Hup, met vervroegd pensioen jij!

Als het aan de respondenten van het NRC Beloningsonderzoek ligt, halen ze de pensioenleeftijd van 67 jaar wel. Maar werkgevers zitten helemaal niet te wachten op oudere werknemers.

We leven een leven dat veel langer duurt dan vroeger. In 1840, toen in Nederland werd gestart met het bijhouden van de levensverwachting, lag die onder de veertig jaar. Inmiddels worden mannen gemiddeld 79 jaar en vrouwen 83 jaar. In de tijd dat u dit verhaal hebt gelezen, is de levensverwachting met een kwartier toegenomen. Dus waarom zou u op uw vijftigste niet nog een studie volgen? Of een tweede carrière beginnen?

Er ligt letterlijk nog een leven in het verschiet. En dat willen we zinnig doorbrengen, zeggen de respondenten van het eerste Beloningsonderzoek dat NRC Handelsblad samen met Vlerick Business School organiseerde. Voor het onderzoek beantwoordden dertienhonderd Nederlanders in loondienst vragen over de tevredenheid met hun beloning. Zij zien zichzelf doorwerken tot 64 jaar en vier maanden. Bijna een jaar langer dan we nu gemiddeld stoppen met werken.

Dat de leeftijd waarop werknemers met pensioen gaan is gestegen van 61 jaar (in 2000) naar 63,6 jaar (in 2012), komt onder andere doordat de vutregeling werd afgeschaft en ouderen werden gestimuleerd langer door te werken. De sociale norm verschuift, zegt hoogleraar arbeidsmarkt Ton Wilthagen. „Als de buurman en collega’s langer doorwerken, wordt het steeds normaler dat ook te doen. De ontwikkeling gaat zoals met vrouwen in de vorige eeuw. Zij stopten met werken na de geboorte van hun eerste kind, dat is allang niet meer gebruikelijk.”

Bovendien: er zit rek in de leeftijd waarop mensen met pensioen willen. Deelnemers aan het Beloningsonderzoek konden aangeven op welke leeftijd ze onder bepaalde condities wilden stoppen met werken. Respondenten zeiden ruim anderhalf jaar langer te willen werken als ze de mogelijkheid krijgen de laatste jaren van de loopbaan in een andere functie – mentaal of fysiek minder belastend, een meer coachende rol of een ander type baan – te werken. De huidige functie in deeltijd uitvoeren levert een loopbaanverlenging op van dik een jaar. Als beide worden gecombineerd, geven deelnemers aan door te willen tot nagenoeg 67 jaar, de streefpensioenleeftijd in 2021.

Neem Hans Nillisen (62). Vier jaar geleden kreeg hij als gevolg van een reorganisatie bij zijn werkgever Nuon een andere baan aangeboden. Zijn takenpakket is minder divers dan voorheen en hij komt voor een dilemma te staan: zit hij zijn tijd uit tot hij op 62-jarige leeftijd met prepensioen kan of kiest hij op zijn 58ste voor een nieuwe carrière?

Zijn keus voor optie twee pakt goed uit: hij werkt nu als zelfstandig adviseur, onder andere via BrownCow (zie kader) en landencoördinator voor PUM, een vrijwilligersorganisatie voor seniorexperts. „Zoals ik nu werk, wil ik nog zeker vijf jaar doorgaan.” ‘Wat sloof jij je uit’, hoort hij soms. „Maar ik geniet ervan. Ik ontmoet veel mensen, ik reis naar delen van de wereld waar ik nog nooit ben geweest en ik vind het heel waardevol om mijn kennis te delen. Bovendien, ik heb hetzelfde besteedbare inkomen als toen ik in loondienst was; dat is prettig met een studerende dochter.”

Het zelfstandig ondernemerschap bevalt hem goed, maar als hij een interessante baan krijgt aangeboden, gaat hij er zeker op in, zegt hij. „Het biedt financieel meer zekerheid, maar het moet wel net zo veel afwisseling bieden als wat ik nu doe.”

Doorwerken als freelancer of zzp’er is voor de deelnemers aan het Beloningsonderzoek ook niet de eerste keuze. Ze werken liever door in loondienst, maar ze hebben vaak geen keuze: werkgevers zitten niet te wachten op oudere werknemers. Terwijl het overheidsbeleid is gericht op langer doorwerken, is vervroegd pensioen bij werkgevers de favoriete oplossing als er in het personeelsbestand gesneden moet worden, blijkt uit onderzoek door het Nederlands Interdisciplinair Demografisch Instituut (NIDI).

Van de negenhonderd ondervraagde werkgevers gaf driekwart aan voor deze maatregel te zijn bij een gedwongen personeelskrimp van 20 procent. Werkgevers zijn zich wel bewust dat er in de toekomst langer doorgewerkt gaat worden, maar slechts eenderde denkt dat het in zijn of haar bedrijf zal gebeuren. Ook over doorwerken na 65 jaar zijn werkgevers niet enthousiast. Slechts 10 tot 15 procent vindt dit wenselijk, staat in het rapport Vraag naar arbeid 2011 van het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP).

Om de reden achter de werkgeversvoorkeur voor jongere medewerkers te achterhalen, vroeg het NIDI werkgevers in bovengenoemd onderzoek naar de invloed van vergrijzing van het personeelsbestand op de bedrijfsprestaties. Daaruit blijkt dat oudere werknemers worden geassocieerd met stijgende arbeidskosten in combinatie met een stationaire of dalende productiviteit.

Nederlandse werkgevers vallen internationaal op vanwege hun negatieve houding richting oudere werknemers, volgens Wilthagen. Dat heeft volgens de hoogleraar vooral te maken met het automatisme waarmee de lonen in Nederland stijgen met de leeftijd, maar ook met de kosten van ontslagvergoedingen en procedures en de lange doorbetaling bij ziekte. „Oudere werknemers zijn minder vaak ziek dan jongere, maar als ze ziek zijn, is het serieus. Werkgevers weten dat en durven het risico niet te nemen. Als we ouderen een kans willen geven op de arbeidsmarkt, moeten we het systeem veranderen.”

Zijn bewijs zijn de 130.000 65-plussers die momenteel aan het werk zijn. „Werkgevers hoeven voor deze groep geen premies af te dragen, ze hoeven niet door te betalen bij ziekte en de lonen liggen lager, want deze groep heeft al AOW en vaak een aanvullend pensioen. Het is dus niet de leeftijd waar werkgevers problemen mee hebben, maar de risico’s en de kosten die kleven aan ouderen.”

En dan is er nog de mythe rondom productiviteit. Een belangrijke volgens Wilthagen, want de businesscase van Nederland is gebouwd rondom veel doen in weinig tijd. „We werken slechts 1.450 uur per jaar, Amerikanen werken er 300 meer. Het kan omdat we zo productief zijn, maar je kunt je voorstellen dat het veel effect heeft als de productiviteit vermindert.” Hij bedoelt: als de illusie ontstaat dat productiviteit vermindert.

Slimme werkgevers passen de taken of de functies van hun medewerkers aan de kwaliteiten aan, maar dat gebeurt in de praktijk maar weinig, volgens Martijn de Wildt van adviesbureau Qidos. „Het grootste deel van het opleidingsbudget in organisaties gaat naar de ontwikkeling van twintigers en dertigers, maar waarom wordt er niet meer geïnvesteerd in 40-plussers? Een oudere werknemer blijft langer bij de organisatie.”

De Wildt pleit voor een andere kijk op werken en leven met meerdere inactieve periodes in de loopbaan waarin mensen voor hun kinderen kunnen zorgen, een studie volgen of zich voorbereiden op een tweede carrière. „Door je leven en werk aan te passen aan je competenties, behoeftes en gezinssituatie hou je het langer vol. Het pensioen is nu vaak een walhalla, maar als je ook tussendoor hebt kunnen genieten van vrije tijd maakt de pensioendatum niet meer uit.”

Langer doorwerken vereist ook een andere houding van werknemers. Ouderen houden vaak vast aan verworven rechten en een hoog salaris, blijkt uit het Beloningsonderzoek waarin respondenten aangeven progressie in salaris tot het einde van de loopbaan belangrijk te vinden. Een 55-plusser die wil blijven werken, doet er goed aan arbeid boven inkomen te stellen, zegt Menno Meijer van Rvaring, een uitzendbureau voor 40-plussers. „Als je ziet dat oudere collega’s weg worden gereorganiseerd, ga dan met je werkgever praten om te zien op welke manier je kunt blijven. Als dan blijkt dat je te duur wordt gevonden, kun je overwegen om salaris in te leveren.”

Door de economische crisis hebben de vergrijzing en ontgroening nog niet gezorgd voor krapte op de arbeidsmarkt. Dat komt pas vanaf 2020, blijkt uit een studie van consultancybureau Deloitte. Vanaf dan zijn ouderen hard nodig om de schaarste op te vangen. Voor oudere werknemers komt het in de toekomst dus wel goed, maar daar heeft een 60-plusser van nu niets aan, zegt hoogleraar Wilthagen. „Als werkgevers de vooroordelen over ouderen niet opzij zetten dan ontstaat een verloren generatie van ouderen die wel willen, maar niet welkom zijn.”