‘Ik zoek sprinkhanen en girafjes’

Modellenmanager Wilma Wakker ontfermt zich over ‘blanco blaadjes’. ‘Een beetje au, au, au – dat vormt hun persoonlijkheid’, zegt ze bij een salade.

Wilma Wakker (63) ziet eruit als een Parisienne. Zwart kalfsleren jurkje, staalblauw vestje, asblond haar tot op de kaaklijn. Enkellaarsjes, slank, geen sieraden. Waar mode is, is Wilma Wakker. Het heeft een poos geduurd voor ik haar te spreken kreeg. Dan was ze weer in Parijs, in Milaan, of net onderweg naar Londen. Ze runt een klein, succesvol modellenbureau vanuit haar woonhuis aan de Leliegracht in Amsterdam. Haar meisjes lopen op de catwalks van Prada, Gucci en Louis Vuitton. Ze staan op de covers van de Japanse en Spaanse Vogue en de Franse en Italiaanse Elle. Nu de modecollecties voor dit najaar zijn gepresenteerd, heeft ze tijd. We spreken af in Momo, bij het Vondelpark. Ze heeft gehoord dat het daar prettig is.

Het is net alsof er een lampje aangaat, zegt ze, wanneer ze een meisje met potentie ziet. Dertien jaar geleden sprak ze haar eerste model aan op straat, en sindsdien is ze altijd alert. Wat ziet ze dan? „Kracht”, zegt ze. Het gezichtje fris, de ogen fel, de mond vol. Wilma Wakker bekijkt me van boven naar beneden, alsof ze me even snel scant. „Automatisch kijk ik: hoe is het met de rest?” Ze zoekt sprinkhanen. Girafjes. Meisjes die eigenlijk iets te sprieterig gebouwd zijn. Is het „koppie mooi en het lijfje goed”, dan kan Wilma Wakker aan het werk. „Ik denk dat ik de eerste was in Nederland die de begeleiding van modellen echt anders is gaan aanpakken. Voor ik begon, bestond zoiets niet en daarna zijn anderen het zo gaan doen als ik.”

Wat ze doet is: een blanco blaadje van dertien, veertien jaar helpen opgroeien tot topmodel. Ze deed het met Kim Noorda, Romee Strijd, Sophie Vlaming en Bette Franke. Grote namen in de modewereld, en allemaal eigen kweek. Opvallend vaak, zegt ze, pikt ze net die meisjes eruit die zelf niet eens dachten aan een carrière als model. „Ze zijn stomverbaasd als ze horen wat ik in hen zie. Als zij aan het idee gewend zijn, en hun ouders ermee instemmen, doen we een paar testjes. Hoe doen ze het op camera? Want je kunt heel mooi zijn, en toch niet fotogeniek.”

Afgelopen zondag deed ze zo’n ‘tienertest’ met een paar pas ontdekte meisjes. Dat doet ze altijd samen met Martin Robbe (72), fotograaf en al veertig jaar haar man. En sinds ze elkaar kennen, werken ze samen. Toen ze elkaar ontmoetten, was zij net in de twintig en opgeleid tot secretaresse. Hij werkte als persfotograaf.

Ze was als kind al modegek, zegt ze. „Ik wees in de bladen aan wat mijn moeder voor me moest naaien.” Haar moeder was huisvrouw in de Amsterdamse Watergraafsmeer, getrouwd met een huisschilder. Wilma Wakker werd modestylist, Martin modefotograaf en als duo maakten ze 25 jaar lang producties voor Nederlandse glossy’s (onder meer Avenue, Harper’s Bazaar) en modeketens (C&A, Bijenkorf). Het is door Martins voorliefde voor nieuw en jong talent, zegt ze, dat zij zich daar ook meer op is gaan richten. „Ik zoek modellen die naturel zijn, die nog geen handige poseertrucjes kennen en zich aan de camera geven zoals ze zijn.”

Tafeldame

Haar telefoon gaat. Het is haar man. Ze had zo-even al gezegd dat ze druk bezig zijn met een grote opdracht. Als ze haar telefoon weer neerlegt, vertelt ze dat het om een groot charitatief diner in Duitsland gaat, waarvoor twee van haar meisjes zijn geboekt als tafeldame.

De onderbreking geeft ons de gelegenheid op de kaart te kijken. Ze is er snel uit. Een Thaise beefsalade. En één glas witte wijn. Ze had eerder, in een bijzin, gezegd dat ze flink ziek is geweest. Ik vraag of ze nu weer beter is. Ze knikt. Een Amerikaanse arts heeft haar geweldig geholpen, zegt ze. Niet met medicijnen, maar door anders te eten, bestrijdt ze nu de klachten die ze had. „Mijn huisarts dacht aan een burn-out. Dat is niks voor mij. Een arts in Los Angeles constateerde een disbalans in mijn hormoonhuishouding. Hij adviseerde me niet te veel melkproducten te drinken en minder brood te eten.” Een glas wijn drinken kan prima, zegt ze. „Alleen bij de lunch.”

Wakker leert haar modellen hoe ze gezonder kunnen eten. „Nooit maaltijden skippen, voldoende groente, fruit en eiwitten.” Ze wijst op het diepe bord met reepjes rundvlees, komkommer en tomaten dat zojuist voor haar is neergezet. „Dit is prima eten.” Beweging is goed, overdreven sporten niet. „Romee Strijd heeft een tijd fanatiek getraind met een personal trainer. Toen kreeg ze een sixpack en te dikke nekspieren. Daar wordt niemand mooier van.” Een modellenlijf moet je boetseren, zegt Wilma Wakker. „Ze moet nou eenmaal in het modellendoosje passen.” Lengte tussen de 1.76 en 1.80, gewicht tussen de 53 en 58 kilo. Dat doosje lijkt steeds kleiner te worden.

„Ik word daar boos om”, zegt ze. „De wensen van de ontwerpers worden ons door de strot geduwd. Mevrouw Prada en meneer Gucci maken prachtige kleren, maar waarom moeten de modellen op de catwalk er zo uniform uitzien?” Toen zij in de jaren zeventig als stylist de internationale shows afliep, zag ze Jerry Hall (de latere vrouw van Mick Jagger), Janice Dickinson, Linda Spiering. „Personalities.” Nu heeft ze moeite haar eigen meisjes op de catwalk te herkennen.

Al was het toen ook al zo, zegt ze, dat vooral een bepaald type in trek was. „Ontwerpers trokken de mooiste meisjes hun slechtste stukken aan. Gegarandeerd dat het verkocht.” Toen ze voor De Bijenkorf werkte, ging het niet anders, zegt ze. „Er werd geturfd welk meisje in de catalogus de meeste kleren verkoopt. Dat meisje werd het jaar erop teruggevraagd.” Hoe zagen die meisjes eruit? „Het is altijd hetzelfde type vrouw dat het ver schopt.” Ja? „Ja. Lang, slank, blond, blank en blauwe ogen.” Maar je ziet nu toch ook veel exotische modellen in de bladen? „Ach ja, het is leuk om te laten zien hoe de kleren op andere types staan. Maar ik krijg nog steeds het vaakst de vraag: ‘do you have a typical Dutch girl for me?’”

Braaf

Zijn ‘we’ in de veertig jaar dat zij in de mode werkt, andere dingen mooi gaan vinden? „Oei, wat een spannende vraag”, zegt zij en denkt even diep na. Als ze naar het straatbeeld kijkt, ziet ze minder de „explosie van crea-tiviteit” die ze in de jaren zeventig en tachtig zag. „Jonge mensen dragen nu minder uitgesproken kleren. Kijk hoe eenvormig schoolkinderen eruitzien. Alles lijkt veel braver.” Braver dan zij was? Ze giechelt. „Misschien. Martin en ik hebben jarenlang een zwervend, hippieachtig bestaan kunnen leiden. Altijd op reis, we woonden in Parijs of Amsterdam, wij konden nog experimenteren.” Ze ontmoette Martin in een homotent in het uitgaanscentrum van Amsterdam. „Vraag me niet wat ik daar deed.” Ik vraag me eerder af wat hij daar deed. Ze lacht weer. „Hij is niet homoseksueel hoor. Verre van.” Die avond droeg hij een blauw jasje van gewassen zijde. „Een mooie man, heel ijdel ook. Hij heeft een veel wildere smaak dan ik.

Hij heeft net een paar schoenen laten maken van een krokodillenhuid die hij jaren geleden kocht op het Waterlooplein.” Ze wijst op haar zwarte handtas. „Ook krokodillenleer. Een oudje van Alaïa. Een heel ingetogen ontwerp.” Zij houdt van trenchcoats, van een little black dress, een eenvoudige witte blouse op een spijkerbroek.” Klassiek, zeg ik. „Klassiek met een twist.” Haar smaak en die van Martin vullen elkaar perfect aan, zegt ze. „We zijn een team.” Zij „snel, precies en georganiseerd”, hij „uitgesproken, intuïtief en grillig”. „Onze samenwerking is heel hecht. Dat zie je wel vaker bij echtparen zonder kinderen.”

Ze had eigenlijk kleuterleidster willen worden. Ze lacht. Want wat ze nu doet, komt er een beetje bij in de buurt. Ze noemt zichzelf een model mom. Op haar website heten veelbelovende meisjes upcoming models. Als ze jonger zijn dan zestien en nog op school zitten, mogen ze van haar alleen wat kleine opdrachten doen. Een keertje met haar en Martin mee naar Parijs om te voelen hoe het daar is. „Haar papa of mama gaat mee, soms allebei.” Daarna mag ze een keertje alleen. „Blijft ze op haar hotelkamer tv kijken of gaat ze een keer naar een museum?” Een model moet „ausdauer” hebben. „Is ze sterk genoeg van binnen om dit werk te doen? Houdt ze zich staande in haar eentje of wordt het heimwee en gepiep? Modellenwerk is topsport, met bijbehorende kritiek en tegenslag. Maar een topsporter kan met pukkels en vet haar aan de start verschijnen. Een model niet.”

Wilma Wakker leert de meisjes hoe ze zich op moeten maken (vooral niet te veel), hoe ze zich moeten kleden (spijkerbroek, T-shirt, sportschoenen). Meer kan ze niet doen. Op de genen, zegt ze, kan ze geen rem zetten. Ze moet maar afwachten wat er gebeurt als „de hormoontjes gaan werken”. En verder moet het leven over een meisje heen. „Een vriendje. Een beetje au, au, au. Dat vormt hun persoonlijkheid.” Ze is heel voorzichtig met de pil, zegt ze. „Ze komen er kilo’s van aan. Ze worden puffy. Ik durf te zeggen dat ik aan een jong meisje kan zien of ze de pil slikt of niet.” Zelf zweert ze bij een spiraaltje. Meisjes die anticonceptie willen, neemt zij mee naar een bevriende arts in België. Zij houdt haar duim en wijsvinger een centimeter van elkaar. „Hij plaatst een klein spiraaltje. Veel geschikter voor jonge vrouwen.” En verder drukt ze de meisjes op het hart: blijf puur, puur, puur. Dure make-up is echt niet nodig, botox liever niet, en alsjeblieft geen corrigerende operaties.

Oei, zegt ze opeens. Ze moet nu echt weg. Om half vier komt er een moeder op kantoor langs om haar dochter te laten zien. „Vijftien jaar, 1.80, mooie, ver uit elkaar staande ogen. Gescout in de Primark in Almere, ze woont in Leeuwarden.” Hup, drie zoenen op de wang, en weg is ze. Op een holletje naar de bushalte.