het niet. Uit bevlogenheid heb ik het toch gedaan. De Stijl, en daarmee ook Rietveld, markeert de omslag van de klassieke naar de moderne architectuur. Ik wil anderen in contact brengen met de bronnen van het modernisme.”

De HOPMI-stoel van Gerrit Rietveld wordt 15 mei gepresenteerd in het Nieuwe Instituut (voormalig NAi) in Rotterdam. De bouwpakketstoel kost 575 euro, inclusief een viertalig boekje met de geschiedenis van de stoel geschreven door Otakar Mácel. veldhuijzenvanzanten.nl