Hormoon verjongt oud muizenhart

Het hart van oude muizen wordt weer jong als hun bloedsomloop wordt aangesloten op die van jonge muizen. Een hormoon bekend als groeidifferentiatiefactor 11 (GDF11) blijkt een vergroting van het hart, een ouderdomskwaal, grotendeels terug te draaien. Dat laten Amerikaanse onderzoekers onder leiding van Richard Lee van het Harvard Stem Cell Institute in Boston zien in een reeks experimenten (Cell, 9 mei).

Vaak is het verdikken van de hartspier met de jaren toegeschreven aan het minder elastisch worden van de grote lichaamsslagaders en de aorta. Daardoor zou het hart steeds harder moeten werken om het bloed rond te pompen, wat op den duur kan leiden tot hartfalen. Dat gaat gepaard met klachten als vocht vasthouden, kortademigheid en snel moe worden. Van alle vijftigers kampt ongeveer een procent met deze klachten. Boven de 75 heeft een op de twintig mensen er last van.

Maar nu blijkt dat een hormoon een ouder verdikt hart bij muizen binnen vier weken weer kan terugbrengen naar min of meer normale proporties. Dat ontdekten de onderzoekers toen zij de bloedsomloop van een muis op leeftijd (21 maanden) chirurgisch koppelden aan die van een jonge muis (2 maanden). Het hart van de oudere helft van de aan elkaar genaaide dieren slonk drastisch na de ingreep. Dat moest liggen aan ‘iets in het bloed’ van de jonge dieren, vermoedden de onderzoekers, en zij vonden met wat speurwerk inderdaad een eiwit dat verschilde tussen jong en oud.

GDF11 blijkt vooral door de milt te worden afgegeven, maar de productie ervan neemt af bij oudere dieren. Het hormoon verandert de gen-activiteit van hartspiercellen en zorgt ervoor dat de cellen compacter worden.

Ook een dagelijkse injectie met een synthetische variant van dit eiwit bleek het hart van oude muizen weer te verjongen. Maar nader onderzoek liet ook zien dat er een belangrijke uitzondering is op de verjongingskuur. Bij dieren waarin de aorta chirurgisch was ingesnoerd, een model voor inelastische vaten, bleken dagelijkse hormooninjecties geen effect te hebben. Als GDF11 het ooit redt tot een medicijn, zal het waarschijnlijk slechts een deel van ouderdomshartfalen kunnen genezen. Stijve vaten blijven een probleem.

De onderzoekers schrijven dat GDF11 waarschijnlijk meer functies in het lichaam vervult. Ze vonden bijvoorbeeld al aanwijzingen dat het bij muizen ook de skeletspieren beïnvloedt. Het begrijpen van de functie van dit hormoon is essentieel voordat het in de mens kan worden toegepast.

Ook weten Lee en zijn medewerkers nog niet of GDF11 de enige bepalende factor is voor het verouderen van het hart (waarschijnlijk niet, schrijven ze). De onderzoekers zijn er echter wel van overtuigd dat dit hormoon een grote rol heeft in de gezondheid van het hart. Ze voelen zich daarin gesterkt door de bevinding van andere Amerikaanse onderzoekers, die vorig jaar op een congres lieten weten dat hartpatiënten met een lage GDF11-concentratie in het bloed een grotere kans hadden op overlijden, en het krijgen van een hartaanval of beroerte.

Sander Voormolen