Hollands vechten bij voetbal

Wat jeugdvoetbal succesvol maakt, leidt tot geweld, aldus Jeroen Siebelink.

De voetbalcompetitie zit erop. Verdwaasd om zich heen kijkend verlaat dit weekend een half miljoen Nederlandse kinderen de velden. Macabere Mad Max-vechtarena’s waren het weer, als we de meldingen bij het nieuwe KNVB Meldpunt Wanordelijkheden eens doornemen. Deze week werd een 14-jarige speler van de Buitenboys door een 15-jarige in het gezicht getrapt. De verdachte wordt vervolgd voor poging tot zware mishandeling.

Oververhitte ouders, opgefokte spelers die elkaar naar het leven staan. Nu wordt het stil. Het laatste ritje met papa terug naar huis, een zomer van gezellige toernooitjes en strandvoetbal. ‘Weer geen kampioen, waarom doe jij nooit ’s wat ik roep … moet ik je soms van voetbal afhalen? Ik doe dit voor mijn lol, hoor.’

Ouder, voetbal, kind. Dat grimmige, als resultaten uitblijven. Als het kind even staat te dromen, in plaats van zijn ‘stinkende best’ te doen. Als de vader eens niet wordt vertederd door zijn oude zelf. Met elk nieuw, fris jeugdspelertje krijgen clubs zijn sombere schaduw er gratis bij. Ouders? Hebben trainers last van.

Over de grens verbaast men zich erover hoe wij in Nederland niet bezig lijken met onszelf, maar deel zijn van iets hogers. Een Programma. Het hechte verenigingsleven dat aansluit op de schooluren, de buurtfunctie van drieduizend clubs, al die fijn betrokken papa’s die teams coachen, het hoogste aantal gediplomeerde trainers van Europa, de methodische stappen om kinderen een aanval te leren opbouwen en af te ronden, de beroemde opleidingen tot profvoetballer, de wereldspelers die we afleveren – van laag tot hoog lijkt het wel alsof we samenwerken aan één doel. Nationaal voetbalplezier. In Holland schijnen ze nog echt van voetbal te genieten, in stilte langs de lijn.

Maar van elke tien Nederlandse pupillen zijn er zeven tegen de juniorenleeftijd van de velden verdwenen. Dat zijn tienduizenden kinderen per jaar. Nu stelen ze nog onze harten in kleurige Messi-shirts en met hun kluitjesvoetbal. Ze gaan hoe dan ook verloren voor de teamsport.

Nogal wat trainers weten wel waarom. Afhakers zijn mindere voetballers, slappelingen zonder voetbalouders, pubers met vage hobby’s – geen groot verlies voor de club. Op de jonge spelers die blijven, voeren we de druk op. Testosteron en adrenaline zingen vrijer rond op de velden, spelers schoppen tegenstanders en grensrechters doormidden, ‘mindere spelers’ belanden op de bank.

Ouders zijn het die gecoacht moeten worden. Ik las er weinig over in het KNVB Actieplan tegen voetbalgeweld. De bond is bang te worden weggezet als ‘Zeist’, die lui met het vingertje. Maar het Meldpunt noteerde in de eerste zeven weken van haar bestaan 172 zaken: elk weekend raken groepen ouders slaags, een clubvoorzitter stapte op toen een voetbalmoeder een speler van elf mishandelde, een jongetje raakte door karatetrappen bewusteloos.

Via de nieuwe Hulplijn werd tien keer per weekend om directe bijstand gevraagd bij een noodsituatie – de roep om nog meer maatregelen zwelt aan. Jeugdteams worden voor het leven geroyeerd, complete voetbalclubs zijn uit de competitie gehaald. Tegelijk dreigt het gevaar dat het nummer verwordt tot een ordinaire kliklijn; zo is er een vader die al jaren lang zijn zoon filmt en na elk weekend beelden naar de KNVB stuurt. Boodschap: mijn zoon is weer onheus bejegend. Ergens houdt het stimuleren op, en begint het fnuiken. Vooral als je veel verstand hebt van voetbal en minder van kinderen. Als de organisatie staat, maar het echte werk nog begint.

Hoe doen topvoetballers het met hún kinderen, vroeg ik me af en ik volgde een aantal van hen. Roy Makaay zwijgt vooral als hij naar zijn zoon Dani (10), kijkt. Glenn Helder, gevallen sterspeler van Arsenal, laat zien dat er niks mis mee is als je streng over het voetbalgeluk van je zoon waakt. Zo begeleidt hij Jilani (10) en zijn medespelers. Sámen aanvallen, sámen verdedigen. Samen passen en vrijlopen, samen winnen en verliezen. De Hollandse School in zijn kern, erfenis van Michels en Cruyff. Een idee, een Programma, dat het voetbalgeluk van kinderen centraal stelt. Uitgewerkt in speelse, doordachte oefenvormen, optimale leersituaties, en veel, heel veel dolletjes. Voor volwassenen nog altijd een onbekende, pedagogische schat.

Intussen hield Glenn ouders van het lijf. Ouders, die informeerden naar de stand, het doelsaldo, de topscorers. „Glenn, Glenn!”

„Huh?”

„Kunnen we nog kampioen worden?”

Observeer in stilte, zo doceert nota bene Kenneth Perez volgens het bondsboekje, help ze individueel, concentreer je op voetbalhandelingen en bij oudere pupillen op het samenspel. Vertrouwden we op dit gedachtegoed, op onze Hollandse voetbalgenen, dan maakten we ons ook niet zo druk langs de lijn. Kinderen reageerden teleurstellingen niet af op tegenstanders en arbitrage, maar speelden voetbal. Hollands voetbal. De garantie om ze er een leven lang van te laten genieten – en wij van hen. Zoals Erwin Koeman dat kan van Len (21), en John de Wolf van Desley (22).

Jeroen Siebelink is schrijver en journalist. Van zijn hand verscheen zojuist Voetbalgenen, Vaders en Zonen van Oranje en De Voetbalbelofte, Achter de Schermen van de Jeugdopleiding.