iConciërge

Hotel-apps dwingen Ivo Weyel tot de aanschaf van een iPhone.

Aad van den Berg, chef conciërge van het Amsterdamse Amstel Hotel, staat op de balie. Niet erachter, zoals te doen gebruikelijk, maar er bovenop. Hij heet me welkom en lacht daar vriendelijk bij. Aad van den Berg is een man van vlees en bloed, maar vandaag even niet. Vandaag heet hij me welkom vanuit de iPad die op de balie staat.

Aad is gratis te downloaden. De Intercontinental Hotels Group, waartoe het Amstel Hotel behoort, biedt deze app aan. Daarop vertelt de conciërge hoe leuk het is in Amsterdam en wat er allemaal te doen valt, en hij boekt tafels in restaurants en regelt kaartjes voor het Concertgebouw.

Aad is een van de redenen dat ik sinds kort aan de iPhone ben. Met forse tegenzin, want ik haat nieuwe apparaten. Op technisch gebied ben ik een Catweazle, die Middeleeuwse tovenaar uit de gelijknamige televisieserie uit de jaren zeventig (grootvader vertelt) die door kortsluiting in de twintigste eeuw terechtkomt.

Ik was zo lekker thuis in mijn oude Nokia, ik kon er mee lezen en schrijven in de vorm van bellen en sms’en, en ook al lachten mijn neefje en nichtje me altijd vierkant uit als ze me met dat fossiel in de weer zagen, voor mij hoefde al die apparaten met een i ervoor niet. Maar reizen zonder apps is niet meer mogelijk.

Laatst was ik in het W Hotel in Londen en daar verloopt zowat het hele contact met het personeel via een app. Druk op de I need-knop en het benodigde wordt op de kamer gebracht, of het nou een extra handdoek is of iets van roomservice.

In hotels met zulke apps, steeg de omzet van roomservice gemiddeld met dertien procent. Ook in- en uitchecken kan via apps, net als lastminutehotels boeken. En in Las Vegas is de autoservice van het Nobu Hotel zelfs uitsluitend via een app te regelen, want een e-mailadres, laat staan een telefoonnummer, heeft die haal- en brengdienst niet.

Lag ik aan het zwembad van het Four Seasons, bestelt mijn buurvrouw een cocktail via de app op haar iPad – terwijl de ober op dat moment voorbij loopt. Terug achter de bar ziet hij op zijn scherm haar bestelling. Dan shaket hij er lustig op los, terwijl mijn buurvrouw de nota voor het drankje per mail binnenkrijgt. Ze drukt op ‘OK’ en de deal is done.

Gezellig.